opinie

Arbeidsbescherming hoeft niet bij het vuilnis in de gigeconomie

Veel schijnzelfstandigen in de gigeconomie ondervinden dat sociale bescherming geen luxe is in tijden van economische schokken. We moeten de gigbedrijven niet verketteren, maar afdwingen dat hun businessmodel steunt op intelligente en klantgerichte innovaties.

Uber, Deliveroo, en andere gigeconomiebedrijven zijn disruptief. Het is geweldig om een taxi te nemen waar en wanneer je die nodig hebt. Het voelt als luxe om met een paar tikjes op het scherm van je smartphone iets lekkers te eten te krijgen. Als consumenten willen we die service. Ook de producenten hebben er allicht iets bij te winnen. De taxisector is al veel te lang blijven steken in de analoge wereld en kan een digitale stroomstoot gebruiken. Restaurants vinden digitaal nieuwe afzetmarkten en kunnen op kalme avonden hun investeringen beter laten renderen.

Die bedrijven zijn kampioenen van de diversiteit in hun aanwervingsbeleid. Alle werkwilligen zijn welkom. Nergens spelen taal, afkomst of huidskleur een kleinere rol bij de aanwerving. Mensen worden aan het werk gezet, leren de lokale omgeving kennen en pikken dikwijls snel sociale en andere vaardigheden op. Op die manier bevorderen die bedrijven de integratie van laaggeschoolden en nieuwkomers in onze maatschappij. Het is dikwijls hun eerste job voor ze hun weg vinden naar geschiktere banen in de jungle van de arbeidsmarkt. 

Het businessmodel van de gigbedrijven zoekt in elk land bewust de rand van de fiscale en sociale wetgeving op en gaat daar dan los over.

Helaas zijn de gigbedrijven ook disruptief op een minder positieve manier. Het zakenmodel steunt niet alleen op nieuwe digitale technologie, maar vooral ook op het uitbuiten van de gigwerkers. Hier zou eigenlijk ‘werknemers’ moeten staan, en dat is het punt. Het businessmodel van de gigbedrijven zoekt in elk land bewust de rand van de fiscale en sociale wetgeving op en gaat daar dan los over. Ze behandelen de mensen die voor hen werken als zelfstandigen voor wie ze geen verantwoordelijkheid verschuldigd zijn, maar eisen tegelijk dat die mensen volledig aan het bedrijf gebonden zijn als werknemers.

Parabel

We weten dat al langer. In de prachtige film ‘Sorry we missed you’ (2019) van regisseur Ken Loach zien we hoe een gretige werkwillige kerel als pseudozelfstandige koerier in een vicieuze cirkel terechtkomt en zichzelf en zijn familie recht naar de ondergang rijdt. Het is een al te realistische parabel van het leven zonder sociale bescherming aan de onderkant van de gigeconomie. Waarom zien we werkeloos toe hoe die bedrijven in amper een paar jaar ons systeem van zorgvuldig opgebouwde arbeidsbescherming inruilen voor een waarbij mensen genadeloos tegen elkaar worden uitgespeeld door geconcentreerd kapitaal?

We zien hoe freelancers en schijnzelfstandigen tijdens de lockdown door de mazen van het sociale opvangnet glippen en in de sociale afgrond dreigen te glijden.

We hadden Uber, Deliveroo en vele andere al lang ter verantwoording moeten roepen. Moest het nu echt meer dan vijf jaar duren voor het Britse hooggerechtshof oordeelde dat Uber-chauffeurs werknemers zijn en niet zelfstandigen? De coronacrisis heeft ons gelukkig herinnerd aan het belang en de kracht van traditionele vormen van arbeidsbescherming. We zien hoe freelancers en schijnzelfstandigen tijdens de lockdown door de mazen van het sociale opvangnet glippen en in de sociale afgrond dreigen te glijden. Ook in Nederland en Duitsland kwamen de schijnzelfstandigestatuten onder vuur te liggen.

Ons West-Europese Rijnlandmodel staat al meer dan 70 jaar borg voor een sterke sociale en maatschappelijke solidariteit die ons samen veel welvaart en stabiliteit heeft gebracht. Het was echter al een tijdje bon ton om ons systeem af te breken wegens niet aangepast aan de vereisten van de moderne tijd. De trieste waarheid is dat we pas echt de waarde van iets begrijpen als we het niet meer hebben. Veel schijnzelfstandigen in de gigeconomie hebben ondervonden dat sociale bescherming geen luxe is in tijden van hevige economische schokken.

Flexibiliteit

Toch moeten we het kind niet met het badwater weggooien. In plaats van de gigbedrijven te verketteren, moeten we afdwingen dat hun businessmodel niet langer steunt op het ondergraven van arbeidsrechten, maar wel op de intelligente en klantgerichte innovaties die mogelijk worden door de digitale revolutie. Daarom moeten we echt werk maken van een beter aangepast arbeidsstatuut dat voldoende maar gelimiteerde arbeidsflexibiliteit toelaat en beloont, en garant staat voor een evenwichtige arbeidsrelatie met wederzijdse bescherming voor werkgevers en werknemers. Flexibiliteit heeft een prijs. Dat begrijpen we allemaal.

Tot slot moeten we ons afvragen waarom we onze maatschappelijke solidariteit zo gemakkelijk onder druk laten zetten door sterke concentraties buitenlands kapitaal, die als het goed gaat vooral hun aandeelhouders gelukkig maken, maar als het slecht afloopt een sociaal kerkhof achterlaten. Die buitenlandse bedrijven werken jaren met zware verliezen om marktdominantie te verwerven en daarna de kleine lokale concurrentie dood te knijpen en de consumenten uit te schudden. Laten we hopen dat lokale taxichauffeurs en restaurants erin slagen over hun eigen schaduw heen te springen en zich verenigen in productiecoöperaties om ons die superieure digitale diensten lokaal aan te bieden, zonder onze arbeidsbescherming bij het vuilnis te zetten. We zouden er allemaal beter van worden.

Koen Schoors, hoogleraar economie Universiteit Gent, en Koen Van De Putte, CEO van Olympus Mobility (een Mobility As A Service-bedrijf).

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud