opinie

De uitgeputte klasmanagers groeten u

Leerkracht aan het Maria-Boodschaplyceum (aso) in Brussel. Schrijft in eigen naam.

Het lerarentekort is zorgwekkend. Dat ontkent niemand. Men sleutelt aan didactische methodes, het lerarenstatuut en de leerinhouden. Maar ook de leerling beïnvloedt de jobtevredenheid van de leraar.

Ons onderwijs stevent af op zijn failliet. De leerkrachten zijn uitgeput: letterlijk en figuurlijk, op is op. U bent verbaasd? De minister van Onderwijs doet zijn best om ons te motiveren met extra schnabbels bij het loon en diepgaande discussies om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Dankzij de modernisering van het systeem zou het onderwijs beter aansluiten bij de noden van de maatschappij en de interesses van de leerlingen. Menens?

Terwijl we als leerkrachten de passie voor ons vak willen delen, gaat 80 procent van onze energie naar klasmanagement.

In de twaalf jaar dat ik lesgeef op een goed aangeschreven aso-school in Brussel, heb ik het niveau alleen maar zien dalen. Aangezien ik talen geef, spreek ik me alleen daarover uit, maar ik vang gelijkaardige signalen op bij collega's van andere vakken. De leerstof die vroeger in het vierde jaar behandeld werd, staat nu in boeken van het zesde. En vooral: de retentie is minimaal. Bij de leerlingen dringt de leerstof niet meer door in het langetermijngeheugen. Daardoor moeten we jaar na jaar de basis herhalen, in de hoop toch een stapje verder te raken.

De essentie

  • De auteur
    Bénédicte Verbeeck is leerkracht aan het Maria-Boodschaplyceum (aso) in Brussel. Ze schrijft in eigen naam.
  • De kwestie
    Het lerarentekort is zorgwekkend, dat ontkent niemand.
  • Het voorstel
    Men sleutelt aan didactische methodes, het lerarenstatuut en de leerinhouden, maar ook de leerling beïnvloedt de jobtevredenheid van de leraar.

We blijven trappelen in dezelfde brij: spelling, zinsbouw, -d/-t en die/dat in het Nederlands, participe passé in het Frans... Die basiskennis zou een twaalf- à vijftienjarige zich eigen gemaakt moeten hebben, zodat je erop kunt voortbouwen. Nu kan die kennis er niet meer in. En hoe kom je als leerkracht aan literatuur toe met een publiek dat zucht als je het woord nog maar uitspreekt? In een klas die nota bene ‘koos’ voor de richting ‘moderne talen’.

Minimumvereisten

Eindtermen die bedoeld waren als minimumvereisten, gelden voor de inspectie (en dus ook voor de directies) als zaligmakend. Wie de helft niet behaalt, wordt vaak gedelibereerd. Uit vrees voor beroepscommissies, betichting van discriminatie en andere complicaties. We moeten namelijk het koste wat het kost schooluitval vermijden.

Hier raken we de kern van het probleem. Onze taak heeft vandaag hoofdzakelijk een maatschappelijke invulling. Terwijl we als leerkrachten de passie voor ons vak willen delen, gaat 80 procent van onze energie naar klasmanagement. Probeer de vonk maar eens te laten overslaan als de meeste leerlingen niet eens hun boek meebrengen en duidelijk te verstaan geven dat ze geen les willen. Ze zijn schoolmoe en wij moeten dat begrijpen. Wij moeten onze lessen opleuken met verhaaltjes en audiovisueel materiaal en de puberbreinen vooral niet belasten met cognitieve prikkels. Tijdens de lockdown misten ze hun vrienden, niet de lessen.

Natuurlijk zien we hen graag, de leerlingen. Dat maakt het dilemma nog zwaarder: streng zijn omdat je ze iets wilt bijbrengen en zo jezelf ongeliefd maken, of het gezellig houden ten koste van de leerinhoud?

Bij alle hervormingen die de voorbije jaren doorgevoerd werden, is te weinig aandacht besteed aan iets essentieels: de attitude van de leerlingen.

Nu de ambitie zoek is, blijken punten vaak nog de enige motivering. Punten (voorzien van positieve feedback, wel te verstaan) zijn nodig om te bewijzen of een leerling goed mee is. Is dat niet het geval, dan moeten we remediëring aanbieden: het liefst gepersonaliseerde oefeningen. Haalt dat bij zoon- of dochterlief weinig uit? Dan is het wellicht de schuld van de leerkracht, die de remediëring niet goed opvolgde of het kind onvoldoende motiveerde. En zo moeten wij ons voortdurend indekken. Leerkracht is een beroep waarin je schuldig bent tot bewijs van het tegendeel.

Inschikkelijkheid

Bij alle hervormingen van de voorbije jaren is te weinig aandacht besteed aan iets essentieels: de attitude van de leerlingen. Die is nochtans bepalend voor hun latere leven. We moeten altijd maar begrip tonen als ze niet doen wat van hen verwacht wordt. Ja, het zijn moeilijke tijden en er zijn vaak verzachtende omstandigheden (een leerstoornis, een aandoening, een moeilijke thuissituatie...). Wij, leerkrachten, zijn oprecht begaan met het welzijn van de leerlingen, maar onze inschikkelijkheid mag ons beroep niet ondermijnen. Misschien is de school te vrijblijvend geworden, hebben we de indruk gegeven dat het er allemaal niet toe doet?

Als leerkracht haal ik mijn voldoening uit de vorderingen die mijn leerlingen maken. Ik zie het als mijn taak jonge mensen te leren het beste uit zichzelf te halen. Ik ben gelukkig als ik mijn passie heb kunnen delen. Als niemand daar nog om maalt, voel ik me professioneel nutteloos.

Toen Jacques Brel besliste niet langer op te treden, zei hij: ‘Il ne suffit pas de se donner.’ Als je jezelf geeft zonder dat iemand daar iets aan heeft, raak je uitgeput.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud