opinie

Creatieve destructie helpt een stilstaande economie niet

Tot nader order heft de overheid het moratorium op faillissementen op 17 juni op. Zonder verdere maatregelen volgt een storm faillissementsaanvragen. Onze rechtbanken zijn daar niet voor uitgerust, met als gevolg toenemende onduidelijkheid en onzekerheid. Daar is onze economie allerminst bij gebaat.

Peter De Keyzer

pleit voor een laisser-aller op basis van economische creatieve destructie. Bedrijven in moeilijkheden laat je beter failliet gaan. Ze maken beter plaats voor nieuwe, innovatievere bedrijven. Ik volg die nietzscheaanse gedachte, maar in de huidige omstandigheden heb ik mijn bedenkingen.

Vele tienduizenden bedrijven verkeren of komen in moeilijkheden. Op dit ogenblik verkeren in België 407.928 ondernemingen (31,2%) die het voor 13 maart goed tot zeer goed deden in acute nood. Niet hun weinig innovatieve karakter noch hun gebrek aan organisatie is het probleem, wel de bijna-stilstand zelf. De destructie die daaruit volgt, zou dus een enorm aantal ondernemingen die wel degelijk innovatief en krachtdadig zijn de kop kosten.

Creatieve destructie verwijst ook niet naar de vernietiging van wat is, maar naar de kans om met de bestaande ervaring iets nieuws te bouwen. Sowieso kent het faillissement van een onderneming veel verliezers. De overheid derft belastingen en sociale bijdragen, waar de belastingbetaler voor opdraait. De burger ziet de sociale zekerheid gefnuikt. De leveranciers moeten onbetaalde facturen definitief afschrijven. De werknemers moeten op zoek naar een nieuwe baan. En de ondernemer ziet niet alleen zijn inkomsten maar ook een droom uiteenspatten.

Wie nu over de kop gaat, wordt gepercipieerd als een slachtoffer van de crisis. De kans is groot dat de ondernemer in moeilijkheden eieren voor zijn geld kiest en zelf de boeken neerlegt.

Dankzij de nieuwe insolventiewet wordt de ongelukkig gefailleerde ondernemer niet meer gezien als een mislukkeling, maar als een persoon die met de opgedane ervaring juist kansrijker is voor een volgend project. Dat valt toe te juichen, zolang we veelvuldig of kwaadwillig recidivisme vermijden.

Slachtoffer

Net nu speelt dit principe ons parten. Herstarten na een faillissement is sinds twee jaar een stuk gemakkelijker. Wie nu over de kop gaat, wordt gepercipieerd als een slachtoffer van de crisis. De kans is groot dat de ondernemer in moeilijkheden eieren voor zijn geld kiest en zelf de boeken neerlegt. Of dat de consultants, accountants en advocaten hem dat zelfs zullen aanraden.

In normale omstandigheden voorzien goed bestuurde ondernemingen dat een aantal klanten over de kop kan gaan, en ze leggen daarvoor provisies aan. Wat nu op ons afkomt, is echter geen briesje maar een faillissemententsunami. De meeste leveranciers beschikken (nog) niet over aangepaste seismologische meetinstrumenten, noch over de nodige provisies.

Een laisser-aller veroorzaakt in deze omstandigheden een enorm sneeuwbaleffect waarin de toeleveranciers dreigen te worden meegesleurd. Dat kan uitmonden in de bedreiging van de volledige logistieke keten en de waardeketen.

Een laisser-aller veroorzaakt in deze omstandigheden een enorm sneeuwbaleffect waarin de toeleveranciers dreigen te worden meegesleurd. Dat kan uitmonden in de bedreiging van de volledige logistieke keten en de waardeketen.

De rechtbanken, vaak geconfronteerd met een gebrek aan middelen, kunnen dit onmogelijk aan. Voor een faillissement op bekentenis is een procedurele afhandeling voorzien, en daar zal massaal een beroep op worden gedaan. Daar komen de klachten bovenop van vele niet betaalde leveranciers die de rechtbank moet opvolgen. Ook die klachten zullen massaal zijn.

Hospik

De rechtbanken hebben geen andere keuze dan zich om te vormen tot hospik in oorlogstijd. Daar horen harde keuzes bij. Een aangereikt, duidelijk en degelijk onderbouwd instrument moet hen inzicht geven in het werk dat op hen afkomt. Zo kunnen ze per geval snel beslissen waar de patiënt heen moet: de operatietafel, het revalidatiecentrum of helaas een begrafenis. Voor wie voor de crisis al duidelijk op een faillissement afstevende, zal dat laatste het geval zijn: ook de overheid kiest ervoor die bedrijven niet te steunen.

Deze crisis te boven komen is niet alleen een zaak van de overheid. Onderlinge solidariteit wordt essentieel.

De ondernemingen die voor de crisis gezond waren maar nu zwaargewond zijn, kunnen richting operatiekwartier in de vorm van de WCO (bescherming tegen schuldeisers). Het wordt de afdeling intensieve zorg of plaatselijke verdoving, naargelang de diepte van de wonde. Het referentiekader moet onderbouwd, valideerbaar en auditeerbaar zijn. Maar zelfs dan is het niet meer dan een robotfoto. Richtinggevend, maar niet bepalend. De rechter hoort de betrokkene, en beslist.

Niet alleen de rechtbanken hebben nood aan dat referentiekader. De overheid neemt beslissingen op basis van duidelijke, onderbouwde waarnemingen. Met maatschappelijke verantwoordelijkheid, zodat bedrijven die met overheidssteun vervolgens hun winsten in het buitenland onderbrengen er niet onder vallen.

De uitvoerende administraties passen toe, de rechtbanken triëren, de consultants geven richting en temperen de massale stroom richting de rechtbank. De bedrijven zelf hebben inzicht in wie kans op slagen heeft en kunnen in functie daarvan de nu meer dan noodzakelijke solidariteit tonen. Want deze crisis te boven komen is niet alleen een zaak van de overheid. Onderlinge solidariteit wordt essentieel.

Lees verder

Gesponsorde inhoud