opinie

Bedreigen welvaartsziektes onze welvaart?

Terwijl almaar meer Belgen aan welvaartsziektes als diabetes type 2 lijden, rijst de vraag of de ziekteverzekering daarvoor moet en kan blijven opdraaien. Wij zeggen van wel, al moet destrategie van de overheid de komende legislatuur anders.

Overvloed werd de voorbije decennia dodelijker dan schaarste. Terwijl de levensverwachting blijft stijgen, wordt meer dan de helft van alle sterfgevallen in ons land veroorzaakt door welvaartsziektes zoals bepaalde types kanker, type 2-diabetes en hart- en vaatziekten die rechtstreeks in verband kunnen worden gebracht met obesitas. In welvarende samenlevingen zoals de onze is de verleiding om de ongezonde keuze te maken nooit ver weg. Soms uit noodzaak, soms uit onwetendheid, soms uit pure goesting.

Dat kost de ziekteverzekering uiteraard handenvol geld. In een context waar de vraag naar gezondheidszorg groter wordt en de middelen niet oneindig zijn, rijst de vraag of de sociale zekerheid nog moet opdraaien voor de behandeling van op het eerste gezicht vermijdbare aandoeningen. Want wat we uitgeven voor behandeling X, kunnen we niet langer spenderen aan behandeling Y. Schuilt achter het recht op gezondheidszorg dus ook een impliciete plicht om gezond te leven?

De sociale zekerheid heeft nooit rekening gehouden met de vraag wie schuld treft voor een ziekte. Maar dat kan weleens veranderen.

We bouwden onze sociale bescherming in het begin van de 20ste eeuw uit om burgers te beschermen tegen risico’s als werkloosheid, arbeidsongevallen en ziekte. De vraag wie schuld treft, die van de individuele verantwoordelijkheid, is nooit een leidraad geweest in de organisatie van de sociale zekerheid.

Maar dat kan weleens veranderen. Ten eerste omdat behandelbare welvaartsziektes, alle informatie en preventiecampagnes ten spijt, nog altijd in de lift zitten en een groeiend aandeel van onze ziekteverzekering opeisen. En ten tweede omdat we dankzij de vooruitgang van de wetenschap een veel fijner beeld krijgen van de oorzaak van aandoeningen, waardoor nieuwe ziektebeelden worden ontdekt en ook nieuwe behandelopties kunnen worden ontwikkeld.

Neem niet-alcoholische steatohepatitis, of kortweg NASH. Dat is een ernstige, nog weinig gekende leveraandoening die vooral veroorzaakt wordt door een ongezonde levensstijl (en in mindere mate door onze genetische aanleg). We schatten dat meer dan 300.000 Belgen NASH hebben, en dat een op de drie in een ernstiger stadium zit dat kan leiden tot leverfalen en, wanneer onbehandeld, de dood.

Wie in dat stadium zit, kijkt aan tegen een verminderde levenskwaliteit van minstens 30 procent en is daardoor 20 procent meer afwezig op het werk. Maar een op de tien slaagt erin zijn levensstijl voldoende te veranderen om de ziekte te stabiliseren of terug te duwen. Zullen we die 90 procent achterblijvers in de toekomst aan hun lot overlaten, ook als nieuwe medicijnen voorhanden zijn?

Economisch argument

We hopen ten stelligste van niet. Patiënten overmatig responsabiliseren is om te beginnen vrij delicaat. Onze levensstijl wordt vooral bepaald door omgevingsfactoren, zoals de scholingsgraad van onze ouders, de gemeenschap(pen) waartoe we behoren en de buurt waarin we opgroeien. Onze aanleg om een aandoening of een verslaving (zoals aan ongezond eten en drugs) te ontwikkelen, is ook genetisch bepaald. Kortom, daarop hebben we als individu weinig vat.

Uiteraard - en gelukkig maar - beschikken we over een zekere keuzevrijheid, maar die verschilt enorm van persoon tot persoon, en is sowieso veel beperkter dan de meesten aannemen. Billijk lijkt een beleid dat mensen uitsluit van de solidaire ziekteverzekering op basis van zogezegde individuele keuzes dus hoegenaamd niet.

Als dat ethisch argument niet overtuigend is, dan misschien wel een economisch. Volgens onze eerste berekeningen kost NASH de ziekteverzekering al tussen 100 en 400 miljoen euro, terwijl de indirecte maatschappelijke kosten in de vorm van een verminderde productiviteit daar een veelvoud van zijn. Als investeren in doelmatige preventie en kosteneffectieve behandelingsopties een deel van die directe (minder kostelijke levertransplantaties bijvoorbeeld) en indirecte (minder absenteïsme) maatschappelijke kosten kan vermijden, zijn we er allemaal bij gebaat die patiënten te helpen, los van de schuldvraag.

Met de verwachte stijging van welvaartsziektes doen beleidsmakers er goed aan hun beleidsplannen voor de volgende legislatuur te hernieuwen. Preventie is en blijft de meest aangewezen strategie, maar moet de burgers meer dan vandaag helpen hun gezondheid en levensstijl in eigen handen te nemen. Dat kan door in de opleiding van zorgverleners patiënt-coachingmodules op te nemen, en door de tijd die zorgverleners nemen om hun patiënten te begeleiden naar waarde te schatten.

Het basisonderwijs moet veel meer inzetten op gezondheidskennis om ziektes te voorkomen.

Dat kan door detectieprogramma’s uit te werken en patiënten en zorgverleners aan te zetten informatietechnologieën waarvan de impact bewezen is te gebruiken. Dat kan door in het basisonderwijs veel meer gezondheidskennis, basisvaardigheden en reflexen (zoals de gezonde voedingskeuze) aan te leren. Dat kan door patiënten te belonen als ze jaarlijks naar de huis- en tandarts gaan voor een algemene check-up. En dat kan door te investeren in een betere gegevensverzameling om de ziektebeelden en de impact van beleidsinitiatieven op te volgen en waar en wanneer nodig bij te stellen.

Met de juiste beleidsstrategie hoeven welvaartsziektes geen gevaar voor onze welvaart te betekenen en houden we onze ziekteverzekering voor iedereen toegankelijk. We zullen er allen wel bij varen.

Opinie ondertekend door: Lieven Annemans (Universiteit Gent), Sven Francque (Universiteit Antwerpen), Nicols Lanthier (Université Catholique de Louvain), Brieuc Van Damme (consultant) en Pieter Vandekerckhove (Erasmus Universiteit Rotterdam).

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n