opinie

De truc met artikel 195

Onderzoeker rechtsmethodiek KU Leuven

In plaats van te proberen via artikel 195 de hele grondwet te wijzigen, voeren we beter een grondig debat over dat specifieke artikel.

De grondwettelijke herzieningsprocedure is zelf voor herziening vatbaar verklaard. Terwijl dat ruim tien jaar geleden nog met veel schroom gebeurde, wordt nu volmondig toegegeven dat het een legitieme manier is om via die weg de hele grondwet te wijzigen. De doelstelling van die grondwetsbepaling is maatschappelijk debat over de grondwet mogelijk te maken. Ironisch genoeg ontwijken we net dat door deze manier van werken.

  • De auteur
    Jan-Baptist Lemaire is doctoraal onderzoeker aan het centrum voor Rechtsmethodiek aan de KU Leuven.
  • De kwestie
    De federale regering heeft met artikel 195 de grondwettelijke herzieningsprocedure voor herziening vatbaar verklaard.
  • De conclusie
    In plaats van te proberen via artikel 195 de hele grondwet te wijzigen, voeren we beter een grondig debat over dat artikel, met als centrale vraag: hoe moet het democratisch maatschappelijk debat over de toekomst van ons land eruitzien?
Advertentie

Onze grondwet is een oude dame die zich kranig staande houdt. Ze bestaat sinds 1831 en veel van haar bepalingen zijn nog altijd dezelfde. Een daarvan is artikel 195, dat vastlegt hoe de grondwet gewijzigd kan worden. Die procedure gaat als volgt: eerst moeten beide kamers van het parlement en de regering (officieel ‘de Koning’) de grondwet voor herziening vatbaar verklaren. Belangrijk daarbij is dat ze precies de artikelen aanduiden die ze willen herzien. Na die herzieningsverklaring wordt het parlement automatisch ontbonden en komen er 40 dagen later verkiezingen.

Na de verkiezingen komen de Kamer en de Senaat opnieuw samen als grondwetgevende kamers. Ze kunnen dan de grondwet wijzigen met een tweederdemeerderheid in beide kamers, maar alleen de artikels die de wetgever eerder voor herziening vatbaar had verklaard.

Die rigide procedure moet maatschappelijk debat over de grondwet mogelijk maken. Maar net daar knelt het schoentje. De grondwet is zeer zelden het voorwerp van de verkiezingen. Sinds de Tweede Wereldoorlog is bijna elke verkiezing nochtans ingeleid door een herzieningsverklaring - de automatische ontbinding van de kamers is een handig trucje om de verkiezingen op een gepast moment te laten plaatsvinden.

Net dat artikel 195 is nu voor herziening vatbaar verklaard. Waarom? Een logische verklaring zou zijn dat we de rigide procedure willen aanpassen aan de democratische realiteit. In veel landen volstaat een tweederdemeerderheid in het parlement, zonder voorafgaande verkiezingen. Maar dat is niet de reden. Zowel onze premier als onze minister voor Institutionele Hervormingen (hadden we die?) verklaarde dat we via dat artikel een nieuwe staatshervorming kunnen doorvoeren.

Advertentie

'Eenmalige' wijziging

Hoezo kan dat, als ze niet ook andere artikelen voor herziening vatbaar laten verklaren? Daarvoor moeten we terug naar 2012 en de zesde staatshervorming. Via een spitsvondigheid heeft de grondwetgever artikel 195 toen eenmalig gewijzigd om alle grondwetsartikelen voor herziening vatbaar te verklaren - zonder die vervelende verkiezingen daartussen, maar wel nog met een tweederdemeerderheid in beide kamers. Eenmalig, luidde het toen nog. Maar enkele verkiezingen later blijkt het alweer zover te zijn.

Zo’n ‘eenmalige’ wijziging is niet ongrondwettig, maar leidt wel tot een dubbele verdwijntruc. Want als iets ontbreekt als het gaat over de toekomst van ons land is het wel een grondig politiek debat daarover. Partijen en politici zijn bang zich aan een thema te verbranden waar weinigen warm voor lopen - zegt BHV u nog iets? - zelfs als ze vurig het land verder willen opdelen of opnieuw bijeen willen brengen.

Door via artikel 195 een wijziging van alle andere grondwetsartikelen mogelijk te maken ontwijken we tweemaal een publiek debat: over de herzieningsprocedure en over de grondwet zelf.

Ironisch genoeg gaat artikel 195 van de grondwet net over het democratische kader voor dat debat over de toekomst van ons land. Door via dat artikel een wijziging van alle andere grondwetsartikelen mogelijk te maken ontwijken we dus tweemaal een publiek debat: over de herzieningsprocedure, en over de grondwet zelf.

Toegegeven, ook om aan een tweederdemeerderheid te raken zullen we nog stevig moeten debatteren. Toch grijpen we de herzieningverklaring van artikel 195 beter aan waarvoor die echt dient, namelijk om dat artikel zelf te herzien. De grondwet organiseert onze overheid en hoe we vrij en volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. De herzieningsprocedure gaat over de vraag wie die regels bepaalt: laten we dat over aan onze volksvertegenwoordigers of krijgen u en ik een directere stem? Toch een breed debat waard, niet?

We hadden deze legislatuur liefst drie federale excellenties met ‘democratische vernieuwing’ als bevoegdheid. Een goed doordachte hervorming van artikel 195 van de grondwet zou een mooie verwezenlijking geweest zijn. In plaats daarvan krijgen we een pas de deux à la belge: een dubbele verdwijntruc nu, met kans op een staatshervorming uit de toverhoed na de verkiezingen.

Zo lijkt de vrees bewaarheid van voormalig premier en lid van het Nationaal Congres in 1830 Joseph Lebeau tijdens het (ironisch genoeg zeer korte) debat over de grondwettelijke herzieningsprocedure bijna tweehonderd jaar geleden: ‘S’il n’y a pas de moyen de faire des changements à la constitution, dès que l’opinion se sera prononcée contre elle, elle sera ou enfreinte, ou méprisée.’

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.