opinie

Aan overleg(structuren) geen gebrek in de gezondheidszorg, maar toch

De hervorming van de gezondheidszorg vraagt een objectieve, wetenschappelijke aanpak. Overlegstructuren volstaan niet om hervormingen door te voeren.

In De Tijd pleiten Margot Cloet en Tom Balthazar voor een nieuwe (staats)hervorming. Ze hebben een punt, maar als we deze keer de oefening wederom niet gefundeerd voorbereiden, baart de berg opnieuw een muis.

Cloet en Balthazar stellen voor een nieuwe staatshervorming niet af te wachten en nu al enkele stappen te zetten naar een geïntegreerd, gecoördineerd en afgestemd gezondheidsbeleid. Ze hebben overschot van gelijk dat wachten geen optie is. In de komende 15 jaar nemen de jaarkosten van het huidige systeem toe met tweemaal het jaarbudget van Justitie. En dat is gerekend bij de actuele niveaus van efficiëntie en kwaliteit, terwijl iedereen het erover eens is dat de gezondheidszorg zich ambitieuze doelstellingen moet aanmeten. Rond 2040 is de vergrijzingsgolf in budgettaire termen hoofdzakelijk verwerkt, maar het uitgavenpatroon blijft dan op een hoger niveau plafonneren als de zaken blijven wat ze zijn. Als we bereid zijn meer uit te geven, moeten we ook in staat zijn kwalitatiever te werken. Alle reden dus om nu het systeem op punt te zetten en niet later.

Een staatshervorming is een onontbeerlijk deel van de oplossing. Maar ook in de huidige bevoegdheidsverdeling is een beter afgestemde zorg mogelijk.

In het verkokerde carcan en kluwen van overlegorganen, instituten en conferenties is de coördinatie om een echt goed systeem te maken volledig zoek. Zelfs het ambtelijk apparaat is soms het spoor bijster over of het wat mag doen, en of dat wat niet aan een ander niveau raakt. Een staatshervorming is dus een onontbeerlijk deel van de oplossing.

Maar ook in de huidige bevoegdheidsverdeling is een beter afgestemde zorg mogelijk. Zorgnet-Icuro zet daarbij in op meer overleg en samenwerking in advies- en beslissingsorganen. Maar zelfs als ze structureel worden, geregeld samenkomen en eventueel beslissingsmacht krijgen, kunnen de bestaande - vaak vrijblijvende - overlegplatformen op zichzelf niet tot wetenschappelijk gefundeerde beleidsvoorstellen komen, omdat te veel andere dingen spelen.

Handvaten

Al twintig jaar ontbreekt niet het besef dat hervorming nodig is, wel de handvaten om zo’n hervorming uit te tekenen. Als je modelmatig niet kan inschatten wat de impact is van preventie op het vlak van geestelijke gezondheid op de cijfers van arbeidsongeschiktheid, hoeft het dan te verbazen dat een werkgroep daarvoor hoogstwaarschijnlijk vervalt tot een praatbarak? Dat doet geen afbreuk aan de goede intenties en het geleverde werk, maar finaal is er geen kwantitatieve scheidsrechter die inzicht kan geven in de gevolgen van bepaalde meningen en keuzes. De luidste roeper zal het halen? Of wat vaker gebeurt: helemaal niets, nada. De stilstand regeert.

Integratie van gegevens

Daarom pleiten we voor integratie van alle gegevens. Op bepaalde knelpuntspecialismen, waaronder psychiatrie, geriatrie en klinische biologie, staat in 2026 geen beperking meer. Zijn er dan niet genoeg psychiaters? Natuurlijk niet, kijk maar naar de wachtlijsten, argumenteert de ene. Maar mocht een vroegere diagnose plaatsvinden en een deel patiënten afdoende geholpen is met een psychologisch traject, misschien zijn er dan wel genoeg? Ook een valabel argument. Zonder geïntegreerde cijfers is er geen model dat de impact van die opties op de hele zorgketen kan doorrekenen. En dus blijven we een gefundeerd antwoord schuldig. Al jaren.

Gouverner, c’est prévoir - niet in het minst als het over gezondheid gaat. Het is stuitend te moeten vaststellen dat we in een digitaal tijdperk zo weinig gebruik maken van de immense hoeveelheid gegevens, en het is niet dat die niet voorhanden is.

Zolang de integratie van gegevens niet gebeurt, zal ook de integratie van zorg gebrekkig of geheel niet gebeuren. Het niet modelmatig kunnen kwantificeren van keuzes geeft vrij spel aan wie heilige huisjes overeind wil laten en baat heeft bij het in stand houden van bedenkelijke praktijken. Terwijl naast het budgettaire, het vizier op duurzaamheid en kwaliteit moet staan. Praktijken die oogluikend worden toegestaan bij gebrek aan alternatieven of zelfs door het systeem geïnduceerd worden. Pas als het excessen worden en ze publiek raken, wordt gehandeld. Maar al te vaak symptomatisch en schoorvoetend: een aanpassing van het forfait, het bevriezen van een onderdeel van de financieringsenveloppe. Het hoeft geen betoog dat de ‘gemiste financiering’ via andere kanalen wordt opgehaald: (de druk op) het budget blijft immers in globo stijgen. Alle historische efficiëntieoefeningen ten spijt. Een radicale omslag in de aanpak is nodig.

De eerste stap voor een (geloof)waardige hervorming van de gezondheidszorg is dus wetenschappelijk objectiveren. Op basis van integratie van alle cijfers.

In het systeem zijn wetmatigheden geslopen die nefast zijn voor zijn voortbestaan en niet van in datzelfde systeem aangepakt kunnen worden. De eerste stap voor een (geloof)waardige hervorming van de gezondheidszorg is dus wetenschappelijk objectiveren. Op basis van integratie van alle cijfers. Daarna komt het modelmatig dynamiseren. En finaal kiezen.

Een democratie roept haar beleidsmakers met alle recht ter verantwoording als gemaakte keuzes 'verkeerd' uitdraaien. Minstens even belangrijk is het ter verantwoording roepen van beleidsmakers op het moment dat ze een keuze maken waarvan ze verzaken de gevolgen degelijk in te schatten. Om hen, en dat is ons, te behoeden voor malgoverno. Nu we allemaal hebben vastgesteld dat we zo veel goede voorzieningen en mensen in de zorg te hebben, mogen we geen enkele opening meer laten om het gezondheidssysteem zelf te laten ontsnappen aan het nodige.

Rob De Staelen en John Crombez

Onderzoekers UZGent en Ugent naar de architectuur van de gezondheidszorgen

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud