De slechte staat van het federale klimaat

Joke Schauvliege, de Vlaamse minister van Milieu ©BELGA

‘Herfederaliseer het klimaatbeleid om het effeciënt te maken.’ Het klinkt aantrekkelijk eenvoudig, maar het houdt geen steek.

De roep om een doortastend klimaatbeleid klinkt steeds luider. In de marge van het klimaatprotest wordt steevast verwezen naar het Belgische federale model, waardoor liefst vier ministers moeten samenzitten. Er gaan dan ook stemmen op om het klimaatbeleid te ‘herfederaliseren’. Het idee is aantrekkelijk in al zijn eenvoud: het aantal ministers van vier naar één reduceren kan de slagkracht alleen maar bevorderen.

De oplossing is helaas te mooi om waar te zijn, omdat ze op een misvatting berust. Er bestaat niet zo iemand als dé minister van Klimaat die bevoegd is voor hét klimaatbeleid. Net zoals er geen minister van Gelijkheid is die instaat voor sociale rechtvaardigheid. En we ook geen minister van Vergrijzing hebben die in zijn eentje de uitdagingen van het stijgende aantal ouderen aanpakt. Het gaat telkens om transversale problemen.

Bovendien valt er niets te ‘her-federaliseren’. Het klimaat is nooit een federale bevoegdheid geweest, zoals het ook nooit een pure deelstaatbevoegdheid is geweest.

Zoals alle grote maatschappelijke uitdagingen raakt het klimaatprobleem aan uiteenlopende bevoegdheden. Aan leefmilieu om te beginnen. Maar ook in de bevoegdheden energie (hernieuwbare energie), mobiliteit (rekeningrijden), huisvesting (renovatie van woningen) en landbouw (veeteelt) zijn belangrijke keuzes te maken. Zelfs domeinen zoals fiscaliteit en economie zijn verstrengeld met het klimaatprobleem: belastingen zijn een belangrijk middel om burgers en ondernemingen tot een groenere levensstijl te bewegen.

Tel je alle ministers die bij het klimaat beleid zijn betrokken, dan kom je niet aan vier maar veeleer aan twintig.

Tel je alle ministers die bij het klimaatbeleid zijn betrokken, dan kom je niet aan vier maar veeleer aan twintig. Alleen al in de Vlaamse regering gaat het om de ministers Liesbeth Homans, Philippe Muyters, Kris Peeters, Joke Schauvliege en Ben Weyts. Het feit dat alle Vlaamse (gewestelijke) ministers bevoegd zijn, bevestigt de stelling dat het zwaartepunt van de klimaat-gerelateerde bevoegdheden in ons land bij de gewesten zit. De macht om de uitstoot van broeikasgassen als CO2 terug te dringen ligt grotendeels in hun handen. De middelen waar de federale overheid over beschikt zijn beperkter. Die laatste speelt wel een belangrijke coördinerende rol in het klimaatbeleid.

Het ‘herfederaliseren’ van het klimaatbeleid zou dus raken aan zowat alle deelstaatbevoegdheden, op onderwijs, cultuur en welzijn na. En zelfs dat klopt niet: want begint meer klimaatbewustzijn niet op school? Met andere woorden: de overheveling van het klimaatbeleid naar het federale niveau komt de facto neer op de afschaffing van het federalisme zoals we dat nu kennen. Voor de gewesten betekent het een complete uitholling van hun bevoegdheden. Niet alleen is zo’n piste politiek gezien sciencefiction, het gaat ook om bevoegdheden die al decennia aan de gewesten toebehoren.

De over heveling van het klimaatbeleid naar het federale niveau komt de facto neer op de afschaffing van het federalisme zoals we dat nu kennen.

Wat dan met een herfederalisering van sommige klimaatbevoegdheden? Alleen energie, bijvoorbeeld. Het kan zeker geen kwaad de voor- en nadelen te bekijken. Maar wie denkt dat dit tot dé doorbraak leidt, maakt zich illusies. Om te beginnen is het maar de vraag of een federaal energiebeleid ‘ambitieuzer’ zou zijn dan wat Vlaanderen doet of in de toekomst zal doen. Dat laatste hangt af van de verkiezingsuitslag en de coalitievorming, niet van de bevoegdheidsverdeling.

Het valt ook af te wachten hoe vlot op federaal niveau in de grote energiedossiers een compromis kan worden gevonden waarin beide taalgroepen zich kunnen vinden. Ook wat efficiëntie betreft mogen we de winst niet overschatten. Omdat heel wat andere materies met een impact op de CO2-uitstoot op deelstaatniveau blijven, blijft de nood aan coördinatie en afspraken bestaan.

Daarmee hebben we niet gezegd dat de versnippering van bevoegdheden niet problematisch is. De federale overheid is bevoegd voor kernenergie, terwijl de gewesten over hernieuwbare energie gaan. Maar de hernieuwbare energie op de Noordzee - de windmolenparken en het stopcontact op zee - is dan weer federaal. Homogenere bevoegdheidspakketten kunnen het Belgische klimaatbeleid wellicht een stuk efficiënter maken. Maar het homogeniseren kan in twee richtingen werken: er zijn geen a priori redenen om aan te nemen dat herfederaliseren de enige valabele optie is.

In ons land is er alvast één argument om twee keer na te denken over een herfederalisering van de grote klimaatdossiers: het verleden leert dat het federale niveau politiek minder stabiel is dan het Vlaamse niveau. Het record regeringsvormen van 2010-2011 ligt nog vers in het geheugen. En vandaag is de regering op zes maanden van verkiezingen in lopende zaken, en wacht opnieuw een aartsmoeilijke regeringsvorming.

Op deelstaatniveau is het gevaar voor politieke blokkering een stuk minder groot. Het voorbeeld van de Verenigde Staten kan dan ook hoopgevend werken: daar belet het klimaatscepticisme en het immobilisme van de federale regering staten als Californië niet om een ambitieus klimaatbeleid te voeren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud