opinie

Als we zo voortdoen, komen er nog pfas-achtige vervuilingen

Om toekomstige vervuilingen met stoffen die goed op pfas lijken te vermijden, moet men breder en beter screenen, pragmatische richtlijnen opstellen, meer samenwerken en kennis delen.

We leven comfortabel dankzij organische stoffen. We leven er vandaag middenin. De vraag is welke prijs we ervoor willen betalen en hoe we ze duurzaam kunnen inzetten. Radicaal afschaffen werkt contraproductief, maar blind blijven voor potentiële problemen evenzeer.

We kunnen het screenen niet beperken tot een 40- à 50-tal pfas-stoffen, als we vandaag al weten dat er stoffen in omloop zijn die ons over enkele jaren voor dezelfde problemen plaatsen.

We willen onze terreinkennis inzetten. Om de cyclus te doorbreken van het creëren van problemen, die jaren later opgelost moeten worden. Om op een intelligente en eerlijke manier het probleem in kaart te brengen. En niet het minst om een gezonde leefomgeving te scheppen voor de volgende generaties.

Oosterweel heeft de pfas-problematiek naar het centrum van het maatschappelijke debat gekatapulteerd. Het probleem is complex en iedereen wil graag een simpel antwoord. Het klopt dat veel zaken verkeerd zijn gelopen. Maar erger is dat we vandaag het fundament leggen voor gelijkaardige problemen, met stoffen die bijzonder goed op pfas lijken.

  • De auteurs:
  • Frank De Palmenaer is CEO van ABO-Group, Luc De Ren is businessdevelopmentmanager bij SGS.
  • De kwestie:
  • We dreigen de basis te leggen voor toekomstige vervuilingen met pfos-achtige, amper afbreekbare stoffen.
  • Het voorstel:
  • Om dat te vermijden moeten we die stoffen dringend breder en beter screenen, pragmatische richtlijnen opstellen, meer samenwerken en kennis delen.

Om te beginnen moeten we waakzaam blijven en twee zaken - de producenten en de gebruikers van pfas-houdende materialen - enigszins loskoppelen. Aan de ene kant spreken we over een wereldproducent door wiens activiteiten verhoogde concentraties in de omgeving (kunnen) terechtkomen.

Aan de andere kant gaat het over de gevolgen van toepassingen (denk aan blusschuim), waardoor ook bijzonder hoge concentraties aanwezig kunnen zijn, aangezien die niet of onvoldoende gereglementeerd zijn. Het gaat over verschillende gevallen en concentraties, en die vergen elk een aparte aanpak. Bij het Oosterweelproject dient men Lantis te beschouwen als de ‘problem owner’, niet als de veroorzaker.

Screening

We stellen voor onmiddellijk over te schakelen naar een bredere en betere screeningmethodologie. In eerste instantie dienen we ons een beter beeld te vormen van de aan- of afwezigheid van een grotere groep stoffen. Dat kan met een relatief eenvoudige screening. Bij de aanwezigheid van een bepaalde stof kan een analysestap verder gegaan worden. Voor pfas moet dus worden gekeken naar de toxiciteit als groep. Er bestaan betaalbare methodes die een bredere screening van pfas snel mogelijk maken en meer nauwkeurigheid en zekerheid bieden.

We kunnen het screenen niet beperken tot een 40- à 50-tal pfas-stoffen als we vandaag al weten dat stoffen in omloop zijn die ons over enkele jaren voor dezelfde problemen plaatsen. Een veel groter aantal stoffen screenen is cruciaal om niet telkens hetzelfde verhaal te moeten herbeginnen.

De verkokering waarover de parlementaire onderzoekscommissie spreekt, moet niet alleen aangepakt worden bij de overheid, maar bij alle betrokkenen.

Uit onderzoek blijkt dat er almaar meer verontreinigde sites bestaan in Vlaanderen en dat een almaar grotere diversiteit aan pfas-stoffen dieper in onze ecosystemen binnendringt. Een van de prangendste problemen voor de bodemsector is het gebrek aan instrumenten om de ernst van de verontreinigingen te evalueren. Daarbij dient zowel rekening gehouden te worden met de impact op de volksgezondheid (humane risico’s), op de natuur (ecotoxicologische risico’s) en op de verspreiding van verontreinigingen (verspreidingsrisico’s).

Risico-inschattingen

We hebben dringend nood aan pragmatische richtlijnen die steunen op de kennis van vandaag om de vele gaten in de procedures te dichten en risico-inschattingen mogelijk te maken. Op de middellange termijn kan meer onderzoek die richtlijnen verfijnen. Anders dreigt een impasse, waarin bij gebrek aan onderbouwde conclusies het aanpakken van de problemen op de lange baan wordt geschoven.

Er is nood aan meer samenwerking en kennisdeling tussen bodemsaneringsdeskundigen, laboratoria, saneringsfirma’s, overheden, universiteiten en 'problem owners' om aan structurele oplossingen te werken. De verkokering waarover de parlementaire onderzoekscommissie spreekt, moet niet alleen aangepakt worden bij de overheid, maar bij alle betrokkenen.

We pleiten er geenszins voor alle bekende toepassingen te verbieden, want dat leidt meestal tot omzeiling. Reglementeer de productie beter, anders lopen we steeds achter de feiten aan.

Daarnaast is het inderdaad moeilijk om de juiste saneringstechnieken te vinden, maar die problemen zijn opvallend genoeg niet alleen technologisch van aard. Er is onduidelijkheid over de hergebruikmogelijkheden van gronden met lage pfas-concentraties. Naar analogie met verontreinigingen met olie en metalen zou het mogelijk moeten zijn bepaalde gronden met lage concentraties veilig te gebruiken voor bepaalde toepassingen (bouwkundig bodemgebruik). Voor pfas zijn echter nog geen grenswaarden vastgelegd.

Het wordt ook stilaan tijd om te erkennen dat ons leven heel nauw samenhangt met het gebruik van (synthetische) organische stoffen. Wij pleiten er geenszins voor alle bekende toepassingen te verbieden, want dat leidt meestal tot omzeiling. Reglementeer de productie beter, anders lopen we steeds achter de feiten aan. De oplossing ligt zowel aan de aanbodzijde (basistests verplichten voor elk product) als aan de saneringszijde (een goede opsporingsmethodiek).

De tijd van woorden is voorbij. Wij staan klaar om onze ervaring en visie te delen met de vele instanties en overheden. Er is geen tijd te verliezen. Dit is de enige weg vooruit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud