opinie

De Chinese voetbalgekte biedt opportuniteiten.

De commentaren op de beslissing van Axel Witsel om naar Tianjin te verhuizen getuigen weer van een algemeen onbegrip voor de ontwikkelingen in China en de gevolgen van de verdere doorbraak van de tweede wereldeconomie. Zoals vaker hoedt u zich het best voor ogenschijnlijke gevolgtrekkingen en te simplistische analyses.

Philippe Snel is advocaat in Sjanghai

©Frans Schellekens

Volgens meerdere commentatoren is de recente heisa over het voetbal in China vooral te danken aan de voorkeur van President Xi Jinping voor de sport en zijn ambities voor de Chinese nationale ploeg. Die staat op een erbarmelijke 81ste plaats in de FIFA-ranking, tussen Saint Kitts & Nevis en de Faeröer Eilanden. De Chinezen zien dat als een ongewenste herinnering aan het feit dat China nog steeds een land in ontwikkeling is. De pers is bijzonder kritisch en vergelijkt de situatie van de nationale ploeg graag met die van IJsland. De IJslandse nationale ploeg prijkt op de 21ste plaats van de wereldranglijst en versloeg eerder deze week de Chinese ploeg met 0-2. En dat voor een land met 323.000 inwoners, zo’n 0,02 procent van de Chinese bevolking.

Maar concluderen dat de komst van enkele internationale sterspelers rechtstreeks in verband staat met de nationale politieke ambitie houdt weinig of geen steek. Buitenlandse spelers kunnen de Chinese nationale ploeg uiteraard niet helpen. Een sterke jeugdvorming, in het bijzonder voor de jonge elitespelers is wel nodig, net als het verder professionaliseren en het algemeen saneren van de Chinese voetbalwereld. Over dat laatste wordt overigens geopperd dat de recente koopgekte van de Chinese clubs geen zoden aan de dijk brengt, integendeel.

Ernstige waarschuwing

Dat is wellicht de reden waarom de nationale sportadministratie vorige week te kennen gaf dat ze de aankoop van buitenlandse spelers aan onwezenlijk hoge prijzen op geen enkele wijze kon steunen. Het klinkt als een ernstige waarschuwing aan de clubs. Er wordt overigens gefluisterd dat enkele transacties het voorwerp van administratieve of partijdisciplinaire onderzoeken zullen zijn.

Veel waarnemers linken de aankoop van internationale sterspelers of clubs aan de drang van welgestelde Chinese zakenmensen om hun kapitaal, of minstens een deel ervan, buiten China te beleggen. De redenen voor die tendens zijn veelzijdig. Samengevat komt het erop neer dat ze ervoor kiezen een deel van hun vermogen veilig te stellen voor (on)voorziene omstandigheden in China. Bovendien willen sommigen onder hen hun centen het liefst buiten het bereik van de Chinese overheid houden. Ze zien het investeren in de internationale voetbalwereld als een uitstekende oplossing, niet zozeer door de rentabiliteit van de investering maar omdat voetbaltransacties vrij snel en eenvoudig uit te voeren zijn (in vergelijking met de aankoop van een onroerend goed of een bedrijf). Voetbalactiva zijn vrij gemakkelijk te verhandelen en het is bovendien bekend dat er in de industrie minder ‘vervelende’ vragen worden gesteld.

Toeval of niet, maar sinds december vorig jaar heeft de administratie die bevoegd is voor het toezicht over de deviezenwissel haar controles sterk aangescherpt. Elke internationale transactie waarvoor yuan in buitenlandse deviezen moeten worden omgezet, is het voorwerp van een nauwgezet onderzoek dat de investeerders/kopers duidelijk wil ontmoedigen.

De overheid wil de Chinese investeerders aanzetten om hun buitenlandse investeringen met meer discipline en gezond verstand uit te voeren. Het is niet de bedoeling dat de haast onmetelijke reserves aan buitenlandse deviezen die het land heeft opgepot aan buitensporige aankopen of onberedeneerde investeringen zonder meerwaarde voor de economie worden verkwist. De vraag stelt zich trouwens of de recentste voetbaltransacties door de wisselcontrole werden goedgekeurd. Als dat niet zo is, kan de betaling van de transferprijzen nog een tijd op zich laten wachten.

Speeltijd voorbij

Het bericht van de nationale sportadministratie klinkt als het fluitsignaal aan het einde van de speeltijd. Maar daarom is het nog niet gedaan met de Chinese investeringsstroom in het Europese en wellicht ook in het Belgische voetbal. Het zal wel op een iets discretere wijze verlopen en hoofdzakelijk betrekking hebben op de vorming van de jonge Chinese voetbalelite.

Dat een van onze Rode Duivels zich in China laat opmerken, is een onwaarschijnlijke promotie voor het Belgische voetbal en het getuigt van de kwaliteit van onze jeugdvorming.

Voor Axel Witsel hopen we dat zijn transfer niet op een negatief advies van de overheid stuit. Dat een van onze Rode Duivels zich in China laat opmerken, is een onwaarschijnlijke promotie voor het Belgische voetbal en getuigt van de kwaliteit van onze jeugdvorming. Daarenboven is het een uniek visitekaartje voor België bij de honderden miljoenen voetbalfans in China. Daar gaat het om. De opkomst van het voetbal in China biedt een gigantische economische opportuniteit voor wie zich er, zoals Axel Witsel, ernstig op wil richten. Op maat van het land lijken de bedragen waarvan sprake is niet eens zo onredelijk.

Philippe Snel is een Belgisch advocaat. Hij woont al bijna 15 jaar in Sjanghai en is een bevoorrechte waarnemer van de ontwikkelingen in China.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud