opinie

De smalle doorgang naar de Google-taks

Het minimaal belasten van grote digitale aanbieders is geen eenvoudige opgave. Een nieuwe belastingmethode kan België 5 miljard euro opleveren.

Europees commissaris Margrethe Vestager heeft van toekomstig Commissievoorzitster Ursula von der Leyen de opdracht gekregen de digitale belasting, de ‘Google-taks’, te regelen in 2020. Met de OESO als het kan, zonder de OESO als het moet. De OESO heeft een internationale bevraging uitgeschreven over hoe digitale aanbieders billijk belast kunnen worden. De bedoeling is in januari 2020 tot een internationaal akkoord te komen.

Wat ons betreft, is er nu een ‘cañada’ (smalle doorgang) die nationale overheden onmiddellijk uniform kunnen gebruiken. We suggereren de OESO die doorgang te coördineren.

Een eerlijker bijdrage van grote digitale spelers is hoogdringend, want met deloyale fiscale concurrentie vallen ze onze kmo’s en de schatkist aan. Hun activiteiten brengen ook meer kosten voor de overheid mee. Op het vlak van sociale zekerheid (jobs die verdwijnen, schijnzelfstandigen tegen wil en dank), onderwijs (constante nood aan bijscholing van werkenden en werklozen), elektriciteit (productie en distributie), klimaat (vervuiling door pakjesleveringen, verwarming door servers), enzovoort.

Het Europese Hof van Justitie en het Amerikaanse Hooggerechtshof openden in recente uitspraken nieuwe paden voor vennootschapsbelastingen: een eerlijke bijdrage door grote bedrijven kan op basis van omzet, eerder dan op basis van fiscaal geoptimaliseerde winst. In het cañadamodel dat we bij de OESO ingezonden hebben, worden in tegenstelling tot vandaag wel belastingen betaald waar de economische vraag is en waar de overheden de lasten van dergelijke activiteiten dragen. Het voorstel komt neer op een minimale vennootschapsbelasting berekend op basis van de vermoede omzet van bepaalde digitale activiteiten. Dat biedt een antwoord op de vrees van de OESO voor een wildgroei aan belastingen. Ook de grote digitale spelers zelf hebben dringend behoefte aan duidelijke en voorspelbare regels.

10 à 25 procent vermoede winst

In de cañada-aanpak wordt digitale aanwezigheid niet bepaald op basis van inkomsten maar van het aantal gebruikers, het aantal verbindingen met servers en het aantal digitale contracten. Zo wordt een nationale omzet bepaald. Op die belastbare basis wordt een winstmarge tussen 10 en 25 procent vermoed.

Om de vermoede winst te bepalen stellen we volgende parameters voor. Hoe groot is de impact op het door de consument betaalde elektriciteitsverbruik? Hengelt de digitale activiteit naar de gegevens van de gebruiker? Gaat het om activiteiten met hoge winstmarges? Is er een risico op een vermindering van de tewerkstelling of een verhoogde inzet van schijnzelfstandigen? Is er een hoog risico op winstverschuiving? Elke relevante parameter is in het cañadamodel goed voor 5 procent vermoede winstmarge op de nationale omzet.

Een eerlijker bijdrage van grote digitale spelers is hoogdringend, want met deloyale fiscale concurrentie vallen ze onze kmo’s en de schatkist aan.

Enkele voorbeelden: bij bedrijfsmodellen als dat van Google, Facebook en Twitter stellen we een digitale winstmarge van 15 procent op de omzet in België voor. Tot dat percentage komen we op basis van het risico op winstverschuiving, het belang van de gegevens van de gebruikers voor die activiteit en de hoge winstmarges.

Voor een bedrijf als Netflix komt de digitale winstmarge op 10 procent, op basis van het risico op winstverschuiving en het hoge elektriciteitsverbruik door beeldtransmissie. Voor bedrijfsmodellen zoals dat van Uber stellen we 25 procent voor, omdat alle voorgestelde parameters relevant zijn.

Het model vermijdt dubbele belasting door de betaalde vennootschapsbelasting te verrekenen. Hoe meer vennootschapsbelasting de grote digitale spelers al afdragen, hoe minder kans ze hebben in het nieuwe systeem meer te moeten betalen. Wie nu niks of weinig betaalt, moet in elk geval meer bijdragen op zijn winsten uit digitale activiteiten in België.

Koploper België

Door die nieuwe, hedendaagse interpretatie van begrippen als ‘bedrijfsvestiging’ en ‘winsten’ hoeven we niet langer met lede ogen aan te zien hoe omzetten uit in ons land massaal aanwezige digitale activiteiten ontsnappen aan een minimale Belgische vennootschapsbelasting.

In afwachting van een alomvattende regeling kunnen enkele pioniers de weg wijzen. België kan als koploper mee het pad effenen.

We hopen dat de nieuw verkozen politici met het aangereikt voorstel een stevige budgettaire voorzet aan de toekomstige regering doen. Of beter nog: meteen het voorstel ter discussie brengen in het parlement. Want met de gekende noden op het vlak van welzijn, pensioenen, justitie, politie, cultuur, defensie, … is geen dag te verliezen. Een volledige implementatie van de cañada-aanpak biedt de Belgische overheid minstens 5 miljard euro extra inkomsten. Vaut le voyage!

 

Roel Deseyn Advocaat en gewezen Kamerlid

Paul Verhaeghe Fiscaal advocaat en bedenker van de cañada-methode die werd ingezonden aan de OESO. De tekst van het cañada-model kan bij  de auteur worden opgevraagd.

(p.verhaeghe.adv@telenet.be)

 

 

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n