opinie

De verlaging van het minimumloon voor jongeren in Nederland deed wonderen

ex-CEO van Agoria

De verlaging van de minimumlonen voor jongeren moet de scholing bevorderen en de jeugdwerkloosheid bestrijden. De idee is goed, maar de maatregel roept flink wat vragen op. Blijft hij niet steken in improvisatie, en speelt het sociaal overleg nog een rol?

Door Paul Soete, voormalig CEO van Agoria, de federatie van Belgische technologiebedrijven

De federale regering heeft ons lang in spanning gehouden over het budget 2017. Maar het lange wachten werd beloond met een zondagse State of the Union die heel wat verrassingen bevatte. Minder spectaculair dan sommige andere was de ingreep in de minimumlonen voor jongeren onder 21 jaar. Niet belangrijk genoeg om in de speech van de premier aan bod te komen, wel vermeld in de persbriefing. En verder uitgespit door ijvere journalisten.

De jeugdwerkloosheid in Nederland is de helft van die in België. De tewerkstellingsgraad van jongeren is er twee keer zo groot.

De bedoeling is de minimumlonen onder 21 jaar degressief te maken. Voor 16 jaar en jonger naar 70 procent van het minimum en dan per jaar telkens met 6 procentpunten naar boven, om op 21 jaar aan 100 procent te geraken. Achteraf werd ook gemeld dat de betrokkenen er netto niet op achteruit zouden gaan. Dus zou het lagere brutoloon op een of andere manier gecompenseerd worden .

Een deel van de mist rond deze maatregel is al opgetrokken, maar veel vragen blijven nog open. Over het besparingseffect bijvoorbeeld. Want die maatregel zou 20 miljoen moeten opbrengen. Blijft dat bedrag overeind als je de bruto’s verlaagt en in een nettocompensatie moet voorzien? Is er trouwens nog ruimte om te compenseren via lagere sociale bijdragen, gezien er al een werkbonus is voor lage lonen?

©RV DOC

En hoe ga je dat toepassen op de meerderheid van de werknemers die onder de hogere minimumlonen vallen die in de sectoren van toepassing zijn? Ga je ingrijpen in de bijna 200 cao’s die daarover gesloten zijn in de paritaire comités en subcomités? Of kiest de regering voor een nieuw jongerencontract naast alle andere bestaande statuten, en wordt daarbij het loon via wet bepaald?

Nederland

Ten gronde is een degressief minimumloon voor lager geschoolde jongeren onder 21 jaar een goede zaak. Vooral dan in het kader van de promotie van de scholing en het bestrijden van de jeugdwerkloosheid. Je hoeft maar te kijken naar Nederland. De jeugdwerkloosheid bedraagt er de helft van de onze, de tewerkstellingsgraad van jongeren ongeveer het dubbele. En dat met een zeer sterke degressiviteit van de jeugdminimumlonen. Tot voor kort werd de 100 procent van het minimumloon in Nederland pas bereikt op 23 jaar in plaats van op 21. Al is het kort door de bocht om die lagere lonen als enige factor voor de lagere jeugdwerkloosheid te zien .

In ons land hebben de sociale partners in 2013 beslist de minimumlonen voor de 18-jarigen gelijk te schakelen met die van de 21-jarigen. De cao van de Nationale Arbeidsraad was vooral geïnspireerd door de doelstelling van niet-discriminatie. In drie stappen werd de degressiviteit voor de 18-, 19- en 20-jarigen afgeschaft.

Effecten

Vooraf werd geen enkel onderzoek verricht over mogelijke negatieve effecten op de werkgelegenheid. Achteraf trouwens ook niet. Zo’n onderzoek zou trouwens ook moeten nagaan in welke mate de sectoren de aanbeveling naar de gelijkschakeling tussen 18 en 21 hebben gevolgd.

Maar los van de problematiek van het effect van de jongerenlonen op de tewerkstelling van jongeren, stelt zich de vraag welk signaal de regering met deze maatregel heeft willen geven naar het sociaal overleg en over de rol van de sociale partners bij het bepalen van de lonen.

Bekijk de minimumlonen van jongeren in het globaal kader van het arbeidsmarktbeleid. En overleg misschien ook met de gewesten.

Moeten de sociale partners hieruit opmaken dat de regering voor hen geen rol meer ziet weggelegd in het traject van structurele hervormingen? Dat de regering lessen heeft getrokken uit de mislukte pogingen om de sociale partners te betrekken bij de voorstellen voor wend- en werkbaar werk en de loonkostenevolutie? En nu zelfs geen pro-formaoverleg meer organiseert?

Over een materie waarover amper drie jaar geleden een cao is gesloten die pas sinds 2015 haar volle uitwerking heeft gekregen. Confronterend is dat de regeringsmaatregel terugkeert naar de degressieve percentages uit het verleden.

Of is het gewoon een geïmproviseerde maatregel gebaseerd op een goed idee? En moet de nodige verduidelijking nog volgen? Met daaraan gekoppeld sociaal overleg, al dan niet pro forma?

In dat geval alvast een suggestie: bekijk de minimumlonen van jongeren in het globaal kader van het arbeidsmarktbeleid. En overleg misschien ook met de gewesten. Die zijn niet bevoegd voor lonen, maar wel voor tewerkstelling en opleiding, en ze hebben daar belangrijke sleutels in handen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud