opinie

De kaaimantaks komt niets te vroeg

De regering-Michel wil een ‘doorkijk-belasting’ (kaaimantaks) invoeren. Die moet het onmogelijk maken vermogens onbelast in fiscale paradijzen te parkeren. Los van het politieke gehakketak over doorkijktaks, vermogens belasting en vermogenswinstbelasting blijft de vraag hoe een particulier zich op een ideale manier met het op til zijnde wetgevend kader in orde kan stellen.

Door Herwig Joosten en Wout Coppens, managing partner Tax en partner Private Client Services bij EY België

Eerst even een terminologische knoop ontwarren: de populaire naam ‘kaaimantaks’ heeft eigenlijk niks van doen met de Kaaimaneilanden. Die eilandengroep in de Caribische Zee is niet meer dan een van de vele plaatsen met een uitzonderlijk voordelig fiscaal regime. Ook Luxemburg en Zwitserland zijn dat. Om de link met de paradijselijke eilanden te vermijden spreken we dus beter over een ‘doorkijkbelasting’.

De Belgische wetgeving voorziet al in een meldingsplicht voor private vermogensstructuren - denk aan trusts, vennootschappen en stichtingen - gevestigd in fiscale paradijzen waar vermogens worden geparkeerd om daar aan de Belgische fiscus te ontsnappen. Ons land heeft een lijst met al die verplicht te melden constructies. De betrokken regelgeving verplicht u de entiteiten in het buitenland waarvan u oprichter of (potentieel) begunstigde bent, in uw Belgische aangifte in de personenbelasting aan te geven. Al was het maar om te kunnen onderzoeken of het om eerlijk en niet-frauduleus geld gaat. De meldingsplicht op zich stelt de fiscus evenwel niet in staat om tot belastingheffing over te gaan.

Het heeft geen enkele zin om uw vermogen in het buitenland te proberen te verbergen. Repatrieer het naar België.

Wie bijvoorbeeld dividenden op aandelen krijgt of inkomsten uit obligaties heeft, betaalt daar in ons land 25 procent roerende voorheffing op. Wie zijn vermogen in een trust, stichting of vennootschap in het buitenland onderbrengt, ontsnapt daaraan. Aan die oneerlijkheid wil de regering een einde maken. Een doorkijkbelasting wil door die ‘constructie’ heen kijken en de persoon die het vehikel heeft opgericht of zijn erfgenaam of een aangeduide begunstigde van het vehikel, belasten alsof de constructie niet werd opgezet. Het idee is eenvoudig: we belasten iedereen op dezelfde manier. Iedereen is gelijk voor de wet.

Zo’n wet is nodig, want ons land heeft geen vermogenskadaster. Via de meldingsplicht voor private vermogensstructuren in fiscale paradijzen krijgt men wel een beter zicht op iemands vermogen, maar de Belgische wetgeving staat niet toe om door zulke constructies heen te kijken, tenzij er sprake zou zijn van fiscaal misbruik. De doorkijkbelasting moet het mogelijk maken om door zulke constructies heen te kijken en de voormalige eigenaar van het vermogen of andere begunstigden op de inkomsten te belasten. De fiscus wil dus doen alsof die opgezette constructies niet bestaan. Wie een entiteit opzet in een van de landen die opgelijst zijn door de fiscus, zal rechtstreeks op zijn vermogen worden belast.

Stel dat u zo’n constructie hebt, hoe kunt u zich dan in regel stellen? Ons advies is dat het geen enkele zin heeft om uw vermogen in het buitenland te verbergen. Repatrieer het naar België. Richt hier dan desgevallend bijvoorbeeld een stichting op, en betaal daar dan gewoon rechtspersonenbelasting op.

De ultieme oplossing is dat u effectief verhuist naar het buitenland en u onderwerpt aan de fiscus in een ander land. Maar de meeste Belgen blijven toch graag in eigen land. Het is een goede zaak dat al het geld dat nu in het buitenland zit, terug naar België komt. In essentie gaat de kaaimantaks niet over fraude, wel over het fair belasten van inkomen uit kapitaal.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud