opinie

Alweer valt een veelbelovende start-up in buitenlandse handen. So what?

Dat Belgische techstart-ups zoals Metamaze worden overgenomen door buitenlandse investeerders wordt vaak als een zwakte gezien. Maar niets is minder waar.

Het Belgische start-uplandschap is in een hoog tempo volwassen geworden en de bedrijven groeien sneller dan ooit. Terwijl technologiestart-ups tien jaar geleden hun cijfer moesten verdubbelen tegenover het jaar ervoor om tot de fine fleur onder de starters te behoren, moeten ze het vandaag al verviervoudigen. Eerder was het een hele opdracht om de incubatiefase te overleven, vandaag staan Belgische start-ups op de dashboards van buitenlandse investeerders.

Ondanks de sterkte van onze ecosystemen trekken meer en meer Belgische technologiebedrijven buitenlands geld aan, zoals recent het Vlaamse AI-bedrijf Metamaze. Vaak wordt dat als een zwakte van ons land afgedaan, alsof België zijn innovatieve kroonjuwelen zou afstoten voordat ze hun volledige potentieel hebben bereikt. Niets is minder waar.

  • De auteurs
    Anaïs De Boulle is Scale-Ups Leader en Sam Sluismans is Technology Fast 50 Programme Leader bij de consultant Deloitte.
  • De kwestie
    Meer en meer Belgische techstart-ups worden overgenomen door buitenlandse investeerders, zoals recent Metamaze.
  • De conclusie
    België biedt niet altijd de nodige schaal om snel marktaandeel te verwerven. Daarom legt het zich beter toe op innovatie dan op schalen.

Survival of the fastest

Het uitbouwen van een technologiebedrijf is een race tegen de klok. Wie wil slagen, moet snel zijn marktaandeel veiligstellen. In tegenstelling tot bedrijven uit de biotechsector kunnen IT-start-ups hun innovaties moeilijk beschermen met intellectuele eigendomsrechten. Wie zijn window of opportunity niet wil missen, kan dus het best zo snel mogelijk marktaandeel verankeren.

In België kunnen we die schaal niet altijd bieden. De Belgische markt leent zich uitstekend om producten en diensten te testen en tot maturiteit te brengen, maar bedrijven botsen al snel op het beperkte marktpotentieel. We hebben nu eenmaal niet de afzetmogelijkheden van grote markten zoals de VS, of het internationale gewicht van het Verenigd Koninkrijk of Duitsland.

Bovendien telt België niet genoeg managers met expertise in internationaal schalen. We moeten meer internationale profielen die wel over die ervaring beschikken, aantrekken. Zulke managers brengen ook een internationaal netwerk mee. Daar zitten ook investeerders bij, die een uniek kwaliteitslabel vormen, waarmee start-ups dan weer nieuwe internationale klanten kunnen overtuigen.

Incubator

Dat schalen in België nog niet lukt, moeten we niet zien als een probleem, maar als een opportuniteit. Met een hoogopgeleide bevolking, een netwerk van toponderzoekers en een ongeëvenaarde expertise in innovatie en ontwikkeling kunnen we sterktes in overvloed uitspelen. Er is niets mis met ons specialiseren in het incuberen van start-ups en ze klaarmaken voor valorisatie als de tijd daarvoor rijp is.

Willen we als klein land een betekenisvolle rol spelen voor onze starters, dan moeten we focussen op waar we goed in zijn: innovatie.

Wat de verkoop opbrengt, vloeit meestal terug naar België in de vorm van investeringen in nieuwe projecten. Op die manier kan ons ecosysteem volwassener worden en komen we stap per stap dichter bij de mogelijkheid om bedrijven wel op eigen bodem te laten floreren. Terwijl we er nu in slagen bedrijven tot 50 miljoen euro omzet te laten groeien, wordt met een internationale visie tot 200 miljoen mogelijk, en op termijn zelfs 1 miljard.

Door niet te focussen op schalen wordt de mogelijkheid dat later wel te doen ironisch alleen maar groter. Daarvoor moeten we ons in de eerste plaats toeleggen op innovatie. Zo kunnen we uitgroeien tot een incubator van innovatieve start-ups die wereldwijd toonaangevend is.

Cruciaal daarbij is om de O&O (on­der­zoek en ont­wik­ke­ling) en de intellectuele eigendom van start-ups duurzaam in België te verankeren, ook al is het hoofdkwartier elders gevestigd en komt het kapitaal van over de oceaan. Het schoolvoorbeeld van die aanpak is het bedrijf van dokter Janssen, dat opgenomen werd in het grote Johnson & Johnson en zo internationaal kon doorgroeien. Het bedrijf blijft inzetten op de Belgische site wegens de innovatiekracht en het unieke ecosysteem van universiteiten, onderzoekers en satellietbedrijven.

Kortom, willen we als klein land een betekenisvolle rol spelen voor onze starters, dan moeten we focussen op dat waarin we goed zijn. Als dat betekent dat we techparels die levensvatbaar zijn geworden op Belgische bodem moeten uitzwaaien om onze positie als een wereldwijde incubator en hub voor technologische innovatie te verstevigen, dan is dat maar zo. So what?

Gesponsorde inhoud