opinie

De fondsenindustrie heeft vijftig tinten groen nodig

Hoofdeconoom van Etion, forum voor geëngageerd ondernemen

Greenwashing is nooit ver weg in de groene transitie. Investeringen in vervuilende activiteiten zijn echter nog jarenlang onvermijdelijk, al was het maar om de transitie zelf mogelijk te maken. Die realiteit vraagt meer kleurschakeringen in de fondsenindustrie.

Het onderzoek van Great Green Investment Investigations, waaraan De Tijd meewerkte, toont aan hoe ondoorzichtig de duurzame transitie in België en Europa is geworden. Niet minder dan 44 procent van de donkergroene fondsen die in ons land worden aangeboden, investeert in een of meerdere bedrijven die actief zijn in de fossiele brandstoffen of de luchtvaart. Onze toezichthouder FSMA zegt pas vanaf 2024 over een Europees kader te beschikken om greenwashing aan banden te leggen. Fondsen die zich groener voorstellen dan ze zijn kunnen dan een beroepsverbod krijgen. Ook banken zullen als verdeler en tussenpersoon worden aangepakt als ze greenwashing bewust toelaten.

De meest vervuilende bedrijven beschikken vaak over de knowhow, de mankracht en de investeringscapaciteit om de groene transitie te realiseren. Daarom is het nodig dat fondsenbeheerders kunnen uitleggen waarom ze wel nog investeren in grijze bedrijven.

Met die ferme uitspraken probeert de toezichthouder het vertrouwen in een duurzame transitie te bewaken. Dat is nodig, maar toch moet men opletten voor overdrijving. De netto-instroom van middelen naar groene en donkergroene fondsen ten nadele van grijze fondsen zonder duurzaamheidskenmerken begint substantieel te worden. Het marktaandeel van groene fondsen stijgt. De bedragen die ze investeren in de ‘verkeerde’ bedrijven blijven bovendien beperkt. In België gaat het om een bedrag van 3,6 miljard euro in 582 investeringen in fossiele brandstofbedrijven. Dat lijkt veel, maar gemiddeld nemen de grijze bedrijven slechts 3,4 procent van de investeringen in een donkergroen fonds voor hun rekening. Met de aankomende groene taxonomie is dus niet veel meer nodig om straks klare wijn te schenken.

De essentie

  • De auteur
  • Geert Janssens is hoofdeconoom bij het ondernemersplatform Etion.
  • De kwestie
  • Heel wat aandelenfondsen die zichzelf als donkergroen profileren, blijken toch te investeren in vervuilende bedrijven.
  • Het voorstel
  • Greenwashing is nooit ver weg, maar investeringen in vervuilende activiteiten zijn nog jarenlang onvermijdelijk, al was het maar om de groene transitie zelf mogelijk te maken. Die realiteit vraagt om meer kleurschakeringen in de fondsenindustrie.

Men moet bovendien opletten voor vereenvoudiging en kleurenblindheid. Het is onmogelijk dat alle bedrijven tegelijk van de ene op de andere dag koolstofneutraal worden. Evenmin kunnen we allemaal tegelijk elektrisch rijden. De wagens, de elektriciteit, de infrastructuur met laadpalen en de capaciteit van het netwerk zijn er niet. De transitie is geen binair proces waarbij je schakelt van grijs naar groen, zelfs niet op het niveau van een individueel bedrijf. We spreken dan nog niet over de grondstoffen en de zeldzame metalen die nodig zijn voor de bouw van zonnepanelen, windmolens, batterijen… Welke grijze bedrijven zullen de noodzakelijke grondstoffen voor de vergroening ontginnen? Krijgen zij het label donkergrijs, lichtgrijs of lichtgroen?

Grijze bedrijven

Er is ook nog de complexiteit van de transitie voor onze industrie en de verwerkende nijverheid. Het duurzaam maken van onze welvaart vergt dat die ondernemingen koolstofneutraal worden. Dat mag best sneller gaan, maar het vergt immense investeringen. Twee derde van onze huidige primaire energiemix steunt op fossiele brandstoffen. De investeringen om die om te schakelen naar hernieuwbare energie zullen niet alleen moeten komen van energiebedrijven, maar ook van grijze bedrijven en grote verbruikers die zich engageren voor een duurzame transitie. Hier schuilt een tweede paradox. De meest vervuilende bedrijven beschikken vaak over de knowhow, de mankracht en de investeringscapaciteit om die transitie te realiseren. Daarom is het nodig dat fondsenbeheerders kunnen uitleggen waarom ze wel nog investeren in grijze bedrijven. Uiteraard mits ze voldoende kunnen aantonen dat ze voortgang maken in de groene omslag. Ook om die reden is meer kleurschakering nodig.

We moeten de prijs van koolstof systematisch opdrijven, zodat investeringen rendabel worden. De ruimte om te investeren in een grijze zone mag niet leiden tot nieuwe vormen van greenwashing.

Dat de taxonomie geflankeerd wordt met een green deal en een emissiehandelssysteem komt aan die verzuchting tegemoet. We moeten de prijs van koolstof systematisch opdrijven, zodat investeringen rendabel worden. De ruimte om te investeren in een grijze zone mag niet leiden tot nieuwe vormen van greenwashing. Het is nodig foute investeerders te bestraffen op basis van een taxonomie die transparantie en uniformiteit brengt in de verplichte rapportage over concrete stappen die ondernemingen nemen om hun koolstofuitstoot terug te dringen. Niet de doelen maar de concrete acties en investeringen moeten in rekening worden gebracht. Welke stappen heeft men genomen en welke neemt men binnenkort? Ook de inspanningen voor de circulaire economie moeten daarin worden meegenomen. Alleen zo creëren we een groene economie met behoud van onze welvaart.

De transitie is geen eenmalige operatie maar een aaneenschakeling van minitransformaties die zich noodgedwongen zullen voltrekken over vele jaren. De paradox van de energietransitie is dat we nog een lange tijd verstandig moeten investeren in een grijze economie. De taxonomie en de toezichthouder die haar toepast, zullen moeten aangeven hoe ze die realiteit mogelijk willen maken. Een onderscheid tussen lichtgroene en donkergroene investeringen is nuttig, maar meer schakering is nodig opdat voldoende middelen worden geïnvesteerd in grijze bedrijven die de groene transitie mee mogelijk maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud