opinie

Begraaf het sociaal ondernemen niet

Het schandaal rond Let’s Go Urban stelt ook de vraag scherp of een middenveldorganisatie tegelijk ‘sociaal’ en ‘ondernemend’ kan zijn. Het antwoord is ja.

Naast de terechte verontwaardiging over de zaak Let’s Go Urban en het oneigenlijke gebruik van overheidsgeld, wordt vanuit een bepaalde hoek het ganse ‘subsidieslurpende’ middenveld in het vizier genomen: les scandales sont faits pour s’en servir. Steeds meer komt ook de politiek in een kwalijk daglicht: miljoenen aan subsidies geven gaat blijkbaar vlotter dan controleren hoe deze middelen gebruikt worden. Het te makkelijke excuus dat ‘de fraudeur in de eerste plaats verantwoordelijk is’ moet maskeren dat ook de subsidiërende overheid boter op het hoofd heeft.

Sociaal ondernemen kan leiden tot ‘missiedrift’, door een te grote focus op de inkomsten en het ‘in de markt zetten’ van de organisatie.

Dit schandaal voedt, iets verder weg van de tribune, een fundamenteel debat: kan een middenveldorganisatie tegelijk ‘sociaal’ én ‘ondernemend’ zijn? De vrees is immers dat als sociale middenveldorganisaties zich steeds meer als ondernemers (moeten) gaan gedragen, ze hun sociale doelstellingen uit het oog dreigen te verliezen. Sociaal ondernemen kan leiden tot ‘missiedrift’, door een te grote focus op de inkomsten en het ‘in de markt zetten’ van de organisatie. Let’s Go Urban is daar een schoolvoorbeeld van: een prestigeproject in de ogen van heel wat politici (én bedrijfsleiders) die gul met geld over de brug kwamen, een organisatie die dankbaar de hand open hield maar kennelijk te weinig aandacht had voor de principes van goed bestuur.

De essentie

  • De auteurs
  • Ben Suykens en Bram Verschuere zijn postdoctoraal onderzoeker en professor bestuurskunde aan UGent en deden onderzoek naar de 'vermarkting' van middenveldorganisaties.
  • De kwestie
  • De zaak Let's Go Urban zet het sociaal ondernemerschap in een slecht daglicht.
  • Het voorstel
  • Sociaal ondernemen kan leiden tot ‘missiedrift’, door een te grote focus op de inkomsten en het ‘in de markt zetten’ van de organisatie. Daar moet over gewaakt worden.

Het mag duidelijk zijn: dit voorbeeld geeft munitie aan zij die niet geloven in sociaal ondernemerschap. Zij verzetten zich tegen het dominante idee dat de ‘markt’ een goed (lees: het beste) organisatiemodel is voor publieke dienstverlening. Immers, doorgedreven middelencompetitie en prestatiemetingen maakt dat middenveldorganisaties niet meer kunnen doen wat ze zouden moeten doen: klaar staan voor de meest kwetsbaren (want de return on investment is te laag), en aan de bel trekken als de overheid de noden van bepaalde doelgroepen verwaarloost (want men bijt niet in de hand die voedt).

Commercie

Moeten we in de nasleep van het Let’s Go Urban-schandaal het concept ‘sociaal ondernemerschap’ dan maar volledig afserveren? Zeker niet.

Dat sociale ondernemers subsidies moeten verantwoorden op basis van prestaties, is evident. Dat prestaties niet altijd meetbaar zijn, is ook evident.

Ten eerste valt het zeker in Vlaanderen nogal mee, dat ‘bedrijfsmatig’ werken door sociale middenveldorganisaties. Tot nader order zijn socioculturele organisaties of welzijnsorganisaties nog niet veroordeeld tot commercie: het gros van de inkomsten komt via subsidies. Dat ze die subsidies moeten verantwoorden op basis van prestaties, is evident. Dat prestaties niet altijd meetbaar zijn, is ook evident: hoe meet je bijvoorbeeld de bijdrage van de jeugdbeweging aan het sociaal kapitaal in de gemeente?

Ten tweede kan sociaal ondernemerschap, vanuit een positieve agenda, een meerwaarde zijn voor bepaalde middenveldorganisaties. Neem de sociale werkplaatsen die in de jaren ’80 uit experimentele projecten in het sociaal werkveld ontstonden. Zij moeten maatschappelijk kwetsbare mensen verenigen rond een economische activiteit, opleiden en uiteindelijk laten doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. De producten die ze maken worden verkocht (met winst!).

Mooie synthese

Het is een mooie synthese van ‘sociaal’ en ‘ondernemen’: sociale werkplaatsen zijn voor de helft van hun inkomsten afhankelijk van hun eigen productie, en kwetsbare mensen krijgen een zinvolle besteding die zelfs voor enige fierheid zorgt: mensen kunnen ‘hun’ producten verkopen, en ze leren bij. Alertheid dat het economische niet de overhand neemt van het sociale blijft aangewezen, maar dit voorbeeld, dat ondertussen ook in andere sectoren is toegepast, toont aan dat ‘sociaal ondernemen’ met maatschappelijk kwetsbare mensen kan.

Het voorbeeld van de sociale werkplaatsen, dat ook in andere sectoren is toegepast, toont aan dat ‘sociaal ondernemen’ met maatschappelijk kwetsbare mensen kan.

Laat het ons dus vooral hebben over ‘verantwoord’ sociaal ondernemen. Dat betekent: vertrekken vanuit de eigen missie en bestaansreden. In het geval van sociale werkplaatsen was de observatie dat veel kwetsbare mensen niet aan de bak komen op de reguliere arbeidsmarkt, maar daar eigenlijk wel een plaats hebben. Ondernemen in deze context moet dan ook steeds een middel zijn om het sociale doel te verwezenlijken. Niet andersom. Het betekent ook: ondernemerschap claimen. Vertaal het, maak het op maat, kantel het in zoals u denkt dat het uw organisatie het best kan ondersteunen.

Terugkomend op de sociale werkplaatsen: het is de arbeid die op maat van de doelgroep georganiseerd moet worden. Niet andersom. Indien deze voorwaarden niet vervuld zijn, dan loopt een sociale middenveldorganisatie inderdaad het risico dat sociaal ondernemen haar bestaansreden ondergraaft. Wordt het echter op een intelligente manier toegepast, dan kan sociaal ondernemen de bestaansreden (en daarmee samenhangend het maatschappelijk vertrouwen in de organisatie) net versterken.

Ben Suykens en Bram Verschuere

Postdoctoraal onderzoeker en professor bestuurskunde aan UGent. Deden onderzoek naar de 'vermarkting' van middenveldorganisaties.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud