opinie

De belasting op buitenlandse huurinkomsten hervormen is simpel

Advocaat en partner bij AKD. Schrijft in eigen naam.

België gaat na een Europees arrest de belasting op binnen- en buitenlandse huurinkomsten hervormen. Maar wat minister Van Peteghem in gedachten heeft, lijkt niet waterdicht. Er is nochtans een eenvoudige oplossing.

Naar aanleiding van een arrest van het Europees Hof van Justitie van 12 november 2020 stelt professor Michel Maus in De Tijd van 13 november dat er maar één oplossing is voor dit probleem: ‘Een gelijke fiscale behandeling van Belgische en buitenlandse huurinkomsten (betekent) dat er ook in België een belasting op de werkelijke huurinkomsten (moet komen).’ De veroordeling van België en de uitspraak van Maus slaan op de belasting in België van de inkomsten uit de verhuur van buitenlands onroerend goed aan particulieren (private verhuur).

Minister van Financiën Van Peteghem (CD&V) is van plan een ‘surrogaat kadastraal inkomen’ toe te wijzen aan zowat 150.000 onroerende goederen die Belgen in het buitenland bezitten en verhuren aan privépersonen. Dat lijkt een titanenwerk, en bovendien biedt dat nog steeds geen garantie dat België de private verhuur van buitenlands onroerend goed niet anders belast dan de private verhuur van Belgisch onroerend goed.

Mag ik het bizar vinden dat de bijkomende Belgische belastingdruk op ‘vrijgestelde’ buitenlandse huurinkomsten hoger is voor wie minder Belgische inkomsten aan te geven heeft?

De wijze waarop België inkomsten belast uit de private verhuur van buitenlands onroerend goed is discriminerend in vergelijking met de belasting van dezelfde inkomsten van de private verhuur van Belgisch onroerend goed. Laatstgenoemde inkomsten hoeft men niet als dusdanig aan te geven in België, men betaalt enkel belasting op het kadastraal inkomen (ki) van het goed in kwestie, ongeacht wat de werkelijke huurinkomsten zijn. Indien het onroerend goed in het buitenland gelegen is, moet men in België de werkelijke huurinkomsten aangeven. Die worden weliswaar vrijgesteld van belasting in België, maar het zogenaamde progressievoorbehoud verhoogt de belastingdruk op de andere progressief belaste Belgische inkomsten van de belastingplichtige.

Effect

België stelt de inkomsten uit de verhuur van buitenlands onroerend goed vrij indien het verhuurde goed gelegen is in een land dat een bilateraal belastingverdrag heeft met België. Dat is het geval voor iedere EU-lidstaat en nog tientallen andere landen buiten de EU. Het belastingverhogende effect van het progressievoorbehoud moet men in de praktijk relativeren.

Zodra iemands progressief belastbare inkomsten de grens van ongeveer 40.500 euro per jaar overschrijden, is het hoogste marginale tarief (50%) van toepassing op iedere bijkomende euro belastbaar inkomen. Feitelijk leidt het progressievoorbehoud op buitenlandse onroerende inkomsten voor deze categorie belastingplichtigen tot een veeleer bescheiden belastingverhoging. Door de toepassing van de belastingvrije som treedt er nog een klein verschil in belastingdruk op ten gevolge van het progressievoorbehoud.

Voor een alleenstaande belastingplichtige zonder kinderen en met progressief belastbare Belgische lonen of wedden van 100.000 euro per jaar bedraagt de bijkomende Belgische belasting op een buitenlands huurinkomen van 18.000 euro welgeteld 750 euro (exclusief gemeentelijke opcentiemen). Voor iemand met dit inkomen durf ik dat dus, met alle respect, geneuzel te noemen (41.479 euro belasting tegenover 40.729 euro).

Ongerijmd

Indien dezelfde belastingplichtige slechts 35.000 euro progressief belastbare Belgische lonen en wedden aangeeft, bedraagt het verschil in belasting echter 1.567 euro (10.081 tegenover 8.514 euro). Mag ik het bizar vinden dat de bijkomende Belgische belastingdruk op ‘vrijgestelde’ buitenlandse huurinkomsten dus hoger is voor wie minder Belgische inkomsten aan te geven heeft?

Voor een kleine prijs kunnen we een aanzienlijke vereenvoudiging bereiken en zowel een ongerijmdheid als een discriminatie wegwerken.

Er bestaat een heel eenvoudige manier om deze ongerijmdheid en tegelijk de door het Europees Hof van Justitie aangeklaagde discriminatie tussen Belgische en buitenlandse huurinkomsten uit een verdragsland te elimineren. Stel buitenlandse huurinkomsten uit een verdragsland gewoon vrij van de Belgische inkomstenbelasting zonder progressievoorbehoud. Die inkomsten zouden dan alleen belast worden in de staat waar het vastgoed ligt, wat niet meer dan logisch is. Voor een goed begrip: daarvoor hoeven niet alle Belgische belastingverdragen heronderhandeld te worden, het volstaat dat België zijn nationale wetgeving (het Wetboek Inkomstenbelastingen) aanpast.

Gelet op de bedragen en op het aantal Belgische belastingplichtigen dat vastgoed in een verdragsland verhuurt aan particuliere huurders, denk ik dat de impact voor de belastinginkomsten van de Belgische Staat wel zal meevallen. Voor een kleine prijs kunnen we zodoende een aanzienlijke vereenvoudiging bereiken en zowel een ongerijmdheid als een discriminatie wegwerken.

Werner Heyvaert

Advocaat en partner bij AKD Benelux Lawyers

Lees verder

Gesponsorde inhoud