opinie

Cultuurbeleid mag niet vertrekken vanuit kortzichtig besparingsbeleid

Cultuur en economie vormen een sterke tandem. Die wisselwerking moeten we in stand houden en liefst nog versterken, in goede en kwade dagen. Veeleer dan een kortzichtig besparingsbeleid heeft Vlaanderen nood aan een langetermijnvisie om onze economie en cultuur structureel te verweven.

Vlaanderen bespaart en investeert. De beleidsmix in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord roept gemengde gevoelens en reacties op, met winnaars en verliezers onder de diverse beleidsdomeinen. In de economie wordt behoorlijk geïnvesteerd, met meer middelen voor onder meer innovatie en opleiding.

In het verliezende kamp zit cultuur, en bij uitbreiding media. Die beleidsdomeinen zullen het de komende jaren met minder middelen moeten doen, of op z’n minst eerst door een besparingsperiode moeten vooraleer er (mogelijk) opnieuw meer geld op tafel komt.

©KBC

Een sterk economisch beleid lijkt een verantwoorde keuze in tijden van internationale onzekerheid en economische afkoeling. Toch is een sterke economie zonder een sterke cultuur een utopie. Meer nog, het ligt in de ‘Vlaamse cultuur’ om economie en cultuur te verstrengelen en elkaar te laten versterken, maar momenteel lijken we dit te vergeten.

Dat de Vlaamse regering komaf wil maken met blinde subsidiepolitiek is een goede zaak. De Belgische regio’s hebben jarenlang hun nieuwe bevoegdheden vertaald in een sinterklaaspolitiek: voor ieder wat lekkers, en zeker voor wie braaf is (lees: de juiste politieke contacten had). Naarmate de regionale bevoegdheden doorheen vele staatshervormingen groeiden, kregen de regio’s ook meer budgettaire verantwoordelijkheid. Vooral sinds de laatste staatshervorming is duidelijk dat het manna niet eeuwig uit de hemel zal neerdalen. Beleid voeren impliceert keuzes maken, ook financieel.

Uitgaven

De culturele sector heeft zeker kunnen profiteren van de relatief royale subsidiepolitiek, maar toch vertaalde dat zich niet in excessieve publieke uitgaven voor cultuur. Met 0,5% van het bbp geven alle Belgische overheden samen iets meer aan cultuur uit dan het Europees gemiddelde en onze buurlanden Nederland en Duitsland (telkens 0,4%), maar minder dan Frankrijk (0,7%) (cijfers Eurostat, 2017). Maar door het hoge overheidsbeslag in België spenderen we eigenlijk relatief weinig publieke middelen aan cultuur.  

In de huidige discussie wordt cultuur vrij eenzijdig als een kost bekeken. Dat is een vergissing. De culturele sector is een belangrijke economische activiteit. Cultuur zorgt voor een aanzienlijke bijdrage tot economische groei en voor directe en indirecte jobcreatie, niet in het minst door de sterke stimulans aan binnen- en buitenlands toerisme.

Door het hoge overheidsbeslag in België spenderen we eigenlijk relatief weinig publieke middelen aan cultuur

Die positieve economische bijdrage komt niet enkel van de grotere culturele spelers, maar ook van de vele organisaties en verenigingen die Vlaanderen rijk is. Vooral die groep wordt momenteel in het vizier wordt genomen, terwijl ze nochtans de creatieve onderbouw vormt van de meer professionele kant van de sector en ervoor zorgt dat cultuur geen elitair gebeuren wordt.

Bovendien zijn onze culturele rijkdom, tradities en internationale reputatie een enorme troef, ook voor de Vlaamse economie. Of het nu gaat om ons historisch erfgoed in de kunststeden, de reputatie van Vlaamse muzikanten en kunstenaars, of onze voortrekkersrol in nieuwe kunstvormen, ze zijn alle een visitekaartje voor onze Vlaamse economie waarop vele andere landen en regio’s enkel jaloers kunnen zijn.

Historisch gingen de economische bloeiperiodes van onze regio vaak hand in hand met culturele hoogtepunten, denk aan de polyfonisten tijdens de renaissance of de barokschilders, die als ambassadeurs de Lage Landen een prominente rol gaven op de Europese markten.

Opportuniteiten

Onze culturele troefkaarten zijn vandaag allicht ook een compensatie voor enkele pijnpunten om in Vlaanderen te investeren, met Vlaamse ondernemingen samen te werken of met Vlaanderen handel te drijven. Pijnpunten zoals bestuurlijke complexiteit, reguleringsdrang, inflexibele loonvorming en de hoge belastingdruk ondermijnen immers de opportuniteiten om met ons land zaken te doen, zoals aangegeven in het Global Competitiveness Report van het Wereld Economisch Forum.

Onze culturele troefkaarten zijn vandaag allicht ook een compensatie voor enkele pijnpunten om in Vlaanderen te investeren, met Vlaamse ondernemingen samen te werken of met Vlaanderen handel te drijven

Een cultuurbeleid mag niet vertrekken vanuit een besparingsbeleid, maar moet worden opgebouwd in samenwerking met culturele actoren waarbij kosten en baten worden afgewogen. Een efficiënte inzet van middelen is belangrijk, maar eveneens de meerwaarde op korte én lange termijn die cultuur met zich kan meebrengen. Een cultuurbeleid kan niet uitsluitend voluntaristisch zijn, maar soms moet men durven zaaien om later te oogsten, en de bijhorende risico’s aanvaarden. Op het vlak van innovatie vinden we dit vanzelfsprekend, maar waarom niet op het vlak van cultuur?

Dit is dus zeker geen naïef pleidooi voor het blind en massaal uitdelen van middelen aan de culturele sector. De vraag om de sector verder te professionaliseren is terecht. Dit kan trouwens ook de positieve kruisbestuiving tussen cultuur en economie ten goede komen. Laat mensen uit het bedrijfsleven, met een hart voor cultuur, meehelpen om de organisatie van de culturele sector te versterken. De ondersteuning van cultuur moet immers niet enkel met publieke middelen gebeuren, maar gegeven de meerwaarde op lange termijn moet ook de privésector meer in cultuur durven investeren.

Opnieuw zie ik hier een parallel met innovatiebeleid: de overheid investeert om de markt te stimuleren en creëert zo een positieve dynamiek. Op termijn moet het de ambitie zijn om subsidies zoveel mogelijk af te bouwen, maar ook die afbouw vergt geleidelijkheid en een visie. Vandaag negeren we die transitiebehoefte en laten we veel kansen liggen.  

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n