opinie

Bankiers en handelaars zijn met de Chinezen nog niet klaar

Een betere illustratie van de platformeconomie dan in China heb ik nog niet gezien.

‘De toekomst is hier al’, alleen moet je soms naar de andere kant van de wereld om ze te zien. Ik zag de toekomst van het betalingsverkeer, of althans het ecosysteem waarin het zijn weg vindt. Ik moest - correctie: mocht - er wel voor naar China, dochterlief achterna, die er deelnam aan het WK Rope Skipping. Van een mondiale sport gesproken trouwens.

©Frank Toussaint

In Shanghai keken we letterlijk onze ogen uit. ‘Het is een andere wereld,’ hadden vrienden die er al eerder waren ons verteld. Dat was nog zacht uitgedrukt. En wij waren de ‘aliens’. Hadden we, telkens onze jongste dochter van tien gevraagd werd om op een selfie te figureren, 10 yuan gevraagd (omgerekend iets meer dan 1 euro), haar reis zou er omzeggens mee betaald geweest zijn.

We werden ook regelmatig aangestaard - iets wat Chinezen zonder gêne doen - als we cash of zelfs een betaalkaart bovenhaalden om aankopen te betalen. Daarvoor haalt de modale Chinees gewoon zijn smartphone boven. Om te betalen met zijn bank-app? Nee. Met WeChat (de lokale WhatsApp) of Alipay (betaaldienst van de gigant Alibaba). Zelfs bedelaars - al zie je die nauwelijks in het straatbeeld, de meeste mensen krijgen er wel één of andere vorm van werk - dragen er twee QR-codes. Eentje voor elk van beide apps, jawel.

Zelfs bedelaars dragen er twee QR-codes. Eentje voor WeChat en eentje voor AliPay.

Tickets tonen bij de ingang van een museum of historische site? Nee hoor, gewoon even de QR-code in je WeChat voor de scanner houden. Ook het scrollen door het aanbod van de populaire e-commerçanten gebeurt in steeds toenemende mate in WeChat. Met mini-apps die perfect geïntegreerd zijn in het dominante ecosysteem van eigenaar en reus-op-niet-zo-lemen-voeten Tencent. En dus ook het kopen gebeurt, met enkele kliks, in diezelfde app.

Laat dat als bankier of handelaar even bezinken. Aankopen doe je in de chat-app. Het betalingsverkeer verloopt overwegend via de chat-app. En al de data en de inzichten die eraan gekoppeld zijn, zitten dus in de databank - de bank die er in de toekomst echt toe zal doen - van een dominante technologiespeler. Een betere illustratie van de platformeconomie kan je niet krijgen.

‘Who owns the customer?’ Dat is de vraag die je je in een markteconomie moet blijven stellen.

Luxemburgse licentie

Alipay kreeg nog niet zo lang geleden zijn Luxemburgse licentie. Klaar om er - in eerste instantie zijn Chinese klanten in - Europa mee te bedienen. WeChat (we gebruiken het met ons vriendengroepje nog altijd) heeft zijn Europese ambities nog niet dik in de verf gezet. Maar dat is gewoon een kwestie van tijd.

Als financiële dienstverlener of e-commerce-speler moet je goed nadenken hoe je daar in de toekomst wil mee omgaan. Ga je blijven je eigen ecosysteem (proberen) uitbouwen en onderhouden? Of ga je slim inhaken op dominante platformen die de relatie met de klant, in veel meer dimensies dan de jouwe, stevig in handen hebben, met een klantcentrale focus die z’n gelijke vaak niet kent?

Blijf je je eigen ecosysteem uitbouwen en onderhouden? Of haak je slim in op dominante platformen die de relatie met de klant, in veel meer dimensies dan de jouwe, stevig in handen hebben?

Daar zijn waar de klant is, is het enige juiste kompas. En voor veel dienstverleners, zeker nieuwe, ben ik ervan overtuigd dat de tweede optie de beste is. Een optie die ook heel nieuwe kansen biedt overigens voor het vermarkten van je aanbod.

De richting die ik in China zag, is duidelijk. De manier waarop je het stuur van je organisatie daar naartoe wendt, zal bepalend zijn voor je relevantie als aanbieder van producten en diensten waarvoor je tot voor kort je eigen ecosysteem nog had. Het worden boeiende tijden. Correctie: het zijn extreme boeiende tijden. En de snelheid van de verandering in China is fenomenaal. De Chinezen komen eraan. Correctie: ze zijn hier al.

Lees verder

Tijd Connect