opinie

Ahold Delhaize terecht onder druk om geringe milieutransparantie

Oprichter en eigenaar Sustainable Finance Factory

Zowel Ahold Delhaize zelf als zijn klanten, boeren en andere leveranciers hebben baat bij meer transparantie over de echte prijs (maatschappelijke en ecologische kosten inbegrepen) van de producten die bij de supermarktketen in het schap liggen. Daarop blijft het wachten.

Vorig jaar leed de oliegigant Shell een zware juridische nederlaag: een Nederlandse rechter bepaalde dat het bedrijf zijn CO2-uitstoot in 2030 met 45 procent gereduceerd moet hebben, om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. De aanspannende partij was Milieudefensie, een milieuorganisatie vergelijkbaar met Bond Beter Leefmilieu in Vlaanderen.

Ahold Delhaize kan een grote voortrekkersrol spelen, want het heeft veel macht in de keten en bijna heel België en Nederland is er klant.

Na de nederlaag van Shell was de vraag: wie is het volgende doelwit? In maart publiceerde Milieudefensie een lijst van 29 bedrijven waarvan het meer actie eist. Een ervan is Ahold Delhaize. Een grote vervuiler, met een CO2-uitstoot van 65 miljoen ton, het dubbele van de luchtvaartgroep Air France-KLM.

Bovendien is de supermarktgroep een bedrijf dat een grote voortrekkersrol kan spelen, want het heeft veel macht in de keten en bijna heel België en Nederland is er klant. Potentieel kan Ahold Delhaize zeer veel doen om gedragsverandering teweeg te brengen. Tot dusver zet het maar weinig stappen in de richting die nodig is, namelijk naar meer transparantie en echte prijzen.

De essentie

  • De auteur
  • Willem Schramade is oprichter en eigenaar van Sustainable Finance Factory. Hij is auteur van het boek ‘Duurzaam kapitalisme’ en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
  • De kwestie
  • De winkelgroep Ahold Delhaize ligt onder vuur wegens de geringe transparantie over de echte prijs van haar producten, rekening houdend met ecologische en maatschappelijke schade.
  • De conclusie
  • Van meer transparantie is nog niet veel te merken. Waarschijnlijk is de urgentie gewoon niet hoog genoeg.

Milieudefensie eist van Ahold Delhaize een uitstootreductie van 45 procent tegen 2030. Het bedrijf heeft zelf een doel van 15 procent, maar zegt met aangescherpte doelen te komen. Daarvoor moet Ahold Delhaize veel beter in kaart brengen hoe groot de uitstoot nu precies is. De huidige cijfers steunen vooral op schattingen. Geen eenvoudige klus, het achterhalen van de uitstoot van honderdduizenden producten. Daarom vraagt het bedrijf zijn grootste 200 leveranciers de uitstoot per product aan te geven.

Die informatie is misschien belangrijker dan de reductiedoelen zelf. Want daarmee kan Ahold Delhaize niet alleen zelf betere beslissingen nemen om de emissies te verminderen, het kan ook de klant daartoe in staat stellen. In een supermarkt wil ik precies kunnen zien wat de maatschappelijke kosten van een product zijn. Wat is de uitstoot? Wat is de schade aan biodiversiteit? Hebben partijen in de keten een eerlijke vergoeding gekregen?

Productlabels

Een kilo rundstoofvlees kost bij Delhaize 10,99 euro, maar de verborgen kosten zijn gemiddeld ruim 5 euro. Daarin zijn grote onderlinge verschillen, afhankelijk van waar en hoe het vlees geproduceerd is. Dat zou allemaal transparant moeten zijn en eenvoudig op te vragen met een QR-code. Want als ik al die informatie heb, kan ik bepalen of ik een hogere - echte - prijs wil betalen voor een minder schadelijk product. De supermarkt kan vandaag al beginnen met op zijn minst schattingen op de productlabels te zetten.

Onderschat ook niet hoe nuttig die informatie voor Ahold Delhaize is. Het bedrijf kan dan beter zijn leveranciers selecteren, beter inspelen op de mogelijke beprijzing van CO2, suiker, vet en vlees, beter de veerkracht en bottlenecks in de keten identificeren, de verschuiving van kostencurves inschatten... Kortom, het levert waardevolle managementinformatie op, en op termijn concurrentievoordelen. In tegenstelling tot Shell hoeft Ahold Delhaize niet zijn volledige verdienmodel ter discussie te stellen. Er is een win-win in zicht voor alle stakeholders.

Veel bedrijven zetten slechts kleine stapjes, maar denken oprecht dat ze geweldig bezig zijn, omdat ze niet weten waar ze heen moeten: klimaatneutraal opereren.

Transparante informatie over de echte prijs is ook beter voor andere spelers in de keten. Boeren die betere kwaliteit leveren, kunnen dienovereenkomstig betaald worden, net als andere leveranciers.

Maar als dat in het voordeel van vrijwel iedereen is, waarom gebeurt het dan nog niet? Daarvoor zijn diverse verklaringen. Ten eerste zijn er kosten aan verbonden, terwijl de baten mogelijk niet gezien worden. Ten tweede kan het een blinde vlek zijn. Veel bedrijven zetten slechts kleine stapjes, maar denken oprecht dat ze geweldig bezig zijn, omdat ze niet weten waar ze heen moeten: klimaatneutraal opereren. Ook kan het bedrijf bang zijn om concurrentiegevoelige informatie vrij te geven.

Rookgordijn

De cynische verklaring is dat het bedrijf gewoon veel te verbergen heeft. Niet alleen de uitstoot, maar ook de waardevernietiging in de keten, zoals de machtspositie ten opzichte van boeren en andere kleine leveranciers. Supermarkten lijken daaraan tegemoet te komen met allerlei labels en vinkjes, zoals ‘vrije uitloop’-eieren en ‘groene’ vinkjes. Daarmee trekken ze in feite een rookgordijn op: het is helemaal niet duidelijk of, en zo ja in welke mate, die producten met minder schade tot stand komen. Zo’n product kopen is eerder een aflaat dan een goed geïnformeerd besluit. 

Met allerlei labels en vinkjes, zoals ‘vrije uitloop’-eieren en ‘groene’ vinkjes, werpen supermarkten in feite een rookgordijn op.

De meest plausibele verklaring voor de geringe verandering bij Ahold Delhaize is dat de urgentie gewoon niet hoog genoeg is. Het bedrijf wordt, zoals alle bedrijven, gerund door mensen die het al heel druk hebben. En klimaatdoelen zijn dan al snel een van de vele verplichtingen die afleiden van de kerndoelen.

Toch gaat het gebeuren. De eisen van Milieudefensie passen in een context waarin de lat voor bedrijven omhooggaat, en niet alleen van de kant van ngo’s en rechters. Ook door EU-regelgeving, zoals de groene taxonomie en de CSRD-richtlijn over duurzaamheidsrapportage door ondernemingen. Bovendien roeren activistische beleggers zich in bredere zin om bedrijven minder schadelijk te laten opereren, zie bijvoorbeeld de aanvallen van de activistische aandeelhouder Bluebell op het chemiebedrijf Solvay en de grondstoffenhandelaar Glencore. Oplettende beleggers zien dat en kunnen inschatten wie nog meer onder vuur zal komen te liggen. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud