opinie

Big data en privacy combineren is moeilijk maar mogelijk

Bepaalde ‘privacy-experts’ hekelen dat de stad Kortrijk datatechnologie inzet ‘waar dictators warm van worden’. We moeten waakzaam blijven bij het inzetten van big data en het vrijwaren van onze privacy, maar elke innovatie op voorhand afwijzen op basis van foutieve schrikbeelden en onwaarheden helpt dit belangrijk debat niet verder.

Door Vincent Van Quickenborne, burgemeester van Kortrijk, en Arne Vandendriessche, schepen van Economie, Energie en Sport

Kortrijk loopt voorop in de technologische vooruitgang. We investeren veel. Onder meer in camera's die de veiligheid van mensen verhogen. Voor onze politie zijn die camera’s goud waard. Haal ze weg en het aantal onopgeloste feiten stijgt met tientallen procentpunten. Hetzelfde geldt voor de verkeersveiligheid. Snelheidsduivels die onze fietsende kinderen in gevaar brengen pakken we snel en efficiënt aan.

Nu doen we dat ook om beter te weten welke groepen mensen onze stad bezoeken. Zo kunnen we beleidskeuzes maken op basis van concrete data in plaats van buikgevoel. Keuzes die onze handelaars, horeca en toeristische sector ten goede zullen komen. Binnenkort gaan we diezelfde datastromen gebruiken om complexe mobiliteitsvraagstukken in onze stad sneller en beter op te lossen.

Om het samengaan van big data en privacy mogelijk te maken, zijn er belangrijke technische tussenschotten, die door academische privacy-experts erkend worden

Het zijn voorbeelden van hoe nieuwe technologieën steden toelaten om beleid te voeren. Steden zijn bij uitstek broedplaatsen van nieuwe ideeën en innovatief beleid.

Bepaalde ‘privacy-experts’ menen nu dat liberale bestuurders zich inlaten met technologieën ‘waar dictators warm van worden’. Naar sensatiewaarde kan deze uitspraak tellen.

Voor ons is het van fundamenteel belang dat de privacy van onze burgers gerespecteerd wordt. Om het samengaan van big data en privacy mogelijk te maken, zijn er belangrijke technische tussenschotten, die door academische privacy-experts erkend worden. Maar de discussie ontkrachten met halve waarheden om naamsbekendheid te vergaren is een brug te ver.

Feiten

Laat ons even de feiten checken. De stad Kortrijk heeft zich van bij de start van dit project in 2016 gebaseerd op het advies van de toenmalige Privacycommissie (nu Gegevensbeschermingsautoriteit geheten). Die stelt dat de anonimiteit bij deze gegevens gegarandeerd is en er absoluut geen schending is van de privacy. Het gaat immers om geanonimiseerde data van grote groepen mensen.

De Gegevensbeschermingsautoriteit stelt dat de anonimiteit gegarandeerd is en er absoluut geen schending is van de privacy. Het gaat immers om geanonimiseerde data van grote groepen mensen

Die ‘experts’ hebben daar toen al op gereageerd door te verwijzen naar een onderzoek van MIT en KU Leuven uit 2013 waaruit blijkt dat uit geanonimiseerde data toch unieke gegevens kunnen gehaald worden. De Gegevensbeschermingsautoriteit stelde toen dat dit bij de Proximus-data niet het geval is, doordat de gegevens in stromen van minstens 30 gebruikers worden gegroepeerd. Ook in het lijvige Big Data Rapport van de Gegevensbeschermingsautoriteit uit 2017 wordt hierop uitgebreid ingegaan.

Ten tweede beweren de ‘experts’ dat het advies uit 2016 door de nieuwe GDPR-wetgeving uit 2018 achterhaald is. Die nieuwe wetgeving is echter enkel van toepassing als een individuele persoon kan worden geïdentificeerd. Voor anonieme data verandert de GDPR niets. Het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit blijft dus overeind.

Gezichtssherkenning

Als klap op de vuurpijl komt men aandraven met feit ‘dat de Kortrijkse politie gezichtsherkenningstechnologie zou toepassen’. Onze politiezone heeft software aangeschaft die toelaat om op basis van uiterlijke kenmerken personen op te sporen. Als bijvoorbeeld iemand een inbreker signaleert met een rode rugzak dan kunnen we met deze software in de camerabeelden op zoek gaan naar een persoon met een rode rugzak in de buurt en de verdachte snel oppakken.

Dit maakt criminaliteitsopsporing veel efficiënter, in plaats van alle beelden op het ganse grondgebied te moeten doorzoeken. Gezichtsherkenning is echter bij wet verboden en wordt dus niet gebruikt door onze politiediensten. Zonder enige vorm van bewijs strooien met verdachtmakingen tegenover onze politie ondermijnt hun geloofwaardigheid en is gevaarlijk.

Gezichtsherkenning is bij wet verboden en wordt dus niet gebruikt door onze politiediensten. Zonder enige vorm van bewijs strooien met verdachtmakingen tegenover onze politie ondermijnt hun geloofwaardigheid en is gevaarlijk

Onze steden, in samenspraak met de Gegevensbeschermingsautoriteit, springen dus heel zorgvuldig om met de privacy van de burgers. Dit betekent echter niet dat er geen gebruik kan gemaakt worden van nieuwe technologie om een beter beleid te voeren ten dienste van diezelfde burgers. Degenen die zich daartegen verzetten, op Twitter, Facebook en Google - de sterkhouders op het gebied van privacy? - bieden nooit alternatieven aan.

De burger verwacht terecht dat de overheid nieuwe technologieën toepast om onze (verkeers)veiligheid te verhogen. Om beleidskeuzes te maken waarbij belastinggeld efficiënter wordt ingezet. Het debat over het inzetten van big data en het vrijwaren van onze privacy moeten we blijven voeren. We moeten waakzaam zijn, maar elke innovatie op voorhand afwijzen op basis van foutieve schrikbeelden en onwaarheden helpt deze belangrijke discussie niet verder.

Lees verder

Gesponsorde inhoud