opinie

Daar is het industrieel beleid weer

Hoogleraar internationale economie KU Leuven

Wat het wordt met de Europese chipambities en de sleutelrol voor Imec, blijft afwachten. Maar dat industrieel beleid en een grotere rol voor de overheid terug zijn, staat vast.

Chips en halfgeleiders zijn de grondstof van de toekomst. Van auto’s tot mixers, van computers tot telefoons, allemaal draaien ze op halfgeleiders. Omdat de toekomst alleen maar digitaler lijkt te worden, stijgt de vraag naar chips snel.

Vroeger had Europa een leidersrol in de ontwikkeling en productie van chips. Begin jaren 90 nam de Europese Unie 40 procent van de wereldproductie voor haar rekening. Vandaag is dat nog maar 10 procent. De grootste leveranciers zitten in Azië: Taiwan, Zuid-Korea, China en Japan.

De geschiedenis leert dat overheid en subsidies niet noodzakelijk een recept voor succes in de markt zijn.

Door een reeks recente gebeurtenissen is het aanbod van chips wereldwijd in elkaar gestort, waardoor de productie van veel goederen stil kwam te liggen. Vooral de autoproductie heeft daaronder te lijden. Die sector is voor de EU van economisch groot belang, met vertakkingen tot in bijna elk EU-land. Ook veel andere sectoren voelen het tekort aan chips, van keukenapparatuur tot de bouw.

De essentie

  • De auteur: Hylke Vandenbussche is hoogleraar internationale economie aan de KU Leuven.
  • De kwestie: Europa heeft grote ambities om zich weer flink op de kaart te zetten voor de productie van chips en halfgeleiders. De vraag is of EU-subsidies dat kunnen bewerkstelligen.
  • De conclusie: Het wordt afwachten. Dat industrieel beleid en een grotere rol voor de overheid terug zijn, staat wel vast.

De redenen voor het aanbodtekort zijn veelvoudig: corona, de blokkering van het Suezkanaal door het containerschip Ever Given vorig jaar en een brand bij de Japanse chipmaker Renesas in het voorjaar van 2021. Dat kortwiekte maandenlang de productie en het aanbod van chips. De invoer in de EU is nog niet volledig hersteld en blijft lager dan in de periode voor corona.

Strategische autonomie

Europa wil daar wat aan doen. Bij haar agenda voor meer ‘strategische autonomie’ kondigde de EU in september de European Chips Act aan. De bedoeling is meer productie van chips naar Europa te halen. De ambitie is tegen 2030 de EU-productie te verdubbelen en 20 procent van de wereldwijde productie te leveren, in plaats van de huidige 10 procent. Op die manier wordt Europa minder afhankelijk van de invoer van chips en kan het tekorten meer bufferen.

Europa wil zich toeleggen op de allerkleinste en energie-efficiënte geproduceerde chips, die van 2 nanometer. Althans, dat is het plan. Dat vraagt veel geld, want een chipindustrie uitbouwen is duur en de wereldwijde concurrentie blijft spelen.

De vraag is of EU-subsidies Europa helpen opnieuw een grotere chipspeler te worden. De geschiedenis leert dat overheid en subsidies niet noodzakelijk een recept voor succes in de markt zijn. Voorstanders argumenteren dat de wereld en hoe we ernaar kijken sinds kort veranderd zijn. In de hoogdagen van de globalisatie was het vooral belangrijk chips te laten produceren waar dat het goedkoopste was, wat geleid heeft tot het Aziatische succes. De chips werden ingevoerd tegen een prijs waarvoor ze lokaal niet geproduceerd konden worden.

Is de Europese Chips Act een streven naar meer strategische autonomie, los van andere geopolitieke spelers, of past die in een gezamenlijk streven met de VS om de chipproductie deels te ontkoppelen van Azië?

Die mondiale waardeketens zijn kwetsbaar gebleken. Lage prijzen lijken daardoor minder belangrijk, voorradigheid en beschikbaarheid des te meer. Wat heb je aan goedkope chips als die niet geleverd kunnen worden? Dat vat de houding van de EU goed samen. Die nieuwe kijk op de wereld heeft mee geleid tot de EU Chips Act, die erop neerkomt dat Europa de komende jaren de chipindustrie in Europa financieel gaat ondersteunen.

Dat is goed nieuws voor Imec, het technologiecentrum in Leuven dat een cruciale rol speelt als onderzoeks- en ontwikkelingscentrum voor microchips van het type waarop Europa wil inzetten. Naast het Franse Leti-centrum en het Duitse Fraunhofer-instituut, krijgt Imec een belangrijke rol in de Europese chipplannen. De productie van halfgeleiders zit voornamelijk in Nederland en Duitsland. Ook die landen zullen wel varen bij de Europese subsidies voor chips.

Waarnemers vragen zich af of deze Europese plannen los te zien zijn van de plannen van de Amerikanen om ook hun chipproductie te versterken, via de Chips for America Act, die onlangs werd voorgesteld en een budget van 52 miljard dollar heeft. Is de Europese Chips Act een streven naar meer strategische autonomie, los van andere geopolitieke spelers, of past die in een gezamenlijk streven met de VS om de chipproductie deels te ontkoppelen van Azië? In elk geval lijkt het erop dat industrieel beleid weer in trek is en de overheid een grotere rol wil spelen in strategische sectoren door lokale productie financieel te ondersteunen.

Of dat lukt, zal de toekomst uitwijzen. Het is wel een teken aan de wand dat mondiale waardeketens zich verleggen en het wijst op een wens om minder afhankelijk te zijn van Azië.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud