column

Campagnewatcher | Partijen roeren zich maar beperkt over rente op spaarboekjes

Professor macro-economie UGent

De staatsbon moest de concurrentie tussen de banken aanwakkeren, zodat spaarboekjes meer zouden opbrengen. Het vorig jaar veelbesproken thema is maar beperkt terug te vinden in de partijprogramma's.

De strijd om de staatsbonmiljarden is begonnen. De inzet is de 21,9 miljard euro die in september naar de staatsbon vloeide, om daar een jaar geparkeerd te staan. Kasbons, aantrekkelijke termijnrekeningen en nieuwe spaarrekeningen zijn al aangekondigd en reclamecampagnes zijn op til.

Net als het succes van de eenjarige staatsbon heeft dat vooral te maken met de frustratie dat de rente van de Europese Centrale Bank (ECB) gebrekkig doorstroomt naar reguliere spaarboekjes. Terwijl de beleidsrente ongezien sterk en snel werd verhoogd, werd de vergoeding op spaardeposito’s hemeltergend traag en beperkt opgetrokken. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) stelde de staatsbon voor als een manier om de concurrentie tussen de banken aan te wakkeren. Hij vermeldde nadrukkelijk dat een wettelijk ingrijpen op de spaarrente verder niet aan de orde was. 

Advertentie

Die visie strookt volledig met het advies van de Nationale Bank van België in juni 2023 over enkele wetsvoorstellen die de rente op gereglementeerde spaarrekeningen wilden optrekken via een koppeling met de depositorente van de ECB. Volgens de Nationale Bank zou dat vooral de spaarbanken hard treffen. De depositorente van de ECB is verder geen goede indicator van het gemiddelde rendement van de activa van banken (en dus hun opbrengsten) en er zou een rechtstreekse impact zijn op het risicobeheer van de banken.

Bovendien suggereerde het rapport dat de gemiddelde klant niet noodzakelijk beter af zou zijn, omdat het gevaar bestond dat banken door een verplichting de rentes op woonkredieten harder zouden (moeten) optrekken.

A-spaarboekje

Het thema komt terug in de verkiezingsprogramma’s, maar al bij al in beperkte mate. CD&V herhaalt haar standpunt dat het niet de taak van de overheid is om in te grijpen op de spaarrente. De overheid moet volgens de partij wel een degelijk kader creëren waarin banken kunnen concurreren.

Vooruit daarentegen roept op de minimale rente op het spaarboekje te verhogen, desnoods via een wettelijke verplichting, zonder verdere uitleg. Daarnaast wil de socialistische partij banken verplichten automatisch het voordeligste spaarproduct toe te wijzen aan hun klanten.

De PVDA pleit voor een A-spaarboekje naar Frans model. Of de overheid de rente deels moet financieren, zoals in Frankrijk, is niet duidelijk.

De PVDA gaat meer in detail. De oppositiepartij pleit resoluut voor de invoering van een beschermde spaarrekening, het A-spaarboekje naar Frans model. In dat systeem moet elke bank die gereglementeerde spaarrekeningen aanbiedt, verplicht in zo’n spaarrekening voorzien.

De PVDA koppelt de rente niet aan de depositorente van de ECB, wel aan de rente op hypothecaire kredieten. Ze pleit voor een wettelijk verschil van 2 procent tussen de rente op het A-spaarboekje en de rente op woonkredieten en een minimumvergoeding van 1,5 procent. De rekening wordt voor spaargeld begrensd tot een maximumbedrag van 23.000 euro.

Of de Belgische overheid de rente deels zal financieren, zoals in Frankrijk, is niet duidelijk. Wat ze met de opbrengst moet doen, is dat evenmin. De PVDA spreekt van het ‘optimaal benutten van spaargeld’. De link met het aanzwengelen van de concurrentie tussen de banken wordt helemaal niet gelegd.

Voor de N-VA is concurrentie een kernthema, maar over concurrentie in de financiële sector blijft het partijprogramma summier. Het vermeldt alleen de intentie tot het nemen van maatregelen om die te vergroten, zonder verdere uitleg.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.