opinie

België kan trendsetter worden in de aanpak van extreme armoede

Maarten Goethals

De geldstromen van de ontwikkelingshulp komen nu vooral de plaatselijke elites ten goede. Er is een andere aanpak nodig. Er moeten meer middelen rechtstreeks naar mensen in extreme armoede gaan, en nog minder middelen naar allerhande tussenschakels.

Toegegeven, extreme armoede is een koppig probleem. Maar de recepten die we momenteel massaal inzetten in de internationale samenwerking werken niet. De Wereldbank en het African Investigative Publishing Collective (AIPC) toonden al herhaaldelijk aan dat de huidige geldstromen vooral lokale elites versterken. Ook microfinanciering - zo bewees Esther Duflo al in 2011 - blijkt maar in 5 procent van de gevallen tot beter ondernemerschap te leiden.

Toch blijven ngo’s en bedrijven jaar na jaar inzetten op die methodes en investeert de overheid er zelfs meer dan 1 miljard euro Belgisch belastinggeld in. Dat bedrag is zeker niet te hoog, maar het is wel onbegrijpelijk dat innovatieve projecten die veel beter werken amper gefinancierd worden.

©rv

Eight.world toonde in een vernieuwend proefproject tussen januari 2017 en januari 2019 opnieuw aan wat professor Guy Standing in Namibië en India al eerder bewees. Door rechtstreeks en onvoorwaardelijk geld te geven aan iedereen in een dorp - vrouwen, mannen en kinderen - stimuleer je ondernemerschap, gaan veel meer kinderen naar school, worden mensen gezonder en veerkrachtiger en kan worden gespaard.

De verklaring is simpel: mensen in extreme armoede zitten in een overlevingsmodus en hebben geen mentale ruimte om te ondernemen. Onvoorwaardelijke cash biedt deze mensen de mentale ruimte waarmee ze zelf meerwaarde kunnen creëren. Dat mensen lui worden van dat gekregen geld of het opbrassen aan alcohol blijkt een mythe.

Drie stappen

Over de hele wereld tonen vergelijkbare proefprojecten dat onvoorwaardelijke cashtransfers de sleutel zijn in de strijd tegen extreme armoede. Met volgende drie stappen kan België het verschil maken.

Allereerst kan de overheid bij de regeringsvorming een nieuwe budgetlijn openen waarmee maandelijks onvoorwaardelijke cashtransfers rechtstreeks naar mensen in extreme armoede worden gestuurd. Parallel daaraan moeten meer middelen worden vrijgemaakt voor academisch onderzoek. De knowhow is er nu al - onder meer bij Eight.world - maar volgehouden onderzoek naar de effectiviteit moet helpen binnen vijf jaar naar een volgende schaal door te groeien, met nog meer middelen die rechtstreeks naar mensen in extreme armoede vloeien en nog minder geld dat bij allerhande tussenschakels blijft hangen.

Als de overheid, de ngo’s en de bedrijven samen inzetten op onvoorwaardelijke cash-transfers, zetten we een enorme stap voorwaarts in de strijd tegen extreme armoede.

Ten tweede kunnen de Belgische ngo’s een deel van de subsidies die ze van de overheid ontvangen, gebruiken om met cashtransfers te experimenteren. Ze kunnen die koppelen aan hun eigen specifieke expertise op het vlak van ondernemerschap, sociale bescherming en de toegang tot water, gezondheid en scholing. We weten dat dergelijke koppelingen een 1+1=3-effect kunnen hebben, maar gedurfd pioniers- en onderzoekswerk is dringend nodig.

Ten slotte kunnen Belgische bedrijfsleiders - zoals Françoise Chombar van Melexis al in 2017 deed - met een frisse blik naar de manier kijken waarop ze duurzaam (willen) ondernemen. Via rechtstreekse cashtransfers kunnen ze hun impact drastisch verhogen, aantoonbaar bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen van de VN en op de eerste rij zitten tijdens deze fascinerende transformatie.

Als de overheid, de ngo’s en de bedrijven samen inzetten op onvoorwaardelijke cashtransfers zetten we gegarandeerd een enorme stap voorwaarts in de strijd tegen extreme armoede. Wie kan daartegen zijn?

Lees verder

Tijd Connect