opinie

Bestuursrecht moet veranderen

Leo Neels

De bouw van de nieuwe gevangenis van Dendermonde is in een ‘procedurele nachtmerrie’ beland. De zoveelste rechterlijke uitspraak over het project zou voor volgend jaar zijn. Dat euvel is niet occasioneel, het is structureel. Dat moet stoppen.

Er zijn veel voorbeelden. De bouw van de Zuiderparking in opdracht van de stad Antwerpen is stilgelegd na een verzoekschrift van een burger. De Antwerpse Oosterweelverbinding is in geding sinds 1996. Burgemeesters klagen dat ze een renovatiedossier voor rioleringswerken niet rondkrijgen binnen de zes jaar van hun mandaat.

©Tom Verbruggen

Ons bestuursrecht is te complex. Overheden krijgen met moeite foutloos een ruimtelijk ordeningsplan, een vergunning of een gunning van een overheidsopdracht beslist. De administratiefrechtelijke controle achteraf begint op een schiettent op de kermis te lijken: altijd prijs. Overheidsopdrachten monden vaak uit in een schorsingsprocedure, waarin er geen werkelijk debat ten gronde gebeurt, maar enkel een prima facie indruk van de argumenten wordt opgedaan. Als er een schorsing is, kan het aanbestedend bestuur zijn aanbesteding vergeten, in de regel begint het dan opnieuw. Een bijkomend nadeel is dat je geen vaste rechtspraak meer krijgt over de merites. Het resultaat is grotere rechtsonzekerheid, een drama in een rechtsstaat.

Het bestuursrecht plaatst de investeerder of de economische initiatiefnemer van projecten, de persoon, het bedrijf of het bestuur dat wil bouwen in de zwakste positie, bijna die van een verdachte die zich moet verantwoorden. Eerst gebeurt dat voor een serie van ambtelijke diensten die elk een aspect van het dossier onderzoeken: uitstoot, water, fauna, flora, ecologische voetafdruk, toetsen links, toetsen rechts. Dat gebeurt zonder regie of overzicht, met gezichtsvernauwing, diverse invalshoeken en onstabiele regels. Dan volgen openbare onderzoeken waarin eige-naars en bewoners van belendende percelen worden geraadpleegd, elk met hun legitieme belangen of fundamenteel geachte rechten.

In het beste geval volgt een vergunning. Dan hervat de parade van geïnteresseerden rustig het initiatief en trekt ze naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State. De jaren verstrijken, want de administratieve rechtsbedeling verloopt tergend traag. De achterstand benadert de rechtsweigering.

In de rechterlijke procedures lijkt het alsof de economische initiatiefnemer met wantrouwen wordt bejegend. Hij heeft in de procedures een marginale plaats, als de bondgenoot van de overheid die de aangevochten vergunning verleende. Het lijkt wel alsof hem iets verweten kan worden omdat overheden er vaak niet meer in slagen hun te complexe regels toe te passen of omdat degenen die er achteraf juridisch naar kijken met andere interpretaties naar voor komen.

Debatteren

In een politieke besluitvorming kan je debatteren over de verschillende visies, doelstellingen, belangen en legitieme rechten, maar in de jurisdictionele omgeving gebeurt dat niet. Je kan je daar als ontvankelijke partij in het debat mengen zodra je aanspraak maakt op een mogelijk geschonden recht of een bedreigd legitiem belang. Die worden snel als absoluut beoordeeld, het belang voor het land en de economie van investeringen komen niet of nauwelijks voor in de motiveringen van de rechtscolleges.

Je kan zelfs vzw-gewijs delen van het algemeen belang - vaak milieubelangen - beweren te vertegenwoordigen. Milieubelangen genieten op grond van het Verdrag van Aarhus altijd een preferentiële rechtspositie, zowel in de raadplegingsfase als bij de rechterlijke controle achteraf. Nu milieuzorg totaal in het bestuursrecht is geïntegreerd, mag die voorkeurspositie niet blijven bestaan.

Het bestuursrecht plaatst de investeerder, de persoon, het bedrijf of het bestuur dat wil bouwen in de zwakste positie.

Ook hier kunnen lagere overheden beslissingen van hogere overheden aanvechten, een interessant spel als de politieke meerderheden verschillend zijn en ze via rechtspraak kunnen binnenhalen wat ze niet konden verwerven in het politiek debat. Dat lijkt sterk op een misbruik van recht, maar het wordt niet gecorrigeerd.

Er zijn al veel studies gemaakt over een bestuursrecht dat zou passen bij de moderne moderniseringsstaat, zoals de Resolutie-Sauwens in 2010 of het rapport van de Commissie-Berx in 2014. Binnenkort treedt het decreet inzake de omgevingsvergunning in werking, ook een poging om zaken te verbeteren.

Overheden moeten meer tijd steken in het aannemelijk maken van een rechtvaardig beleid voor allen. Ze moeten dat ook zichtbaar maken, net bij grote werken of complexe projecten. Burgers moeten beseffen dat hun legitieme rechten of rechtmatige belangen kunnen worden ingeperkt in het kader van het algemeen belang.

Administratiefrechtelijke magistraten moeten ook aandacht hebben voor de maatschappelijke behoeften waaraan investeerders met hun projecten willen voldoen. Dat vergt een grondige reset van het bestuursrecht en een cultuurshift van degenen die het moeten toepassen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content