opinie

De overheid is de slaaf van het begrotingsevenwicht

Sinds het losbarsten van de financiële crisis in 2008 raakte het begrotingsbeleid in de ban van het begrotingsevenwicht. Dat is het unieke doel geworden.

Door Paul De Grauwe, hoogleraar aan de London School of Economics

De slaafsheid is niet alleen in België een probleem. Alle landen van de eurozone zijn in de ban geraakt van dat unieke doel: een begrotingsevenwicht. Onder het leiderschap van Duitsland werden begrotingsregels opgelegd met als enige opzet een nulsaldo op de begroting te halen in alle eurolanden. Die fixatie op een begrotingsevenwicht heeft om twee redenen rampzalige gevolgen voor de economieën van de eurozone.

Dat België zich wegens zijn hoge overheidsschuld niet kan veroorloven de schuld te verhogen, is een dooddoener.

Ten eerste heeft die fixatie geleid tot het voeren van een procyclisch budgettair beleid dat geen rekening houdt met de groeivertraging die is opgetreden. De reactie van de overheden (nationale en Europese) bestaat erin meer te bezuinigen en/of de belastingen te verhogen om het begrotingstraject naar het evenwicht op de sporen te houden. Het gevolg daarvan is dat de vraag naar goederen en diensten daalt. Zo komt de economische groei niet van de grond.

Ontzetting

Bij de volgende begrotingscontrole slaken de ministers van Financiën kreten van ontzetting: door de slechte conjunctuur vallen de belastingontvangsten tegen. Een ‘tegenvaller’ waar ze geen vat op hebben, stellen ze. Een nieuwe ronde van bezuinigingen wordt ingezet, tot bij de volgende begrotingscontrole opnieuw een tegenvaller naar boven zal komen.

Iemand heeft ooit het gebrek aan verstand als volgt gedefinieerd: telkens hetzelfde blijven doen, ook als het duidelijk is dat wat men doet niet werkt.

Geen van die ministers zal daaruit besluiten dat die ‘tegenvallers’ het resultaat zijn van de opeenvolgende bezuinigingsronden, en dus perfect voorspelbaar waren. Niemand besluit dat het genoeg is geweest met de opeenvolgende zelfvernietigende bezuinigingsronden, en dat er een ander beleid nodig is.

Iemand heeft ooit het gebrek aan verstand als volgt gedefinieerd: telkens hetzelfde blijven doen, ook als duidelijk is dat wat men doet niet werkt. Dat is ook hoe ik het gebrek aan verstand van het begrotingsbeleid in de eurozone en in België definieer.

Eigen makelij

Het gevolg van dat onverstandige beleid is dat het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone (in constante prijzen) vandaag nog altijd op hetzelfde niveau ligt als in 2008. Het reële bbp stagneert dus sinds 2008. In de andere EU-landen is er sinds 2011 een - zij het traag - herstel bezig. Het zal niemand die een beetje nadenkt verwonderen dat in een situatie van stagnatie van eigen makelij het begrotingsevenwicht ongrijpbaar blijft.

De implicatie van de Europese regels is dat publieke investeringen niet mogen gefinancierd worden door de uitgifte van obligaties en dus gedekt moeten worden door lopende belastinginkomsten.

Er is een tweede reden waarom het nastreven van een begrotingsevenwicht nadelige economische gevolgen heeft. De Europese regels dwingen de nationale overheden een structureel begrotingsevenwicht na te streven. Dat betekent dat over het verloop van de economische conjunctuur geen nieuwe overheidsschuld is toegelaten. De implicatie daarvan is dat publieke investeringen niet gefinancierd mogen worden door de uitgifte van obligaties en dus gedekt moeten worden door lopende belastinginkomsten.

Domper

Een dergelijke regel zet een permanente domper op publieke investeringen. De reden is heel eenvoudig. De regel dwingt de overheid om de kosten van de publieke investeringen op te leggen aan de belastingbetalers, terwijl de opbrengsten ervan in de toekomst zullen worden gerealiseerd. Dat maakt het politiek moeilijk om publieke investeringen te doen. Politici huiveren ervoor de belastingen vandaag te verhogen om een voordeel te creëren in de toekomst, als ze er misschien niet meer zullen zijn.

De goede regel is om publieke investeringen te financieren door obligatie-uitgiftes

De goede regel is om publieke investeringen te financieren door de obligatie-uitgiftes. Op die manier worden de kosten van de investeringen gedragen door diegenen die in de toekomst zullen genieten van de baten, en worden de stimulansen van de politici om die publieke investeringen te doen gaaf gehouden.

De dooddoener tegen die visie is dat België zich wegens zijn hoge overheidsschuld niet kan veroorloven de schuld te verhogen. Die kritiek verwart bruto- en nettoschuld. Publieke investeringen gefinancierd door een obligatie-uitgifte doen de brutoschuld toenemen, maar niet de nettoschuld. Goed gekozen publieke investeringen creëren productieve activa die in de toekomst de productiecapaciteit van een land verhogen en tot meer overheidsinkomsten leiden. Dat kan de last van de overheidsschuld in de toekomst verlichten. De verwachte opbrengsten van die investeringen zullen hoger liggen dan de intrestlasten, die vandaag op een historisch minimum liggen.

Lees verder

Tijd Connect