opinie

Startnota goed begin, maar cruciale details ontbreken

Bart Van Craeynest

In zowat alle analyses over de Belgische en de Vlaamse economie staan al jaren dezelfde beleidsaanbevelingen: meer mensen aan het werk, meer investeringen in infrastructuur, een grotere focus op innovatie, de aanpak van het fileprobleem en een economisch verstandiger belastingstelsel. Dat die punten de rode draad vormen in de economische plannen in de Vlaamse startnota van informateur Bart De Wever (N-VA), is dus toe te juichen. Maar het is ook makkelijk.

Weinig economen of politici vinden dat we moeten mikken op minder mensen aan het werk, minder investeringen of nog wat onzinnige belastingen - hoewel op dat laatste vlak geregeld concrete voorstellen worden gelanceerd. De vraag is vooral hoe je die doelstellingen wil realiseren. En die beantwoordt de startnota niet. Het is wachten op de details in het regeerakkoord.

Voor politici blijkt weinig makkelijker dan banen in het vooruitzicht stellen. Guy Verhofstadt (Open VLD) beloofde er 200.000 extra in België, De Wever gaat nu voor 120.000 in Vlaanderen. Maar zulke beloftes zijn niet zinvol. Hoeveel jobs er de komende vijf jaar in Vlaanderen bij komen, hangt toch vooral af van het internationale conjunctuurklimaat. En dat ziet er niet meteen rooskleurig uit.

Dat de volgende Vlaamse regering een investeringsregering moet zijn, is alvast een goed uitgangspunt.

Aan die conjunctuurschommelingen kan de Vlaamse regering weinig doen. Ze focust beter op een efficiëntere arbeidsmarkt. De marge voor verbetering is groot. Een op de vier Vlaamse 20- tot 64-jarigen is niet aan het werk, terwijl duizenden vacatures niet ingevuld raken. De startnota wijst terecht op de nood aan meer opleidingsinspanningen voor alle niet-werkenden - niet alleen de werkzoekenden - en denkt aan een grotere rol voor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB). Maar voor een echt performante arbeidsmarkt is veel meer nodig, waaronder fiscale incentives om werken interessanter te maken of bredere inspanningen voor duaal leren.

Meer investeren is een andere logische belofte. De Belgische overheden, ook de Vlaamse, investeren al decennia te weinig. Om onze economie te versterken is dringend een inhaalbeweging nodig. De startnota belooft meer investeringen in infrastructuur, onderwijs, innovatie, zorg en huisvesting. Het pijnpunt is uiteraard de financiering. Dat de Vlaamse regering zal moeten besparen en kiezen, zoals de nota aangeeft, staat vast. Zonder concreter financieringsplan is het onmogelijk de haalbaarheid van de beloftes te evalueren. Maar dat de volgende Vlaamse regering een investeringsregering moet zijn, is alvast een goed uitgangspunt.

Verstandiger

De derde grote economische werf in de startnota is een belangrijke Vlaamse belastinghervorming. Het gaat om bijsturingen in de woonfiscaliteit, de verkeersfiscaliteit en de erfbelasting.

In de woonfiscaliteit wordt de woonbonus afgeschaft en dalen de registratierechten. Het is al langer duidelijk dat de woonbonus zijn doel om starters op de vastgoedmarkt te helpen niet kan waarmaken. Integendeel, de bonus leidde vooral tot hogere vastgoedprijzen. Hoge registratierechten verstoren dan weer de werking van de vastgoedmarkt en hinderen de mobiliteit. De voorgestelde hervorming van de woonfiscaliteit draagt dan ook bij tot een economisch verstandiger belastingstelsel.

Voor een echt performante arbeidsmarkt hebben we nood aan fiscale incentives om werken interessanter te maken.

Dat is minder het geval voor de andere voorstellen. Een groenere verkeersfiscaliteit is een goed idee in het kader van de klimaatdoelstellingen, maar economisch ligt de grootste potentiële impact in de aanpak van de files. Een slimme kilometerheffing is daarbij cruciaal, maar daarover staat in de nota niets. En de verlaging van de erfbelasting mag dan voor de meeste Vlamingen fijn nieuws zijn, ze draagt weinig bij tot een efficiëntere economie.

Besluit: met deze maatregelen is het moeilijk te spreken van een belastinghervorming die onze economie echt versterkt. Daarvoor ontbreken onder meer fiscale ingrepen om werken interessanter te maken, waarvoor Vlaanderen zijn fiscale autonomie kan gebruiken.

De startnota is natuurlijk maar een begin. Economisch gaan de grote lijnen de goede kant uit, maar het blijft wachten op de concrete invulling. En het financiële plaatje ligt een pak moeilijker dan de vage verwijzingen in de nota doen uitschijnen.

Lees verder

Tijd Connect