opinie

De begroting biedt geen hervormingen in de diepte.

Politiek directeur sp.a

Een week nadat de regering-Michel de begroting 2017 heeft afgeklopt, is de belangrijkste conclusie dat ze het niet eens raakt over de toekomst.

Jan Cornillie  directeur van de studiedienst van de sp.a

©Thierry du Bois

Om te bepalen of de begrotingsmaatregelen naar een evenwicht leiden, moet je drie vragen beantwoorden. Eén: zit er een maatregel van 1 miljard in om het tij echt te keren? Twee: is de regering eerlijk over haar beslissingen en de gevolgen voor de mensen? En drie: gaan de begrotingsmaatregelen gepaard met hervormingen in de diepte?

Op de eerste vraag kan ik volmondig ja antwoorden. In de gezondheidszorg bespaart de regering 1 miljard euro. Meer nog: op langere termijn zit er zelfs een tweede miljardenmaatregel in via de besparingen in de ambtenarenpensioenen.

De regering grijpt in 2017 wel degelijk fors in. En ze doet dat, zoals Bart De Wever (N-VA) in zijn nieuwjaarsinterview begin dit jaar heeft bevolen, door geld te rapen in de sociale zekerheid. Toch enig voorbehoud. 1 miljard snijden in de gezondheidszorg heeft een schokgolf door de sector gejaagd. Het is dan ook de vraag of minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) de besparingen tot de laatste euro kan doorvoeren zonder haar gezag in de sector te verliezen.

In dit tempo duurt het nog veertig jaar voor we een structureel evenwicht hebben.

Tweede voorbehoud: ondanks de miljardenbesparing is de structurele inspanning van 1,26 procent die de regering in 2017 belooft voorlopig een vogel in de lucht. Het trackrecord van overschatting van inkomsten én besparingen ligt nog vers in het geheugen. Het begrotingsjaar 2016 moet alarmbellen doen afgaan. Uiteindelijk realiseert de regering-Michel finaal maar een structurele verbetering van slechts 0,05 procent en dreigt ze straks boven de 3 procent nominaal tekort uit te komen. Dat is amper een tiende van de minimuminspanning die Europa van ons vraagt. In dit tempo duurt het nog veertig jaar voor we een structureel evenwicht hebben.

Realitycheck

De tweede vraag dan: is de regering eerlijk over haar beslissingen en de gevolgen voor de mensen? Die vraag is meteen een realitycheck. Ofwel wordt er zwaar gesaneerd en zullen de mensen het ook voelen. Ofwel voelen de mensen niets van de maatregelen en dragen die weinig bij. Het is het een of het ander.

Een voorbeeld is de verlaging van het minimumloon voor jongeren. ‘Een lager brutoloon, maar hetzelfde netto’, zegt de regering. Van twee dingen één: als dat zo is, zal die maatregel de overheid geld kosten in plaats van opbrengen. En als de maatregel toch moet opbrengen, kan de regering die kosten onmogelijk dragen. Het nettoloon is bijgevolg minder gegarandeerd dan dat de regering nu beweert.

Ook op het vlak van pensioenen blijft de regering erbij dat haar maatregelen enkel tot langer werken, maar niet tot een lager pensioen leiden. Dat is moeilijk vol te houden gezien de 400 miljoen euro opbrengsten die het binnen enkele jaren al moet opbrengen.

Mijn conclusie: deze regering is de impact van haar beleid aan het minimaliseren.

Zonder Wunder

En dan vraag drie: gaat deze begroting echt gepaard met hervormingen in de diepte?

Vooralsnog is de pensioenhervorming de enige hervorming in de diepte die een duurzaam budgettair effect zal hebben. Alleen is het jammer dat alleen de besparingsmaatregelen uit het rapport van de Commissie Pensioenhervorming worden geplukt. De andere aanbevelingen - die een evenwicht moeten brengen - blijven in de koelkast. Erger nog, door de verlaging van de solidariteitsbijdrage krijgen de hoogste aanvullende pensioenen en ambtenarenpensioenen een lastenverlaging terwijl voor de lagere pensioenen veel langer gewerkt moet worden. Zo verkwanselt de regering het draagvlak voor pensioenhervorming. De onzekerheid over het pensioen blijft ondanks de besparingen.

De arbeidsmarkt dan. Ook daar wil de regering-Michel tonen dat ze ijverig hervormt. Werk moet goedkoper en flexibeler zijn, zodat outsiders instromen. Professor sociaal-economische wetenschappen Ive Marx vindt dat ook. Het is zijn vaste overtuiging dat onze sociale zekerheid behoorlijk performant is, maar dat het onderliggende arbeidsmarktbeleid faalt.

Daar valt iets voor te zeggen. Elke maatregel die onze traditioneel zwakke werkzaamheidsgraad optrekt, is meer dan nodig. Alleen kan het niet de bedoeling zijn om van die werkenden armen te maken. Toch is dat precies wat Duitsland deed. Het lijkt er sterk op dat deze regering met haar maatregelen die trend wil volgen. De afgelopen twee jaar alleen al is het aantal werkende armen in ons land verdubbeld. Van een verhoging van de werkzaamheidsgraad is evenwel nog niets te merken. België gaat de kant van Duitsland op, maar dan zonder het Wunder.

Mijn conclusie? Omdat onze ministers het maar niet eens raken over nieuwe, structurele hervormingen, keren ze telkens opnieuw terug naar het regeerakkoord. Het probleem is echter dat dat regeerakkoord op budgettair vlak nu al op is, terwijl de regeerperiode nog tweeën-half jaar duurt. De kans op een begrotingsevenwicht, een evenwichtige pensioenhervorming en een structurele verhoging van de werkzaamheidsgraad lijkt nu onbestaande. Deze regering is ontstaan vanuit een vijandbeeld. Over een toekomstbeeld is ze het nooit eens geraakt.

a

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud