Beton gieten in het Midden-Oosten

De Israëlische premier Benjamin Nethanyahu en de Amerikaanse president Donald Trump bij de voorstelling van hun vredesplan op 28 januari 2020. ©Photo News

Het Amerikaanse vredesplan voor het Midden-Oosten ambieert niet veel meer dan het status quo te betonneren. Vrede in de regio zal het niet brengen.

De Verenigde Staten hebben het Midden-Oosten niet meer zo hard nodig als vroeger. Naarmate de Amerikaanse energieproductie is gestegen, zijn de VS zich beginnen los te weken uit de regio, zoals gebeurt met Irak, Syrië, Jemen en Libië. En zonder die behoefte om de vrede in het Midden-Oosten te bewaren om hun energiebelangen veilig te stellen, hebben de VS nu de luxe dat ze kunnen kiezen welke strijd ze de moeite vinden. Onlangs heeft dat geleid tot een vredesplan voor het Midden-Oosten tussen Israëli’s en Palestijnen dat veel meer pro Israël is dan eender welke Amerikaanse regering ooit heeft voorgesteld.

Israël demoniseren heeft niet langer de grote politieke impact die het ooit had.

Het voorstel oogst dan ook veel kritiek. Mocht vrede het eerste beoogde doel zijn, dan had het team van president Donald Trump beide partijen erbij betrokken, en niet alleen Israël. De beslissing om de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem te verhuizen bracht een mogelijke deelname van de Palestijnen al een fatale klap toe.

Maar dat is net het punt. Dit voorstel is niet alleen een vredesakkoord. Het heeft eerder de bedoeling het huidige status quo te betonneren. En als je het door die lens bekijkt, is het akkoord een realistische beoordeling van de huidige toestand, tot grote woede van voorstanders van een Palestijnse staat.

Als je terugblikt, werd die jongste poging om de huidige toestand te formaliseren mogelijk gemaakt door twee geopolitieke ontwikkelingen van de laatste twintig jaar. Sinds de poging van de Amerikaanse president Bill Clinton om een vredesakkoord te smeden tussen Israëli’s en Palestijnen eigenlijk.

De eerste ontwikkeling is de gestage opmars van Israël in het Midden-Oosten. De voorbije twintig jaar heeft de regio meer dan genoeg instabiliteit gekend, van oorlogen tot politieke opstanden en opzijgeschoven sterke mannen. Doorheen die ontwikkelingen is Israël blijven opstomen naar technisch en militair overwicht in de regio, gesteund door een benijdenswaardige economische groei.

En naarmate Israël machtiger is geworden, zijn ook de ultranationalisten sterker geworden. Die vinden dat de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook aan Joodse kolonisten toebehoren, en ze hebben hun nederzettingen strategisch zo neergepoot dat ze elke mogelijke toekomstige Palestijnse staat doorsnijden.

Onder premier Benjamin Netanyahu mocht de bouw van die nederzettingen doorgaan tot op het punt dat als men ze vandaag zou legaliseren (zoals het Trump-akkoord voorstelt), amper
70 procent van de Westelijke Jordaanoever zou overblijven voor een Palestijnse staat, tegenover 94 tot 96 procent in het aanbod van het Clinton-team.

Voor het grijpen

De tweede geopolitieke ontwikkeling die de VS toeliet dat soort akkoord op tafel te leggen, is verbonden met de eerste evolutie. Naarmate Israël een heuse macht is geworden in het Midden-Oosten, is het ook veel aantrekkelijker geworden voor andere Arabische landen om mee samen te werken. Dat geldt des te meer vandaag, nu een gekrenkt Iran is beginnen uit te halen en steeds meer een bedreiging wordt voor die landen. Denk maar aan de Iraanse aanval op de Saoedische olie-installaties vorig jaar.

Israël demoniseren heeft niet langer de grote politieke impact die het ooit had. En in een wereld waarin het aantal bedreigingen toeneemt - vele in het rijk van cyberspace - is er geen tekort aan Arabische leiders die veel liever zouden werken mét Israëls leiderschap dan ertegen.

Botweg gesteld is de Palestijnse zaak niet langer een gemeenschappelijke kwestie voor de Arabische wereld. Voor Israël ligt zo een kans voor het grijpen, terwijl de Palestijnen alweer een nieuwe tragedie te beurt valt, in een toch al lange reeks. En niettegenstaande groepen als de Arabische Liga en de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC) zich officieel tegen het Amerikaanse vredesvoorstel kanten, slaat het wel aan bij sommige Arabische regeringen. Dat bewijst de aanwezigheid van ambassadeurs van de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Oman op het Witte Huis toen het vredesvoorstel werd gepresenteerd.

Critici van alles wat Trump doet, waren er snel bij om het voorstel af te doen als volstrekt onwerkbaar. Maar dat is het probleem niet. Gegeven de situatie is het voorstel maar al te praktisch. En vergeleken met andere voorstellen van Trump in zijn buitenlandbeleid die veel beloofden maar weinig om het lijf hadden, weerspiegelen de 50 bladzijden van het akkoord perfect de huidige toestand. Maar vrede in het Midden-Oosten zullen ze niet brengen.

Jarenlang maakten mensen zich zorgen dat de VS te nauw betrokken waren in het Midden-Oosten en er een janboel van maakten. Nu betreden we een tijdperk waarin de VS minder betrokken zijn, maar actief een kant kiezen. De tijd zal uitwijzen of de janboel verkleint of nog vergroot.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud