opinie

Beleeft het klimaat zijn Lehman Brothers-moment?

Assistant Professor of Finance, KU Leuven

Ratingagentschappen slagen er niet in een coherent beeld te geven van ESG-aandelen. Door dat gebrek aan transparantie riskeert de industrie een nieuw Lehman Brothers-moment.

De afgelopen jaren ging enorm veel aandacht naar het klimaat, mede dankzij betogingen in de hele wereld. In lijn daarmee is op de financiële markten de vraag naar ESG-aandelen sterk gestegen. ESG staat voor Environmental, Social en Governance, de drie centrale factoren die de duurzaamheid van een belegging meten. Institutionele beleggers spelen in op die vraag door veel fondsen aan te bieden die ‘groen’ beleggen. Veel fondsbeheerders beleggen echter vaak in aandelen die niet onder die categorie vallen. Hoe komt dat? En wat kunnen we eraan doen?

Het feit dat de ESG-rating zoveel van de kooporders van beleggers bepaalt, zeker wanneer er geen unanimiteit is over die rating, moet zorgen baren.

Wat moeten we onder ‘groen’ verstaan? Op het eerste gezicht lijkt dat een eenvoudige vraag, maar in de praktijk is het niet vanzelfsprekend. Ratingagentschappen zoals Moody’s, Standard & Poor’s en MSCI geven hun mening (rating) over hoe ‘ESG-vriendelijk’ aandelen zijn. Beleggers kunnen de ratings van die ESG-ratingagentschappen gebruiken om het beleggersuniversum beter te definiëren, van bruin tot donkergroen.

Maar net als in de financiële crisis van 2008 slagen de ratingagentschappen er niet in een coherent beeld te geven van de bedrijven. Van alle bedrijven die ze volgen en een ESG-score geven, krijgt maar de helft dezelfde score voor milieu, 42 procent dezelfde score voor het sociale en 30 procent dezelfde score voor deugdelijk bestuur. Het is bovendien erg moeilijk te achterhalen waar die verschillen precies vandaan komen.

De essentie

  • De auteur
  • Gertjan Verdickt is assistant professor of finance aan de KU Leuven.
  • De kwestie
  • Op de financiële markten is de vraag naar ESG-aandelen sterk gestegen. ESG staat voor Environmental, Social en Governance, de drie centrale factoren die de duurzaamheid van een belegging meten. 
  • De conclusie
  • Er zijn bij het ESG-gebeuren zo veel verschillen, zo weinig transparantie, en zo veel gevolgen voor bedrijven en beleggers dat het net als het debacle met de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in 2008 de economie zou kunnen scheeftrekken.

Dat probleem is niet zo onschuldig. Als we de ESG-ratings van een bepaald ratingbureau nemen, zien we dat ‘donkergroene’ aandelen (met een zeer hoge ESG-score) het significant beter deden dan de bruine tegenhangers. Maar als we naar het verschil in beursrendement kijken, zien we dat dat gedreven wordt door klimaatnieuws en vooral door de instroom van de beleggers. Het verschil in bedrijfsprestaties (zoals de winstgevendheid, de grootte en het risicoprofiel) tussen donkergroen en bruin is verwaarloosbaar, ze zijn gemiddeld gezien hetzelfde.

Transparantie

Dat de ESG-rating de kooporders van beleggers zo zwaar bepaalt, zeker als er geen unanimiteit is over de rating, moet wel zorgen baren. Het betekent dat een ESG-ratingbureau een directe impact heeft op bedrijven. Want als het ‘bruine’ bedrijf (althans volgens dat agentschap) geld wil ophalen, moet het dat doen tegen slechtere voorwaarden dan het ‘groene’ bedrijf. Als we die bevinding koppelen aan het gebrek aan transparantie over de ESG-ratings en de erg lage overeenkomst tussen ratingkantoren, riskeert de industrie een nieuw Lehman Brothers-moment, zij het een dat meer op de achtergrond speelt.

Tijdens de financiële crisis van 2008 gaven de ratingagentschappen ratings aan CDO's, obli­ga­tie­le­ningen met als on­der­pand een pak­ket ri­si­co­vol­le hypotheekobligaties. De ratings weerspiegelden uiteindelijk niet de onderliggende waarde van het product, omdat ze altijd de hoogste rating kregen. Je krijgt een gelijkaardig gevoel als je naar ESG kijkt. Zo veel verschillen, zo weinig transparantie en zo veel gevolgen voor bedrijven en beleggers, dat ook ESG een scheeftrekking van de economie kan veroorzaken.

Zijn beleggers bereid minder rendement te aanvaarden om het klimaat te verbeteren?

Moet de regelgever daarop inspelen? Ja. Een recent onderzoek uit Zweden toont aan dat gezinnen die meer belang hechten aan het milieu niet in de richting van groenere aandelen worden geduwd. De reden daarvoor is een gebrek aan informatie. Gezinnen die informatie zochten, zijn meer geneigd hun eigen waarden en normen in hun portefeuille te laten spreken. Inspelen op financiële geletterdheid en transparante informatie over ESG moeten bij de beurswaakhond FSMA dus bovenaan op de agenda staan.

Waarom beleggen donkergroene fondsen dan nog in bruine aandelen? Omdat het rendement van die bruine aandelen niet wordt gedreven door trends, zoals de aandacht voor het klimaat in het nieuws of een hogere vraag naar ESG-aandelen. Er spelen twee andere fenomenen. Beleggers negeren vaker de bruine aandelen (of sin stocks), waardoor er vaker koopjes te doen zijn. En als de belegger aandelen koopt waar de ratingagentschappen het het meest oneens over zijn, kan hij ook een hoger rendement halen. En op het einde van de rit worden beheerders afgerekend op hun rendement tegenover de markt.

Dan rijst de vraag: zijn beleggers bereid minder rendement te aanvaarden om het klimaat te verbeteren?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud