Belgische krans

'Het leven is te kort om slechte wijn te drinken', zei de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe eens toen hij het glas hief. Beeld je in dat daarmee een simpele norm voor politieke smaak was gesteld, dan kun je alleen besluiten dat Belgen beschikken over het eeuwige leven. Belgen houden ervan erbarmelijke politieke wijn te serveren, brouwsels smakend naar kurk en putjeswater. Ze krijgen daar maar niet genoeg van. Ze slurpen gulzig van het bedenkelijke goedje, liefst tot er helemaal niets meer te smaken valt, tot de alcohol in lijf en leden zijn heilzame maar kortstondige roes ontplooit. Wij, Belgen, doen ad fundum aan belabberde politiek. We laven ons eraan tot de loomheid en de bedwelming erop volgen, en noemen het gebral dat daarbij past graag 'overleg, dialoog, democratie'. In onze zelfverzonnen verhalen geloven wij vervolgens rotsvast: 'België, model voor Europa, model voor Irak, model voor Rwanda' en, vooral, model voor zichzelf.