opinie

De reguleringsparadox van cryptomunten

De diefstal van 0,5 miljard dollar cryptomunten op het Japanse handelsplatform Coincheck legt een reguleringsparadox bloot. Om professionele gebruikers in bad te trekken zijn strengere regels nodig. Maar meer regulering in China en Zuid-Korea halveerde de voorbije maand de prijs. De uitkomst is een verdere zware correctie van cryptomunten, waarna enkele uit hun as zullen herrijzen.

Door Koen De Leus, hoofdeconoom BNP Paribas Fortis

Hebben de believers het aan het rechte eind, dan staan we nog maar aan de vooravond van de échte klim van de bitcoin. In dat scenario neemt de cryptomunt op globale schaal de taak van cash over als ruilmiddel. Ze kan dan mogelijk ook goud vervangen als veilige haven. Aan de huidige marktkapitalisatie van goud is één bitcoin dan 630.000 dollar waard.

Grote operatoren monopoliseren geleidelijk het ‘mijnen’ of ontginnen van bitcoins

De meeste kopers investeren echter niet in bitcoin omwille van de gedroomde rol van een globale munt. Ze kopen de cryptomunt in de hoop dat iemand anders er meer voor zal willen neertellen. Dat is het recept van een zeepbel, vooral omdat bitcoin ook geen fundamentele waarde heeft. Bitcoin is geen wettelijk betalingsbewijs en heeft ook geen intrinsieke waarde.

Aan goud kan, net zoals aan andere grondstoffen, wel een intrinsieke waarde toegekend worden. Men kan er zaken mee maken (hoewel het industrieel nut beperkt is) maar ook de kluizen van de overheden liggen er vol van en het heeft al eeuwenlang een bewezen status van veilige haven. Goud is ook uniek. Bitcoin is dat niet: 1.474 andere cryptomunten en tokens - en morgen alweer meer - staan te trappelen om bitcoin van de troon te stoten.

©doc

Bitcoin heeft het voordeel de eerste te zijn geweest, maar kampt daardoor met tal van technische problemen. Zijn blockchain, die met elke transactie aangroeit, is zo omvangrijk geworden dat een gewone computer niet meer volstaat om hem op te slaan. De gewone sterveling kan ook bijna niet meer meedingen naar nieuwe bitcoins, door de enorme computerkracht die nodig is. Grote operatoren monopoliseren geleidelijk het ‘mijnen’ of ontginnen van bitcoins, de beloning voor het verifiëren en goedkeuren van transacties. De benodigde hoeveelheid energie loopt jaarlijks op tot het verbruik van Denemarken.

Het argument dat de netwerktransactie sneller is en goedkoper dan bij traditionele betaalverwerkers, geldt voor bitcoin evenmin. De gemiddelde transactiekost beloopt vandaag 30 dollar. En met een snelheid van 7 transacties per seconde moet bitcoin cryptomunten zoals Ethereum (20), Lifecoin (56) en vooral Ripple (1.500) laten voorgaan. Visa verwerkt 24.000 transacties per seconde.

Muntrecht

Bitcoin is trouwens geen munt. Cryptomunten zijn een middel dat deelnemers gebruiken om te participeren in het gedecentraliseerde netwerk. Eigenlijk zijn het crypto-activa, maar dat bekt niet. Bitcoin vervult evenmin de drie karakteristieken van een munt. Het is zeker geen opslagplaats van waarde. Het is geen wijdverspreid ruilmiddel. En het is ook geen rekeneenheid: mensen rekenen niet in bitcoins zoals ze dat in dollars of euro’s doen.

Het invoeren van één munt op wereldschaal zou, vandaag althans, leiden tot een economische ravage

Overheden zullen dat ook nooit toelaten. Om te beginnen verliezen ze daardoor hun muntrecht. ‘Perfect’, roepen bitcoin-aanhangers. ‘Gedaan met ongebreidelde muntcreatie.' Het opleggen van een maximum aantal bitcoins leidt in een wereld van constant wijzigende geldvraag echter tot forse veranderingen in prijzen of, indien prijzen en lonen constant blijven, in output. Als cryptomunten wijdverspreid zijn, verliezen de centraal bankiers ook de controle over het gevoerde monetaire beleid. Willen we dat echt overlaten aan een consensus van een community IT’ers in plaats van aan getrainde economen?

Anthony Jenkins, voormalig topman van Barclays, droomt in Financial Times luidop van een wereld met één globale digitale munt. ‘Beeld je in wat een voordeel dat zou zijn, alle fricties en kosten die wegvallen uit het systeem.’ De giftige angel is dat landen zo de flexibiliteit verliezen om via wisselkoersaanpassingen plotse wijzigingen in de lokale economie op te vangen. Het gevolg daarvan zagen we de afgelopen jaren in de Zuid-Europese landen. Om hun competitiviteit te herwinnen, moesten zij de lonen fors doen dalen. Het invoeren van één munt op wereldschaal zou, vandaag althans, leiden tot een economische ravage.

Punk

Het omzeilen van die gecentraliseerde macht geeft cryptomunten wel punkgehalte. Ze behoren niemand toe, en al zeker niet de centraal bankiers en de overheden. Maar de overheid kan de handel wel reguleren. China sloot begin dit jaar enkele ‘mijnen’, Zuid-Korea denkt na over een handelsverbod en de VS houdt ICO’s (lanceringen van nieuwe munten) onder het vergrootglas. Dat volstond voor een quasi halvering van de bitcoin en de andere cryptomunten.

53% van de landen moeten zich nog uitspreken over de legitimiteit van de cryptomunt. Dat is een groot risico en een grote paradox voor de munt

Een minimale regulering is voor vele geïnteresseerde professionele toeschouwers een basisvoorwaarde om aan de slag te gaan met cryptomunten. Het hacken van de rekeningen van 260.000 klanten van het Japanse handelsplatform Coincheck dit weekend toont dat regels nodig zijn. De hackers gingen aan de haal met 532 miljoen eenheden van de cryptomunt NEM, goed voor een half miljard dollar. Bijkomende overheidsmaatregelen zijn dan ook waarschijnlijk.

Momenteel hebben 99 landen, of zo’n 40% van de 246, bitcoin geen beperkingen opgelegd. Zeventien landen, of 7%, hebben dat wel gedaan. Blijft 53% van de wereld over dat zich nog moet uitspreken over de legitimiteit van de cryptomunt. Dat is een groot risico en een grote paradox voor de munt. Want wat crypto-activa op lange termijn aanvaardbaar maakt voor professionele gebruikers, betekent op korte termijn de doodsteek voor de speculanten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud