opinie

De grote verliezer van Vivaldi is de Vlaamse regering

Professor arbeidseconomie aan de UGent

Zonder hervorming van de lasten op arbeid, de werkloosheidsuitkeringen, de ziekteverzekering en de pensioenen op federaal niveau kan het potentieel van Vlaamse regeringsmaatregelen onmogelijk volledig benut worden.

Met dank aan het online verblijf van De Tijd kon u woensdagmiddag het volledige federale regeerakkoord doornemen. Ik heb dat ook gedaan. Met, évidemment, bijzondere aandacht voor economie, werk en pensioenen. Aan het einde van mijn lezing voelde ik me teruggekatapulteerd naar 9 september 2019, toen ik het Waalse regeerakkoord las.

©rv

Om de sociale en ecologische ambities - herinnert u zich nog de 4.000 kilometer hagen die er de komende jaren zullen bijkomen in Wallonië? - te combineren met een budgettair evenwicht tegen 2024 mikte men volledig op een verhoging van de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten.

Een uitstekende doelstelling, aangezien de werkzaamheidsgraad in Wallonië op zijn zachtst gezegd best wel wat hoger kan. Maar problematisch was de onderbouwing van die doelstelling. Toen aan onderhandelaar Jean-Marc Nollet (Ecolo) werd gevraagd hoe hij de 5 procentpunten verhoging wou realiseren, kwam hij niet verder dan ‘investeringen… euh… groene jobs… euh… enzovoort.’ En effectief, met de tekst van het regeerakkoord was een geloofwaardiger antwoord formuleren niet evident.

Het is dus geen compliment dat ik de Vivaldi-regering geef als ik die vergelijking maak. Jazeker, een van de weinige concrete cijfers in het akkoord is een stijging van de werkzaamheidsgraad naar 80 procent tegen 2030. Maar de maatregelen die ertegenover worden gezet, kunnen mij voorlopig niet overtuigen.

Goede grap

In feite schuift de Vivaldi-regering de hervormingen voor zich uit. Na weken discussiëren kijken de Vivaldisten zowaar richting jaarlijkse werkgelegenheidsconferenties én naar de sociale partners om de 80 procent werkzaamheidsgraad te realiseren.

In feite schuift de Vivaldi-regering de hervormingen voor zich uit.

Die sociale partners zijn helemaal terug van weggeweest. Exact 40 keer wordt naar hen verwezen in het regeerakkoord. Maar wat niet verduidelijkt wordt, is wat er gebeurt als de vakbonden en de werkgevers niet de nodige akkoorden sluiten. Een gevaar dat bepaald realistisch is. De regering-Michel vroeg de sociale partners om akkoorden te sluiten over de zware beroepen en de gedeeltelijke ontkoppeling van de lonen van de anciënniteit. Resultaat? Een wit blad papier keerde terug.

En nu zal de sociale partners gevraagd worden nog veel grotere akkoorden te sluiten, met nog minder sturing? Toekomstig premier Alexander De Croo (Open VLD) roemde gisteren het gevoel voor humor van zijn collega-formateur Paul Magnette (PS). Verwachten dat er tussen vakbonden en werkgevers de komende jaren zoveel convergentie zal zijn dat het akkoorden oplevert die leiden tot een werkzaamheidsgraad van 80 procent - als dat idee van Magnette komt, is het effectief een heel goede grap.

Gemiste kans

Bovendien is de ambitie de werkzaamheidsgraad te verhogen in tegenspraak met de pensioenplannen van de Vivaldi-regering. Daar zie ik een historische gemiste kans.

De pensioenbonus, de verhoging van het vaderschapsverlof, de versterkte strijd tegen discriminatie en de verhoging van de overheidsinvesteringen zijn niet de grote hervormingen die onze arbeidsmarkt nodig heeft.

Het minimumpensioen wordt opgetrokken en dat is absoluut verdedigbaar. Een van de hoofdredenen waarom ik er zelf altijd op hamer om meer mensen aan de slag krijgen, is net ons ervan te verzekeren dat we morgen ook nog deftige pensioenen en deftige zorg kunnen aanbieden. Maar omgekeerd kan je moeilijk de pensioenen verhogen zonder er tegelijk op toe te zien dat we gemiddeld langer werken.

Dat aspect van geven en nemen zit onvoldoende in het regeerakkoord. Momenteel verwerft een werknemer gemiddeld een derde van zijn pensioenrechten tijdens gelijkgestelde periodes. Die gelijkgestelde periodes hervormen parallel met het verhogen van het minimumpensioen was de logica zelve geweest. En de woorden brugpensioen of SWT vallen niet eens…

Positief

Valt van dit regeerakkoord dan helemaal niets positiefs te verwachten voor onze economie en arbeidsmarkt? Toch wel. De pensioenbonus, de verlenging van het vaderschapsverlof, de versterkte strijd tegen discriminatie en de verhoging van de overheidsinvesteringen, ik heb dat graag gelezen.

Maar dat zijn niet de grote hervormingen die onze arbeidsmarkt nodig heeft. Als we met België tegen 2030 richting 80 procent werkzaamheid willen, dan moeten we jaarlijks ongeveer zoveel vooruitgaan als onder de regering-Michel, in economisch minder evidente omstandigheden. Dan moet je meteen serieuze maatregelen nemen en daarvoor niet wachten op de sociale partners.

Wat ben je ermee om als Vlaanderen een jobbonus in te voeren die het verschil tussen werken en niet werken vergroot, als men op federaal niveau dat verschil weer kleiner maakt door de uitkeringen te verhogen?

De grote verliezer van dat alles dreigt de Vlaamse regering te worden. Ook zij ging vorig jaar van start met als centrale ambitie de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten te laten stijgen. Met geloofwaardige maatregelen zoals het activeren van inactieven, de jobbonus en investeringen in kinderopvang gericht op wie werkt. Maar zonder hervormingen van de lasten op arbeid, de werkloosheidsuitkeringen, de ziekteverzekering en de pensioenen op federaal niveau kan het potentieel van die maatregelen onmogelijk volledig benut worden.

Wat ben je ermee om als Vlaanderen een jobbonus in te voeren die het verschil tussen werken en niet-werken vergroot als je op federaal niveau dat verschil weer kleiner maakt door de uitkeringen te verhogen? En wat voor nut heeft het de VDAB de inactiviteit beter te laten bewaken als je federaal alle poorten richting gelijkgestelde periodes en brugpensioen laat openstaan?

De ambitie van het Waalse regeerakkoord om de werkzaamheid straf te laten stijgen was al om te lachen, die van de Vlaamse regering zou met dank aan Vivaldi wel eens om te wenen kunnen worden.

Stijn Baert

Professor arbeidseconomie aan de UGent

Lees verder

Gesponsorde inhoud