opinie

Betaal rusthuisfactuur met eigen woning en aanvullend pensioen

Lid Hoge Raad van Financiën

Maak de uitbetaling van een deel of het geheel van de aanvullende pensioenen in een jaarlijkse lijfrente verplicht. Een gepensioneerde loopt dan minder het risico dat zijn kinderen later een deel van de rusthuisfactuur moeten betalen.

‘CD&V wil dat kinderen de rusthuisfactuur van hun ouders betalen’, kopte De Tijd gisteren. Enkele maanden geleden had de pers aandacht voor de sterke stijging van de rusthuisfacturen. Naar verluidt krijgen drie op de vier rusthuisbewoners een factuur die hoger ligt dan hun wettelijk pensioen.

We mogen van de overheid niet alles verwachten: dat ze ons ondersteunt bij het verwerven van een eigen woning en bij het opbouwen van een aan- vullend pensioen en dat ze een deel van onze rusthuisfactuur betaalt.

Iets minder aandacht was er voor het feit dat alle Vlaamse rusthuisbewoners maandelijks 130 euro van de Vlaamse zorgverzekering krijgen. Hulpbehoevende bejaarden met een beperkt inkomen kunnen daarenboven een beroep doen op een ‘tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden’.

Als ook die bijkomende middelen niet volstaan om de rusthuisfactuur te betalen moet het verschil bijgepast worden door het spaargeld aan te spreken, door een financiële tussenkomst van de kinderen of door het OCMW.

©Dominic Verhulst / Dotch.be

De sp.a stelt voor om een maximumfactuur voor de zorg in te voeren, enigszins analoog aan de maximumfactuur die voor de gezondheidszorg bestaat. In een dergelijk systeem moet een rusthuisbewoner nooit meer aan het rusthuis betalen dan zijn pensioenbedrag. De overheid moet het saldo bijpassen.

Door op die manier kinderen financieel niet te laten bijdragen aan de rusthuisfactuur van hun ouders, wordt de intergenerationele solidariteit volledig ten laste gelegd van de overheid. Dat is verregaand, zeker voor een overheid die worstelt met een te groot financieringstekort.

Eigen woning

In dit debat komt weinig aan bod dat naast het wettelijk pensioen, de zorgverzekering en de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, ook nog andere overheidsmaatregelen de bestaanszekerheid van ouderen willen verzekeren.

De intergenerationele solidariteit wordt volledig ten laste gelegd van de overheid. Dat is verregaand, zeker voor een overheid die worstelt met een te groot financieringstekort.

Zo wordt het bezit van een woning ruim fiscaal ondersteund. Die steun is er allicht niet vreemd aan dat ongeveer drie op de vier bejaarden een eigen woning hebben en daardoor niet in de armoedestatistieken terechtkomen. De overheid, die de aankoop van de woning fiscaal steunde, moet kunnen vragen dat als een rusthuisbewoner zijn woning verhuurt, de huuropbrengst meetelt voor de betaling van de rusthuisfactuur. Als de partner nog in de woning woont, kan de woning het onderpand zijn voor een lening om een deel van de rusthuisfactuur te betalen.

Naast de eigen woning heb je ook de tweede en derde pensioenpijler. Volgens de financieeltoezichthouder FSMA bedroegen de reserves van de tweede pensioenpijler (groepsverzekeringen en pensioenfondsen) eind 2015 85 miljard euro, voor de derde pijler (pensioensparen en -verzekeringen) zou het om 30 miljard euro gaan. Vandaag zijn die cijfers zeker nog wat hoger.

Beide pijlers genieten een gunstig fiscaal regime. Dat is enkel verantwoord omdat de uitkeringen uit die pijlers het wettelijk pensioen aanvullen. Ze moeten dus ook kunnen dienen voor de betaling van de rusthuisfactuur. Het is onduidelijk in welke mate dat het geval is.

Het gros van de uitkeringen van de tweede pensioenpijler en alle uitkeringen van de derde pijler wordt bij de pensionering als een eenmalig kapitaal uitbetaald. Er is geen garantie dat daar nog iets van overblijft als er rusthuisfacturen moeten worden betaald

Het gros van de uitkeringen van de tweede pensioenpijler en alle uitkeringen van de derde pijler wordt bij de pensionering als een eenmalig kapitaal uitbetaald. Er is geen garantie dat daar nog iets van overblijft als er rusthuisfacturen moeten worden betaald.

De overheid heeft bovendien geen zicht op de omvang van het resterende kapitaal. Ze kan dus niet afdwingen dat de voordelen van de aanvullende pensioenstelsels worden aangewend voor de betaling van rusthuisfacturen.

Jaarlijkse lijfrente

Dat zou anders zijn mocht er een verplichting gelden om een deel of het geheel van de aanvullende pensioenstelsels uit te betalen in een jaarlijkse lijfrente, zolang de begunstigde en eventueel zijn partner leven.

Vermits het pensioenstelsels zijn, lijkt dat overigens logisch: een van de essentiële elementen van een pensioen is dat het de begunstigde beschermt tegen het financieel risico van lang te leven. De eerste pensioenpijler, het wettelijk pensioen, doet dat ten volle: de gepensioneerde krijgt het zolang hij leeft. Met andere woorden, wie jong sterft, is via het wettelijk pensioen solidair met wie lang leeft.

De overheid heeft geen zicht op de omvang van het resterende kapitaal. Ze kan dus niet afdwingen dat de voordelen van de aanvullende pensioenstelsels worden aangewend voor de betaling van rusthuisfacturen.

Er is geen reden om die regel niet te laten opgaan voor aanvullende pensioenen, zoals dat overigens in veel landen het geval is. Een uitbetaling in rente zou de gepensioneerde niet meer verplichten om zijn eigen levensverwachting in te schatten en op basis daarvan te bepalen welk deel hij jaarlijks van zijn aanvullend pensioenkapitaal mag opsouperen. Hij zou op die manier veel minder het risico lopen dat zijn kinderen later een deel van zijn rusthuisfactuur moeten betalen.

We mogen van de overheid niet alles verwachten: dat ze ons ondersteunt bij het verwerven van een eigen woning en bij het opbouwen van een aanvullend pensioen en dan nog een deel van onze rusthuisfactuur betaalt, zonder ons te dwingen daarvoor onze eigen woning en aanvullend pensioen aan te spreken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud