opinie

Als het beste nog moet komen, dan is dat ondanks Vivaldi

Professor arbeidseconomie aan de UGent

'Waarom het beste nog moet komen' is de titel van een nieuw boek van premier Alexander De Croo. 'Dat optimisme lijkt me er een beetje over. Ons land staat er allerminst goed voor', schrijft Stijn Baert.

De politicus Alexander De Croo (Open VLD) mag ik wel. Tot ik het stemhokje op 26 mei 2019 binnenstapte, was hij in de running voor een rode bol. De uitstraling van een premier. Een compromiszoeker die altijd een heldere lijn aanhoudt. Die heldere lijn van De Croo als regeringsleider is al even: 'Het gaat in feite beter met ons land dan u misschien denkt.' Vandaar ook de titel van zijn nieuwe boek: 'Waarom het beste nog moet komen'.

  • De auteur
    Stijn Baert is professor arbeidseconomie aan de UGent.
  • De kwestie
    Het gaat beter in dit land dan u denkt, stelt premier Alexander De Croo in zijn boek.
  • De conclusie
    Ons land staat er helemaal niet zo goed voor. En voor de broodnodige hervormingen zijn kostbare jaren verloren gegaan onder het premierschap van De Croo.

Dat optimisme lijkt me er een beetje over. Als je het economisch beschouwt, staat ons land er allerminst goed voor. En de betere indicatoren, die zijn er veeleer ondanks dan dankzij De Croos regering.

Concurrentiekracht

Laat ons eerst kijken naar de fundamenten van onze welvaart. Ofwel: zijn onze ondernemers en werknemers op middellange termijn gewapend om die welvaart te creëren?

Dat valt nogal tegen. De concurrentiekracht van onze bedrijven en dus het marktaandeel uit de internationale handel dat ze naar België halen, gaat al even niet de goede kant uit. Uit een studie van de Nationale Bank bleek die eind vorig jaar zelfs drie keer zo sterk als voordien verslechterd te zijn.

Hetzelfde voor de verwachte productiviteit van onze werknemers. We kunnen wat dat betreft naar de kortetermijnbeweging in de productiviteitsgroei kijken, maar op lange termijn is de scholing en dus het menselijk kapitaal van de jongeren cruciaal. En daar weten we allemaal wat gebeurt. Ondertussen doen Russische, Letse en Litouwse jongeren het beter dan de onze voor wiskunde.

De tanende concurrentiekracht en scholing zijn echte sluipmoordenaars van onze economie. We praten er weinig over, omdat hun impact geleidelijk komt, maar die impact is wel enorm negatief.

De tanende concurrentiekracht en scholing zijn echte sluipmoordenaars van onze economie.

Hervormingen

De verantwoordelijkheid voor die fundamenten ligt op verschillende niveaus, maar het is duidelijk dat de economische voorspoed die we de komende jaren zullen kennen niet door de hervormingen van Vivaldi zal komen. Want die belangrijke sociaaleconomische hervormingen zijn er gewoon niet.

Neem de centrale ambitie van een hogere werkzaamheidsgraad om op kortere termijn de welvaart (en de overheidskassa) te verzekeren. De Croo verbindt een verbetering van die indicator aan ‘het massaal creëren van banen door de regering’. Dat is een vrij absurde stelling.

De werkzaamheidsgraad steeg in de kwartalen onder de regering-De Croo minder sterk dan het EU-gemiddelde. De verbetering lijkt dus veel meer met demografie en conjunctuur te maken te hebben dan met beleid. Bovendien daag ik minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) uit één enkele hervorming te noemen die hij doorvoerde die nog maar 0,1 procentpunt verhoging in de werkzaamheidsgraad opgeleverd heeft.

Als het beleid al iets zaaide richting meer sterke schouders onder de welvaart, dan is het gebeurd binnen de portefeuilles van Frank Vandenbroucke (Sociale Zaken, Vooruit) en Vincent Van Peteghem (Financiën, CD&V), al konden zij ook maar ministapjes zetten met hun activering van langdurig zieken en hier en daar wat geschrapte belastingen.

Traject

Ondanks die sociaaleconomische stilstand werd toch veel geld uitgegeven. De Belgische begroting is na die van Slovakije de slechtste van Europa. En onze schuld is onder Vivaldi stevig aangegroeid. Met andere woorden: in plaats van dat we hen extra welvaart aanbieden, zullen de twintigers, dertigers en veertigers de komende decennia extra hard mogen werken, niet voor extra welvaart voor zichzelf en hun kinderen, maar om de gaten die werden geslagen weer te vullen.

Is die achteruitgang dan niet normaal door de crisissen die de regering moest aanpakken? Nee, want elders in Europa moest men die ook doorstaan. Bovendien hadden die crisissen slechts een tijdelijk effect mogen hebben op de begroting. En de aanpak van Vivaldi van de energiecrisis was dan nog eens een ramp: er werd nodeloos veel geld uitgesmeerd over nog meer mensen, zodat ook wie ze niet nodig had cheques kreeg en wie echt in de problemen zat daar bleef zitten.

Maar we zitten toch op een traject naar een normaal tekort, zoals de premier zegt? Nou moe. Hoelang horen we dat al niet? Om dat traject dan telkens, bij de minste economische rimpeling, te lossen. De conclusie kan alleen zijn: zonder moedige hervormingen wordt onze begroting nooit robuust voor economische tegenslagen.

En wat hervormingen betreft die onze toekomst hadden moeten schragen, zijn dus kostbare jaren verloren gegaan.

Gesponsorde inhoud