opinie

Achter Erdogans beledigingen zit een strategie

Instituut voor de Overheid, KU Leuven

De beledigingen door de Turkse president Erdogan passen in zijn langetermijnstrategie om zich op te werpen als belangrijkste verdediger van de soenni islam.

Nadat de Turkse president zondag de mentale gezondheid van de Franse president in twijfel trok, gaf hij gisteren een speech over moslimvervolging waarin hij de Europese staatshoofden echte fascisten noemde.

Dit lijken gratuite beledigingen, maar dat zijn het allerminst. De beledigingen maken deel uit van de langetermijnstrategie van de Turkse president om zich op te werpen als belangrijkste verdediger van de soenni islam door publiek de strijd aan te binden met islamofobie. Die strategie heeft als doel de soft power van zijn buitenlands beleid te versterken. Zo riep de president in dezelfde speech gisteren als een voorganger de wereldleiders op om samen de moslims te steunen indien ze worden vervolgd in Frankrijk. 

De uitspraken van Erdogan passen in een lange rij verklaringen en daden. De bekendste uithaal is wellicht die naar de Israëlische president Shimon Peres op het Wereld Economisch Forum in 2009. Die uithaal bezorgde Erdogan een superheldenstatus in de Arabische wereld.

Hagia Sophia

De meest opvallende daad van de Turkse president is de recente omvorming van de Hagia Sophia tot een moskee. Sinem Adar van het German Institute for International and Security Affairs wijst erop dat president Erdogan de omvorming van de Hagia Sophia op één lijn plaatst met de ‘bevrijding van de Al-Aqsa moskee’ in Jeruzalem. Een officieel Turks propagandafilmpje waarin de omvorming door moslims wereldwijd werd bejubeld, maakt de internationale dimensie ook meer dan duidelijk.

Erdogans steun aan de Arabische lente in 2011, met name aan de moslimbroeders, maakten hem de kop van jut van de Arabische staatshoofden die hem sindsdien het vuur aan de schenen leggen

De omvorming was volgens Umut Azak (Okan Üniversitesi) al lange tijd een wens van islamistische nationalisten in Turkije, maar eerdere conservatieve premiers zoals Adnan Menderes in de jaren ‘50, zagen van de omvorming tot een moskee af om NAVO-partnerlanden zoals Griekenland niet voor het hoofd te stoten. Aangezien president Erdogan vandaag internationaal bijna volledig geïsoleerd staat, houdt dit hem niet tegen.

Zijn steun aan de Arabische lente in 2011, met name aan de moslimbroeders, maakten hem de kop van jut van de Arabische staatshoofden die hem sindsdien het vuur aan de schenen leggen. De voorbeelden zijn legio, zoals de Verenigde Arabische Emiraten die in augustus straaljagers naar Griekenland stuurden om Turkije te intimideren. Daarom probeert Erdogan over de hoofden van de Arabische en Europese leiders heen moslims aan te spreken.

Islamofobie

In de Verenigde Staten en Europa richt president Erdogan volgens Sinem Adar sinds ongeveer 2010 organisaties tegen islamofobie op die zich niet meer enkel op de Turkse diaspora richten, maar breder op moslims. Zo publiceert de aan de Turkse regering gelieerde denktank SETA sinds 2016 in het Engels een rapport over islamofobie waarover ze ook conferenties organiseren. Turkije kondigde samen met Pakistan en Maleisië vorig jaar zelfs aan een Engelstalige televisiezender tegen islamofobie te zullen oprichten.

Deze zender, rapporten en conferenties krijgen minder persaandacht dan schofferende uitspraken. Dat is de reden achter deze belediging, die ongetwijfeld niet de laatste zal zijn.

Niels Morsink

Vrijwillig medewerker aan het Instituut voor de overheid (KU Leuven)

Lees verder

Gesponsorde inhoud