opinie

Blijf graven naar de waarheid achter Rwandese genocide

Voormalig ambassadeur in Kigali (1990-1994)

27 jaar na de volkerenmoord in Rwanda blijft het zoeken naar de waarheid. Een recent Frans rapport brengt weinig soelaas.

Als we vandaag rouwen om de zware menselijke tol van de Rwandese volkerenmoord, ontkomen we niet aan prangende vragen over het ‘theater’ waar het onheil zich ontplooide. In welk stuk hebben wij gespeeld? Dat was de vraag die uit mijn pen kroop aan het slot van een lang verhaal over mijn ervaringen als ambassadeur in Kigali.

27 jaar na de genocide, waarvan ik de eerste dagen nog meemaakte en waarbij 1 miljoen Tutsi’s en andere Rwandese burgers gruwelijk werden omgebracht, heeft de tragedie al haar geheimen nog niet prijsgegeven.

Kunnen toestanden die vandaag het Rwandese decor ontsieren elementen aanleveren om de duistere kanten van het verleden op te helderen? Zaterdag snokte Rik Van Cauwelaert aan de sluiers.

Ik betwijfel sterk of het recente verslag van een onderzoekscommissie van Franse historici ons veel dichter bij de waarheid over de Rwandese genocide brengt.

Al te vaak stoten we op onvolledige of ongenuanceerde presentaties. Of worden we bestookt met simplistische voorstellingen die alle slachtoffers in het ene en alle schuldigen in het andere etnische kamp plaatsen. Leugens en agitprop, die nauwelijks moeten onderdoen voor stalinistische praktijken, worden door naïeve of betweterige waarnemers verheven tot geloofwaardige uitingen van trauma en verontwaardiging.

De essentie

  • De auteur
  • Johan Swinnen, voormalig ambassadeur in Kigali (1990-1994).
  • De kwestie
  • Bijna drie decennia na de volkerenmoord in Rwanda kennen we nog altijd de waarheid niet.
  • Het voorstel
  • Kom los uit de verlammende inschikkelijkheid en roep de Rwandese president Paul Kagame ter verantwoording.

Dergelijke attitudes mogen ons niet ontmoedigen om te blijven graven naar de waarheid en de geschiedenis te lijf te gaan met eerlijke vragen. Hier en daar worden verdienstelijke pogingen ondernomen om in het reine te komen met dat verleden. Maar ik betwijfel sterk of het recente verslag van een onderzoekscommissie van Franse historici ons veel dichter bij de waarheid brengt.

Arrogantie

Veel vaststellingen van de door president Emmanuel Macron bestelde studie over de rol van Frankrijk voor en tijdens de genocide kan ik onderschrijven. In mijn Rwanda-boek wemelt het van eigengereide Franse beslissingen en initiatieven die de Belgen en andere diplomatieke actoren vaak voor voldongen feiten plaatsten. De arrogantie waarmee Franse militairen zich vaak als veroveraars gedroegen of de mildheid waarmee zij ernstige schendingen van de mensenrechten beoordeelden, waren stuitend.

Als president Emmanuel Macron denkt hiermee een wit voetje te halen bij zijn Rwandese ambtsgenoot, vergist hij zich.

Op essentiële punten bezondigt het verslag zich aan onvergeeflijke lichtzinnigheid en weglatingen. In tegenstelling tot wat de commissie beweert, stond Frankrijk wel degelijk achter de Arusha-akkoorden, die een verregaande machtsdeling regelden in Rwanda (en vele Hutu’s deed vrezen voor een terugkeer van de dominantie van de Tutsi’s). De verantwoordelijkheden van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) worden schroomvallig verzwegen of nogal licht gewogen. De ellende die zijn herhaalde aanvallen aanrichtten bij honderdduizenden vluchtende boeren wordt schromelijk onderschat.

Kagame

Mogelijke betrokkenheid bij politieke moorden of zelfs bij de aanslag op het presidentieel vliegtuig van de toenmalige Rwandese president Juvénal Habyarimana zijn maar enkele van de aanzwellende vermoedens over medeverantwoordelijkheid van huidig president Paul Kagame en zijn aanhangers. Die vermoedens kunnen een meer meegaande Franse houding tegenover het Huturegime verklaren, zonder ze te rechtvaardigen.

De mediaverklaringen van commissievoorzitter Vincent Duclert zijn bovendien een aanfluiting van de wetenschap. Axioma’s en onbewezen stellingen, zoals de ‘racistische dictatuur van Habyarimana’, de afwezigheid van etnisch antagonisme in de traditionele Rwandese samenleving en het maagdelijk blazoen van het RPF worden als evidenties aangenomen.

Als Macron denkt daarmee een wit voetje te halen bij zijn Rwandese ambtsgenoot, vergist hij zich. Ik vrees ook dat de verrassend talrijke Franse journalisten, academici en politici die het propagandakoor van Kigali versterken niet beseffen dat ze hun geloofwaardigheid op het spel zetten.

Singapore

Dat klinkt streng. Maar is het niet hoog tijd dat we loskomen uit die verlammende inschikkelijkheid? Dat we, zoals we Habyarimana destijds streng bejegenden, nu ook Kagame ter verantwoording roepen? De onmiskenbare en prijzenswaardige prestaties van het 'Singapore van Centraal-Afrika' kunnen niet langer worden ingeroepen om stilzwijgen, verstrooidheid of onverschilligheid goed te praten bij opgeschoonde statistieken, schendingen van mensenrechten en destabiliseringsacties in het gebied van de Grote Meren.

We moeten blijven hameren op de ernst van de genocide en op het onnoemelijke leed van honderdduizenden ongelukkige slachtoffers.

Paul Rusesabagina staat in Kigali terecht. Omdat ik weet dat megafoondiplomatie in dergelijke zaken niet per se de enige efficiënte methode is, durf ik ervan uit te gaan dat onze overheden de behartiging van de rechten en de belangen van deze landgenoot verstandig aanpakken en dat ook ons parlement zich in het debat mengt.

De discretie waarmee de diplomatie zich omhult, heeft goede redenen, hoop ik. Een oogje dichtknijpen kan echter niet, niet meer. De agenda’s en hun actoren moeten ontmaskerd worden.

We moeten blijven hameren op de ernst van de genocide en op het onnoemelijke leed van honderdduizenden ongelukkige slachtoffers. We moeten de banalisering blijven bestrijden, zodat elke Rwandees, zonder onderscheid, gerechtigd is te rouwen om zijn nabestaanden.

Een houding van oprecht mededogen zal ook richting geven in de zoektocht naar de waarheid, niet alleen om te gissen in welk stuk we toen speelden, maar ook om ons te verlossen van dubbelzinnigheden, eenzijdige voorstellingen en polariserende simplismen.

Johan A. Swinnen

Voormalig ambassadeur in Kigali (1990-1994) en auteur van ‘Rwanda, mijn verhaal’ (2016).

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud