opinie

Angst voor de onbekende

Professor vakgroep Wiskunde en Data Science van VUB en gespecialiseerd in wiskunde voor digitale toepassingen

Als we willen dat jongeren meer voor wetenschap, technologie, engineering en wiskunde kiezen, moeten we die richtingen ook meer zichtbaarheid geven in de maatschappij.

Het einde van het schooljaar luidt een welverdiende vakantie in voor onze schoolgaande jeugd. De 18-jarigen moeten tegelijk een van de meest bepalende keuzes in hun leven maken: wat wil ik later worden?

Sommigen kozen al een carrièrerichting rond hun twaalfde en vliegen er na het middelbaar meteen in. Voor anderen kan het nog alle kanten uit. Helaas kiezen in beide scenario’s te weinig studenten voor technisch vakmanschap of STEM-studies (Science, Technology, Engineering, Mathematics) in het hoger onderwijs. Voor dat laatste bengelen we zelfs aan de staart van Europa.

Tekenend voor de plaats van wetenschap in onze maatschappij: we benaderen ze met voorzichtigheid, preutsheid bijna.

Al enige jaren horen we noodkreten. Er is een nijpend tekort aan technisch geschoolde profielen op alle gebied: van leerkrachten, wetenschappers en ingenieurs tot technici en operatoren. Al in 2012 riep onze regering het STEM-platform in het leven om daar verandering in te proberen brengen. Het platform deed nuttig werk, met klemtonen op onderwijs en bijscholing. We zetten in op levenslang leren bij de werkende bevolking. En we hebben nu ook STEM-eindtermen en STEM-academies, die bijzonder waardevol zijn om jongeren in contact te brengen met techniek en wetenschap en ze te overtuigen voor die richtingen te kiezen.

De essentie

De auteur: Ann Dooms is professor vakgroep wiskunde en data science van de Vrije Universiteit Brussel. Ze is gespecialiseerd in wiskunde voor digitale toepassingen.

De kwestie: Nog altijd kiezen veel te weinig studenten voor technisch vakmanschap of STEM-studies.

Het voorstel: Maak wetenschap, technologie, engineering en wiskunde meer zichtbaar in het dagelijkse leven.

Ik was verheugd toen ik in het voorstel voor het nieuwe STEM-actieplan 2020-2030 las dat die acties worden versterkt. En dat de hulp van de media wordt ingeroepen om een breed publiek te bereiken en te werken aan een positieve beeldvorming en wetenschappelijk correcte informatiedoorstroming over STEM in populaire tv-programma’s. Ik kan dat alleen toejuichen. Zonder actief op zoek te gaan worden we ondergedompeld in pocheertechnieken en de finesses van het buitenspel (lijnenconstructies incluis), maar ik ben nog geen data scientist tegengekomen in 'Thuis'.

Ik ben nog geen data scientist tegengekomen in 'Thuis'. Hoeveel programma’s over STEM kan je dagelijks bekijken of kom je überhaupt al zappend tegen?

Hoeveel programma’s over STEM kan je dagelijks bekijken of kom je al zappend tegen? Er ligt nochtans een gigantische hoeveelheid aan inhoud voor het grijpen. Wie een beetje rondsnuistert, vindt zijn gading in tal van interessante podcasts, YouTube-kanalen en boeken. Er wordt vaak geopperd dat we zo de jeugd moeten bereiken, omdat ze nog amper lineair kijken. Maar zolang we STEM niet in het alledaagse tegenkomen, wordt het moeilijk het zaadje van de interesse te planten.

Zelfs als het zaadje wil ontkiemen, wordt het al eens per ongeluk gemaaid. Onlangs vond mijn zoon in de lokale bib een wetenschapspopulariserend boek dat hij leuk vond. Maar tot mijn ontsteltenis mocht hij het niet ontlenen op zijn kaart, omdat het tot de afdeling 18+ behoorde. Niet getreurd, denk je, want natuurlijk kon ik dat boek ontlenen. Maar helaas, het is ongelezen teruggekeerd. De perceptie dat het boek niet voor hem geschikt was, ontnam hem alle zin.

Het is tekenend voor de plaats van wetenschap in onze maatschappij. We benaderen ze met voorzichtigheid, preutsheid bijna. De media springen angstvallig om met hoe ze STEM-inhoud brengen. Het onderwerp wordt mooi opgeblonken, maar elke formule die ze zouden tonen, lijkt hun publiek te zullen halveren.

Tienerjaren

Het contrast met mijn tienerjaren is schril. Ik herinner me haarscherp een artikel dat ik in april 1995 als een fait divers aan de ontbijttafel las. De Britse wiskundige Andrew Wiles had na zeven jaar onafgebroken werken de laatste stelling van Fermat bewezen, een 300 jaar openstaand probleem dat hij had leren kennen op zijn tiende.

Vandaag is de formele taal bijna onbekend en dus onbemind, terwijl je zonder die taal amper computercode kan schrijven.

Ik heb de inleiding even voor u opgesnord. ‘Uit onze schooltijd kennen we allemaal de stelling van Pythagoras: het kwadraat van de lengte van de schuine zijde van een rechthoekige driehoek is gelijk aan de som van de kwadraten van de rechthoekszijden, in formulevorm: a²+ b² = c². Trio's met niet-gehele getallen (getallen met een deel na de komma) zijn gemakkelijk te vinden, maar het is veel leuker om oplossingen te zoeken met alleen maar gehele getallen. Dat zou je ook kunnen proberen met derde machten: zoek gehele getallen voor de onbekenden a, b en c die voldoen aan a³ + b³ = c³. Of met vierde machten, of in het algemeen met n-de machten: an + bn = cn. We weten nu dat je dit niet zal lukken voor n>2.’

Misschien werd zo de kiem voor mijn interesse in de wiskunde gelegd. Ik had alleszins geen angst voor de onbekende of variabele in een formule. Nu is de formele taal bijna onbekend en dus onbemind, terwijl je zonder die taal amper computercode kan schrijven.

Aan de media: durf STEM in alle facetten te omarmen! Aan de klas van '20-'21 en andere geïnteresseerden: ik sta klaar om je onder te dompelen in het hoe en het waarom van de wiskunde en data science, met formules en onbekenden uiteraard. Ik heb mijn STEM-droomjob al gevonden, nu jij nog! Tot volgend jaar?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud