opinie

De Green Deal is een kans voor de industrie

Vertegenwoordiger van de Europese Commissie in België

Of het nu gaat om boerenprotesten of de bekommernissen van de industrie, de Europese Green Deal is vaak de kop van Jut. Veel van die kritiek is onterecht, schrijft Stefaan De Rynck, de vertegenwoordiger van de Europese Commissie in België. 'De Green Deal is niet zozeer een kwestie van regels, maar een gefaseerd stappenplan dat zekerheid biedt voor investeringen.'

Bijna drie jaar nadat de EU-lidstaten zich ertoe verbonden hebben om klimaatneutraal te worden tegen 2050 woedt het debat over de Europese Green Deal fel. Veel zaken worden daarbij verward en op een hoopje gegooid. De eerste Europese normen voor natuurbescherming, waterkwaliteit en luchtverontreiniging zijn meer dan 30 jaar oud. Vlaanderen werkt aan zijn zevende mestactieplan sinds de jaren 90. Dat landbouw en industrie tot een ernstig stikstofprobleem bijdragen, wisten we toen ook al. Veel van die oude en onopgeloste problemen worden nu onterecht aan de Green Deal toegeschreven.

  • De auteur
    Stefaan De Rynck is vertegenwoordiger van de Europese Commissie in België.
  • De kwestie
    De Europese Green Deal is de inzet van een fel debat. De deal wordt vooral geassocieerd met regeldrift en de Europese klimaatdoelstellingen zouden naïef zijn.   
  • De conclusie
    Veel van die kritiek is onterecht. De Green Deal zet lijnen uit, brengt investeringszekerheid en schept kansen. Wie niet massaal in de groene transitie investeert, is binnen tien jaar economisch voorbijgespurt.

Diverse sectoren klagen over Europese regeldrift. Bedrijven kampen inderdaad met te veel rapporteringsverplichtingen. De EU heeft huiswerk om dat simpeler te maken, hoewel ook nationale en regionale overheden niet vrijuit gaan. Te vaak voegen zij bij de toepassing van Europees beleid extra verplichtingen toe.

Vaak is de beschuldiging van regeldrift ook onterecht. Neem de natuurherstelwet, die economische activiteiten zou verlammen. Vooreerst staat die wet volgende week pas op de agenda van het Europees Parlement. Er is nog geen wet. Als die er eenmaal is, komt de volgende stap: de opmaak van plannen die de lidstaten binnen twee jaar bij de Europese Commissie moeten indienen. Ten gronde betreft de wet een versterking van bestaande natuurbescherming waartoe de EU-lidstaten zich al een paar decennia geëngageerd hebben, met doelstellingen zoals een herstel van de biodiversiteit en gezondere landbouwgrond. Die zijn essentieel voor ons voedselsysteem.

Betuttelend

Daarmee is niet gezegd dat de Green Deal geen inspanningen vergt. Integendeel, het gaat om een omwenteling van onze economie en samenleving. Dat zal geld kosten en verdient een diepgaand debat met de industrie en de landbouw over hoe we de deal samen uitvoeren.

Om de doelstellingen van 2030 te halen, is ongeveer 700 miljard euro aan investeringen per jaar nodig. Dat lijkt een onhaalbaar monsterbedrag, maar in 2022 gaf de Europese economie meer dan 600 miljard euro uit om fossiele brandstoffen in te voeren. Daarbovenop gaven alle overheden samen bijna 400 miljard euro subsidies aan energie, met minder dan een kwart voor hernieuwbare bronnen. Geld dat vandaag bijna letterlijk in rook opgaat, zouden we beter investeren in de oplossingen van morgen. Dat de Europese Unie daarvoor een meer eengemaakte kapitaalmarkt nodig heeft, is evident.

Het debat wekt de indruk dat Europa met de Green Deal alleen betuttelende regels oplegt, maar alle overheden in de EU samen leggen ook veel geld op tafel. Met de opbrengst van emissiehandel betaalt de Europese Commissie bijna 350 miljoen euro voor Kairos@C, een groots CO2-afvangproject in de Antwerpse haven. Het Europees herstelplan voor België voorziet in 100 miljoen euro voor een nieuw energie-eiland in de Noordzee en steunt projecten zoals fietsbruggen en tunnels, laadpalen of natuurherstel, allemaal steentjes die de groene transitie versnellen.

Alles samen, met Europees geld en nationale staatssteun, moet de EU niet onderdoen voor de Amerikaanse Inflation Reduction Act, die de groene transitie in Amerika steunt.

Het bedrijfsleven heeft wel een punt als het stelt dat de industriële en de groeicomponent van de Green Deal meer aandacht nodig hebben. Alles samen, met Europese gelden en nationale staatssteun, moet de EU niet onderdoen voor de Amerikaanse Inflation Reduction Act, die de groene transitie in de Verenigde Staten steunt. Maar het schoentje wringt omdat staatssteun nationaal versnipperd is en dus geen Europese strategie ondersteunt. Bovendien kan staatssteun het eerlijke speelveld van de interne markt verstoren, terwijl we die eengemaakte markt juist nodig hebben om de Green Deal succesvol uit te voeren.

Sommigen beweren dat de Green Deal te snel gaat en naïef is omdat de CO2-uitstoot van Europa in de wereld miniem is. Nochtans slaan ook de VS en China dezelfde richting in. De Amerikaanse president Joe Biden stopt honderden miljarden in de groene transitie. China neemt meer dan de helft van de wereldwijde investeringen in hernieuwbare energie voor zijn rekening. Wie niet massaal in de groene transitie investeert, is binnen tien jaar economisch voorbij gespurt. Linkse en rechtse regeringen van competitieve economieën zoals Denemarken en Zweden begrijpen goed dat hun toekomstige welvaart afhangt van hoe snel ze de transitie kunnen maken.

Wie niet massaal in de groene transitie investeert, is binnen tien jaar economisch voorbij gespurt.

In essentie is de Green Deal niet zozeer een kwestie van regels, maar een gefaseerd stappenplan dat zekerheid biedt voor grote en kleine investeringen. Vanaf 2027 moeten mobiliteit en huisvesting een correctere prijs betalen als ze draaien op fossiele brandstoffen. Dat gebeurt via het ETS-systeem (CO2-uitstootrechten), dat zijn diensten bewees bij de energie-intensieve industrie.

Twintig jaar geleden schreeuwden velen moord en brand dat de emissiehandel de industrie uit Europa zou wegdrijven, maar sinds de introductie in 2005 daalde de CO2-uitstoot met ongeveer 40 procent. Ondertussen beschermt Europa zijn industrie tegen oneerlijke concurrentie door CO2-rijke importgoederen duurder te maken.

Een andere mijlpaal ligt in 2035: vanaf dan mogen geen benzine- en dieselauto’s meer aan ons wagenpark worden toegevoegd. We hebben nog elf jaar. Zo kan de industrie zich aanpassen en hebben overheden de tijd om de transitie betaalbaar te maken voor mensen met lagere inkomens.

Kansen voor Vlaanderen

De Green Deal zet lijnen uit, brengt investeringszekerheid en schept kansen. We creëren een plan waarin Europa een blijvende rol van betekenis speelt in de wereldeconomie. Het zit ook vol kansen voor België en Vlaanderen, die een voortrekkersrol kunnen vervullen op veel domeinen, zoals circulaire economie, recyclage van zeldzame aardmetalen of de uitbouw van een waterstofnetwerk in de havens.

Dankzij de Net Zero Industry Act krijgen strategische sectoren voor groene groei nieuwe stimulansen. De wet voorziet onder meer in een snellere aflevering van vergunningen, een bekommernis die nogmaals werd beklemtoond tijdens de industriële top dinsdag in Antwerpen. De Act betekent in elk geval dat de Europese Unie meer op haar eigen industriële capaciteit zal moeten rekenen.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.