opinie

België is niet voorbereid op de grimmigheid na de oorlog

Vicedecaan onderzoek VUB Brussels School of Governance en senior research fellow Egmont Instituut

De oorlog in Oekraïne heeft de wereld grimmiger gemaakt. Het is hoog tijd dat we ons beleid en onze defensie daarop afstemmen.

De aanhoudende bombardementen op Oekraïne wekken de indruk dat de oorlog uitzichtloos is geworden. Ondertussen laten de economische en politieke gevolgen zich overal almaar sterker voelen. De verdwaalde raket die twee weken geleden in Polen insloeg, herinnert eraan dat de oorlog snel kan uitmonden in een grootschalig conflict waarbij de hele NAVO betrokken raakt. Sowieso luidt de oorlog een fundamenteel moeilijker tijdperk in, met alle beleidsgevolgen van dien.

De essentie

  • De auteur
    Alexander Mattelaer is vicedecaan onderzoek aan de VUB Brussels School of Governance en senior research fellow aan het Egmontinstituut.
  • De vaststelling
    Hoe lang de oorlog in Oekraïne ook duurt, de wereld komt er grimmiger en meer verdeeld uit.
  • De conclusie
    We moeten ons beleid en onze defensie dringend op die nieuwe realiteit afstemmen.

Paradoxaal genoeg valt vandaag aan Oekraïense kant veelal goed nieuws te melden. Dankzij het hevige militaire verzet is het oorspronkelijke plan van de Russische invasie geflopt. Dat Oekraïne nog bestaat, is al een overwinning op zich. Het succesvolle tegenoffensief ten oosten van Charkov in september en de recente bevrijding van Cherson en de westelijke oever van de Dnjepr tonen aan dat de Oekraïense strijdkrachten met voldoende bevoorrading in staat zijn het bezette territorium stap voor stap te heroveren. De bevrijding van elk stukje bezet gebied is steevast een morele opsteker, ondanks de gruwel die zich er heeft afgespeeld.

Minder goed nieuws is dat Rusland niet opgeeft en met een verdere escalatie dreigt. Vandaag mikt Rusland vooral op het bestendigen van de veroverde landbrug die de Krim met het Russische moederland verbindt. Nieuwe rekruten worden gemobiliseerd om de geannexeerde gebieden te verdedigen. Daarnaast proberen de Russen het Oekraïense verzet murw te slaan met strategische bombardementen die systematisch cruciale infrastructuur, met name de water- en elektriciteitsvoorzieningen, vernietigen. President Vladimir Poetin dreigt bovendien expliciet met de mogelijke inzet van massavernietigingswapens, met inbegrip van zijn imposante nucleaire arsenaal.

Drie toekomstscenario’s

Uit die machtsbalans vloeien drie toekomstscenario’s voort. In het eerste scenario komt meer ruimte voor onderhandelingen naarmate de Russische doelstellingen onhaalbaar blijken. Daarbij wil Kiev het eigen territorium weer in handen krijgen en extra veiligheidsgaranties verkrijgen. Die eisen staan haaks op wat Rusland hoopte te bereiken, maar intussen kan de Oekraïense regering relatief sterk aan de onderhandelingstafel plaatsnemen.

Het tweede scenario is een militaire uitputtingsslag, die verder gaat tot een van beide partijen de handdoek in de ring gooit. Aldus gaan politieke en militaire activiteiten vandaag hand in hand.

Het derde scenario is een horizontale of verticale escalatie. Rusland zou de bevoorradingslijnen naar Oekraïne op NAVO-grondgebied onder vuur kunnen nemen, of de bombardementen op Kiev en andere steden verder opdrijven. Het is niet ondenkbaar dat de nucleaire drempel daarbij wordt overschreden.

Vandaag bestaat de westerse strategie erin verdere escalatie af te schrikken en Oekraïne in de uitputtingsslag te blijven steunen, om zo een voor Kiev aanvaardbaar staakt-het-vuren mogelijk te maken. De volgorde is belangrijk: zonder geloofwaardige afschrikking dreigt escalatie, zonder genoeg steun kan Oekraïne de strijd niet volhouden, en zonder genoeg Russische uitputting is geen duurzame vrede mogelijk.

Het in juni 2022 goedgekeurde defensieplan stelt nog onomwonden dat tot 2030 gewapende conflicten tussen staten onwaarschijnlijk zijn.

Tegen die achtergrond moeten we NAVO-oefeningen als Steadfast Noon interpreteren. Ze maken dat escalatie tegen de NAVO niet kan lonen en verlenen de vrijheid van handelen om Oekraïne te blijven steunen. De delicaatste kwestie is dat het scenario van nucleaire escalatie op Oekraïens grondgebied misschien niet af te schrikken valt, net omdat er een moment kan komen waarop Poetin nog weinig te verliezen heeft. Dat doet de vraag rijzen hoe Oekraïne en de westerse partners reageren als het zover is.

Ondanks de evenwichtsoefening die zo'n strategie vereist, lijkt in Belgische beleidskringen vooralsnog weinig sprake van urgentiebesef. Ongeacht hoelang de oorlog nog duurt, de wereld zal er nadien grimmiger en meer verdeeld uitzien. De parlementaire debatten laten niet vermoeden dat men volop bezig is het beleid af te stemmen op die nieuwe realiteit.

De versterking van onze defensie gaat voort in het trage tempo dat voor de oorlog werd uitgestippeld. Het in juni 2022 goedgekeurde defensieplan stelt nog onomwonden dat ‘gewapende conflicten tussen staten tussen nu en 2030 onwaarschijnlijk zijn’. En onze diplomaten bereiden lopende dossiers zoals het EU-voorzitterschap in 2024 wel goed voor, maar ons buitenlands beleid lijkt nog terug te deinzen voor de meest netelige kwesties die de oorlog veroorzaakt, zoals de vraag hoe we het hoofd bieden aan een verdere escalatie en aan het uiteenvallen van de mondialisering.

Om het land voor te bereiden op de moeilijkere toekomst in de komende decennia zijn een herijking en een herkapitalisering van ons buitenlands beleid en ons defensiebeleid nodig. Waarop wachten we?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud