opinie

België krijgt de CEO's die het verdient

Op een dag vind je de job van je leven? Met het vertrek van Dominique Leroy is meer aan de hand dan dat, schrijft Isabel Albers.

Geachte mevrouw Leroy,

Beste Dominique,

Dat u altijd gedroomd had van een carrière in het buitenland, zei u, over uw reden van vertrek bij Proximus. En dat u, nu uw kinderen ouder zijn, niet meer elke dag thuis hoeft te zijn. Heerlijk. Het is wachten op de eerste mannelijke CEO die ook gezinsargumenten aangeeft op dat niveau. En toch is er meer aan de hand dan uw kinderen die nu op eigen benen staan.

België krijgt de CEO’s die het verdient. U zult het nooit zo verwoorden in uw weloverwogen en diplomatische stijl, maar uw vertrek is ook een welgemikte middelvinger naar het ‘court-termisme’, zoals u het kortetermijndenken steevast benoemt, in de Belgische politiek.

Een digitale transformatie realiseren in de tanker die Belgacom was, investeren in nieuwe diensten in een sector die nog sneller verandert dan de snelste glasvezel, en tegelijk toch elk jaar aan uw overheidsaandeelhouder een royaal dividend moeten ophoesten, was op zich al een huzarenstuk. Dat diezelfde ministers die die dividenden eisten om hun begrotingstekorten te dempen u vervolgens met de lichtheid van een donspluimpje afschoten in ochtendlijke radio-interviews als u tarieven moest verhogen, daaraan stoorde u zich mateloos.

Uw vertrek is ook een welgemikte middelvinger naar het ‘court-termisme’, zoals u het kortetermijndenken steevast benoemt, in de Belgische politiek.

De autonomie van de bedrijfsvoering werd doorkruist door de politiek. De discussie over een vierde speler ging niet over business- en consumentenbehoeften, maar werd een politiek spel van profilerende ministers. De tocht naar 5G, dat ons als landje mee moet laten drijven op het ritme van innovatieve economieën, werd een gebakkelei van federale, stedelijke en gewestelijke overheden, met politiek personeel dat al te vaak geen jota begreep van de rotvaart waarmee de digitale dienstensector aan het veranderen is. Beslissingen over langetermijninvesteringen in infrastructuur en netwerken moest u zien te nemen in een klimaat van politieke instabiliteit waarin mandatarissen niet verder keken dan hun volgende verkiezing.

Na het onverkwikkelijke tijdperk van Didier - ‘Zonnekoning’ - Bellens, die een cultuur van wantrouwen, clanvorming en affairisme had geïnstalleerd op de 27ste verdieping, kon uw stijlbreuk niet groter zijn. En met resultaat: vier jaar ononderbroken groei, meer abonnees in een hyperconcurrentiële markt, en dat na tien jaar neergang.

De markt liegt zelden op de lange termijn: de beurskoers, nog zonder de dividenden erin te verrekenen, deed het een pak beter dan die van de Europese collega’s. Maar een even marktconform loon in dat Europese speelveld kon dan weer niet door een onzinnig loonplafond dat was ontsproten uit verkiezingsprofilering van Jean-Pascal Labille, de toenmalige PS-minister van Overheidsbedrijven, en een daaropvolgend politiek opbod.

Een kapitein die zo’n tanker door een transformatie leidt, moet die job ook afmaken.

Terwijl zo’n loonsverhoging in het niets verzonk bij de waardecreatie die u voor Proximus - en dus ook voor de Belgische belastingbetaler - betekende. De populistische profilering over ‘veelverdieners’ deed die andere overheidstopmanager, Johnny Thijs, eerder afknappen bij Bpost. ‘Wij hebben die beperkingen niet’, zei uw nieuwe baas, KPN-voorzitter Duco Sickinghe, donderdagavond prompt. Dat was duidelijk. België krijgt de CEO’s die het verdient.

Voor we uw hagiografie schrijven, er is ook een bémol. Een kapitein die zo’n tanker door een transformatie leidt, moet die job ook afmaken. U had uw toekomstvisie voor Proximus als digitale dienstenspeler met hele nieuwe pakketten voor de klant, nieuwe samenwerkingsverbanden ook, moeten kunnen uitvoeren. Maar over het noodzakelijke herstructureringsplan dat ermee gepaard gaat, had u nog geen akkoord.

Toekomstige kandidaten (m/v) denken wel twee keer na. Kunnen leven met een niet-marktconform loonplafond is één ding. Het ondraaglijk lichte court-termisme in de Belgische politiek en de enge manoeuvreerruimte voor overheidsmanagers een ander. En niet te vergeten, hij of zij moet natuurlijk op de juiste taalrol staan. Alsof dat een vereiste is die Proximus ook maar een millimeter vooruithelpt.

Het is niet de enige witte raaf die de overheid zoekt: ook het mandaat van de voorzitter en de meeste leden van de raad van bestuur loopt af. Ook Bpost moet op zoek en voor tal van topjobs in de ambtenarij vindt diezelfde armlastige overheid gewoonweg geen geschikt talent meer.

Het beeld blijft over van een schouderophalende politieke kaste die nu ook haar beste overheids-CEO ziet vertrekken. Het beeld van een eeuwig ontslagnemende regering zonder richting en bestuurskracht, met nog amper 38 van de 150 Kamerzetels, met een vertrekkende eerste minister, een vertrekkende minister van Buitenlandse Zaken, een kernkabinet waarvan nog maar één lid overblijft, in een politiek bestel met partijvoorzitters die voor zichzelf een exit zoeken en in een land dat niet meer weet waar het naartoe gaat. Sauve qui peut.

Dominique, het ga u goed bij onze noorderburen.

Isabel Albers

Redactiedirecteur De Tijd/L'Echo

Lees verder

Tijd Connect