opinie

Bestrijd de pandemie realistisch en wetenschappelijk

Hoogleraar economie ULB en van april tot juli 2020 lid van de GEES, de groep van experts belast met de exitstrategie

In deze meer structurele fase van de coronapandemie moet ons land een expliciete ‘Europese ambitie’ definiëren en die garanderen met wetenschappelijk onderbouwde maatregelen. Dat helpt zowel de economie als de gezondheid van de bevolking.

De strijd tegen het coronavirus is nog lang niet gestreden. Na de daling van de curve in mei en juni begon ze in juli weer op te lopen, maar dat stopte zo'n tien dagen na de nieuwe beperkingen van eind juli. De curve daalde in augustus, tot ze begin september weer begon te stijgen omdat mensen de regels minder naleefden en terugkeerden uit vakantie.

©BELGA

De stijging in september start van een plateau dat vijf keer hoger ligt dan half juli (400 tegenover 80 vastgestelde besmettingen per dag) en een positiviteitsratio die 3 keer hoger ligt (3% test positief, tegen 1% toen). Met de heropening van de scholen en de universiteiten en het koudere weer is de uitdaging groot. Hoewel we allemaal willen dat het virus verdwijnt en ons oude leven hervat, is de echte vraag niet hoe we de beperkingen kunnen versoepelen, maar hoe ver ze moeten worden aangescherpt.

Het België van 5 à 6 maanden geleden vergelijken met vandaag heeft zijn beperkingen.

Er is ook goed nieuws: dankzij een lagere gemiddelde leeftijd van de positieve gevallen en het uitgebreide testen is de verhouding tussen ziekenhuisopnames en sterfgevallen enerzijds en de bevestigde gevallen anderzijds significant beter dan in maart en april. Het België van 5 à 6 maanden geleden vergelijken met nu heeft evenwel zijn beperkingen, om twee redenen.

Ten eerste trof de eerste golf het land onvoorbereid en leidde ze tot een van de hogere dodentollen per capita in Europa. Onze ambitie moet veel groter zijn: laten we niet vergeten dat we minstens 8.500 tot 9.000 doden hebben gehad, en Griekenland bijvoorbeeld minder dan 300, met een bijna identieke populatie en een veel slechter gefinancierde gezondheidszorg.

Surveilleren

Ten tweede 'surveilleren' de Europese landen elkaar nu. De huidige vergelijking van België met andere Europese landen is veel relevanter. Deze vergelijking, die de ‘kleur’ van landen en regio's bepaalt, steunt op het wekelijkse aantal nieuwe gevallen, een onvolmaakte indicator die toch het voordeel heeft ons ‘vooraf’ te informeren over ziekenhuisopnames en sterfgevallen.

Wat je ook denkt over de ernst van het virus, het zijn andere Europese landen en niet wij die onze kleur kiezen. Economisch gezien is het voor België potentieel zeer duur om een rode of oranje zone te zijn. Het moet een waarschuwing zijn dat Duitsland weigert de Europese vergaderingen tijdens zijn voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 2020 te organiseren in Brussel, omdat het een rode zone is.

Het moet een waarschuwing zijn dat Duitsland weigert de vergaderingen tijdens zijn EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2020 te organiseren in Brussel omdat het een rode zone is.

Het bewijst ook dat het niet volstaat de restricties te versoepelen om de evenementensector of de horeca nieuw leven in te blazen. De circulatie van het virus beperkt de economie veel meer dan de huidige beperkingen, die veel lichter zijn dan de lockdown van maart en april.

In deze meer ‘structurele’ fase van de epidemie is het cruciaal een expliciete ‘Europese ambitie’ te definiëren: geen rode of oranje zone te zijn lijkt heel redelijk, omdat de besmettingsdrempels van de kleuren logischerwijs zullen evolueren naargelang de ernst van het virus.

Daarna kunnen, samen met een realistische evaluatie van de efficiëntie en capaciteit van het test-en-traceersysteem, epidemiologische modellen gebruikt worden om een gemiddeld aantal individuele contacten te bepalen dat dat ambitieniveau mogelijk maakt.

Het is dan aan de politieke autoriteiten om dat gemiddelde aantal ‘toe te wijzen’ volgens maatschappelijke prioriteit, bijvoorbeeld met een prioriteit voor het zo goed mogelijk functioneren van de economie en de scholen. Dat betekent een blijvende inzet op sociale afstand, het dragen van mondmaskers en voorzichtig zijn met bijeenkomsten in de privésfeer, die veel besmettingen veroorzaken.

Mondmaskers

Mondmaskers dragen is niet leuk, maar hun ‘prijs-kwaliteitsverhouding’ is uitstekend: The Economist heeft berekend dat het masker het bruto binnenlands product gemiddeld 47 euro per persoon per dag opbrengt (omdat een lockdown wordt vermeden), voor een masker dat ongeveer 50 cent kost.

Hetzelfde geldt voor het beperken van privébijeenkomsten. Een regel die het niveau van de privécontacten afhankelijk maakt van de evolutie van de besmettingsgraad is heel natuurlijk. Een dergelijke verandering kost veel minder dan een regelmatige wijziging van de regels voor het openen en sluiten van scholen, winkels of bedrijven.

De huidige situatie is moeilijk. Maar de inspanning volhouden is belangrijk om onze volksgezondheid, onze economie, en het onderwijs voor onze jeugd te vrijwaren.

Bovendien is het concept van de ‘bubbel’ sinds begin juni aanzienlijk vereenvoudigd: het staat slechts een x-aantal nauwe contacten toe gedurende een y-aantal weken, waarbij x en y variëren volgens de epidemiologische situatie. Het is niet ingewikkelder dan een verkeersveiligheidsbeleid dat de snelheidslimiet beperkt op basis van het wegtype, de verkeersdrukte of het weer. Dat niet de volledige bevolking de regel respecteert, zoals bij snelheidsbeperkingen, maakt de maatregel niet nutteloos. Het respect voor die maatregelen en hun impact nemen wel toe met een betere politieke communicatie.

De huidige situatie is moeilijk. Maar de inspanning volhouden is belangrijk om onze volksgezondheid, onze economie, en het onderwijs voor onze jeugd te vrijwaren. Natuurlijk lijden sommige mensen onder deze maatregelen - economisch, sociaal en psychologisch. De gepaste reactie is hen gerichte, maar voldoende hulp te bieden en de circulatie van het virus niet te laten ontsporen met als risico weer een algemene lockdown zoals dat in Israël het geval is.

Mathias Dewatripont

Hoogleraar economie aan de ULB en van april tot juli 2020 lid van de GEES, de groep van experts belast met de exitstrategie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud