opinie

Zweedse coalitie niet te vergelijken met Martens-Gol

Zeggen dat de Zweedse coalitie de meest rechtse regering is sinds de Tweede Wereldoorlog, zegt even weinig als de regering-Di Rupo ‘marxistisch’ noemen.

Door Vincent Laborderie, politicoloog aan de UCL

Het is het schrikbeeld dat de PS in stelling bracht tijdens de kiescampagne: er moet tot elke prijs vermeden worden dat er een regering op de been komt met de rechtse MR en N-VA die hetzelfde antisociale beleid zou voeren als de regering Martens-Gol in de jaren 1980. Tijdens de kiescampagne was het alleen een hypothese, nu concretiseert die rechtse regering zich als Zweedse coalitie en komt de verwijzing naar Martens-Gol met nog meer kracht terug. Maar is de vergelijking wel pertinent?

Je kan twee gemeenschappelijke punten vinden tussen deze twee regeringen. Het eerste is dat ze volgen op een periode van politieke instabiliteit die gekenmerkt werd door communautaire spanningen en door institutionele hervormingen (of pogingen daartoe). Ook al vormde de regering-Di Rupo een periode van politieke stabiliteit, laat ons niet vergeten dat ze niet tot stand kwam in een sociaaleconomische logica, maar om de 6de staatshervorming tot een goed einde te brengen.

De context is nu heel anders. Je kan vinden dat onze economie een competitiviteitsprobleem heeft, maar dat ligt mijlenver van de catastrofale toestand van begin de jaren 1980.

En verder focussen de regering die nu in de steigers staat en de regering Martens-Gol op het sociaaleconomische en vertrekken ze van eenzelfde vaststelling: België lijdt onder een concurrentienadeel tegenover zijn buurlanden, en daar moet iets worden aan gedaan. Maar daar houden de gelijkenissen op.

Drie indexsprongen

Eerst en vooral omdat de voorgestelde maatregelen wel hetzelfde doel hebben, maar van een totaal andere omvang zijn. Martens-Gol heeft voor een ware ‘competitiviteitsschok’ gezorgd door de devaluatie van de Belgische frank te paren aan drie indexsprongen. Ook al is het programma van de Zweedse coalitie op dit moment nog niet gekend, lijkt de kans groot dat ze zich zal beperken tot een enkele indexsprong, waarschijnlijk met een ‘sociale correctie’. Bovendien heeft een indexsprong in deze periode van zwakke inflatie (zelfs deflatie) niet dezelfde impact dan tijdens de inflatiejaren van het beging van de jaren 1980.

Op dit punt en andere kunnen we er zo goed als zeker van zijn dat de Zweedse coalitie geen dergelijke drastische maatregelen zal nemen zoals de laatste federale regering die het zonder de socialisten deed. Ik zie daar minsten twee redenen voor.

Om te beginnen is de context heel anders. Je kan vinden dat onze economie een competitiviteitsprobleem heeft, maar dat ligt mijlenver van de catastrofale toestand van begin de jaren 1980. Een lange periode van budgettaire laksheid, gevoed door communautaire problemen en wafelijzerpolitiek, had ons opgezadeld met een begrotingstekort van meer dan 10 procent van het bbp. Tekenend was de uitspraak van Guy Mathot, minister van begroting (Martens IV en Eyskens), dat ‘de staatsschuld er vanzelf is gekomen en ook vanzelf weer zal verdwijnen’.

Spectaculair

Vergelijk dat met de houding van de regering-Di Rupo, en je kan de evolutie van de socialisten niet anders dan spectaculair noemen. Martens-Gol heeft eigenlijk een reeks regeringen gebaard waarvan een van de bezorgdheden steeds het beperken van het begrotingstekort en de staatsschuld is geweest - met of zonder de socialisten.

Een tweede reden is de positie van CD&V. De CVP van de jaren 1970 en 1980 was zo dominant dat ze gelijkstond aan de Belgische staat en het zich kon veroorloven om tot op een bepaald punt haar syndicale bondgenoten mistevreden te stellen. De huidige CD&V staat ver van die positie van toen en het is voor haar van levensbelang om haar linkervleugel te behagen. Maar zelfs verzwakt heeft de partij een groot vermogen om op de regering te wegen, dankzij haar netwerk, haar expertise en haar centrale positie op het Belgische politieke schaakbord. Ze heeft dus de wil en de capaciteit om te vermijden dat de Zweedse coalitie teveel naar rechts zou zwenken.

In tegenstelling tot Martens-Gol hoeft de toekomstige regering dus geen fundamentele breuk te betekenen met haar voorgangsters. Zowel de partijen die er aan deelnemen (vooral de liberalen en de N-VA) als de socialistische oppositie hebben er nochtans belang bij om het tegendeel te bewijzen. Elio Di Rupo is het voorbije weekend zelfs verder gegaan, door de Zweedse coalitie te bestempelen als ‘de meest rechtse regering sinds de Tweede Wereldoorlog’. Maar die bewering is wellicht net zo weinig pertinent als de regering-Di Rupo ‘marxistisch’ noemen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content