opinie

De winkel om de hoek hoeft niet te sterven

Fysieke winkels zijn niet dood. Sterker nog: er breekt straks een nieuwe gouden tijdperk aan voor de lokale handel. De toekomst is aan fygitaal winkelen, de combinatie van fysieke winkels en een grote digitale inslag.

Door Maurits Vande Reyde, Vlaams volksvertegenwoordiger en schepen in Diest voor economie, financiën, smart city, citymarketing en toegankelijkheid (Open VLD)

De traditionele lokale handelaar houdt al duizenden eeuwen stand. Als je afgaat op de naakte cijfers, zou je denken dat het straks plots gedaan is. Uit onderzoek van De Tijd blijkt dat het aantal winkels in Vlaanderen en Brussel sinds 2009 met 15 procent zakte. In sommige centrumsteden verdween 1 winkel op 5.

©Photo News

De opkomst van e-commerce is één van de grote oorzaken van die tsunami. Online winkelen doen we vooral in buitenlandse winkels. Dat we in Vlaanderen niet het meest vooruitziend geweest zijn op het vlak van nieuwe winkelgewoonten, is ondertussen wel bekend. Het fygitaal shoppen - de brug slaan tussen fysiek en online winkelen- heeft nog onvoldoende plaats gekregen in de manier waarop we de lokale retail willen ondersteunen. Tijd voor een nieuwe visie.

Te laat is het gelukkig nooit. Wie tien jaar geleden nog dacht dat online shoppen de fysieke winkel overbodig ging maken, krijgt vandaag ongelijk. 7 op 10 jongeren verkiest fysiek winkelen nog steeds boven online aankopen. Winkels die erin slagen de voordelen van het online aankopen te combineren met de beleving van de winkel, doen het goed. De Nederlandse e-commercepionier Wijnand Jongen verklaarde in april zelfs dat online-only winkels ten dode zijn opgeschreven. Grote online spelers zijn daarom nu vooral bezig met fysieke verkooppunten uit te bouwen. De fygitale winkel heeft duidelijk de toekomst. Dat biedt enorm veel mogelijkheden voor de lokale handelaar.

Wie tien jaar geleden nog dacht dat online shoppen de fysieke winkel overbodig ging maken, krijgt vandaag ongelijk

Alleen kan die kleine lokale, unieke winkel daar nog onvoldoende van mee profiteren. In de nieuwe retailwereld moet de winkel de klant achterna, in plaats van dat de klant de verkoper gaat opzoeken. Een klein aantal spelers met grote promotiebudgetten en draaiend op minimale winstmarges heeft daar een duidelijk voordeel in. Het speelveld raakt daardoor steeds meer verstoord. Uiteindelijk is dat slecht voor de consument. Hoe geconcentreerder de marktmacht, hoe slechter de prijs en het winkelaanbod voor u en ik gaan zijn. Online en offline.

Winkelstraten

De Vlaamse en lokale overheden moeten daarom vernieuwend durven denken. Er is in het lokaal handelsbeleid traditioneel veel aandacht voor ruimtelijke aspecten. Wat maakt een goed kernwinkelgebied, hoe zorg je dat baanwinkels de stadscentra niet versmachten, dat soort zaken. Dat blijft nog steeds nuttig, maar volstaat niet meer anno 2019. Gek toch, dat er miljarden worden uitgegeven aan het verfraaien van winkelstraten en fysieke kernversterking, maar amper visie is over hoe we de digitale winkelwegen naar de lokale handelaar laten leiden?

De uitdaging is te onderzoeken hoe lokale handel het best kan aansluiten met de fygitale beleving

Het stimuleren van het fygitaal winkelen staat alvast in het regeerakkoord. Moet de overheid daarbij zelf winkelier gaan spelen? Uiteraard niet. De uitdaging is te onderzoeken hoe lokale handel het best kan aansluiten met de fygitale beleving.

Daarvoor heb je alvast een online-platform nodig waarop lokale handelaars de goed geïnformeerde klant kunnen bereiken. Als je naar een boek van Lize Spit zoekt, kom je in de winkelwereld van de toekomst evengoed terecht bij de lokale boekhandel om de hoek dan bij een buitenlandse website. In het eerste geval kan je hem niet alleen online bestellen en laten leveren, maar ook meteen tien minuten later in de winkel even gaan 'voelen' met het deskundig advies van de boekverkoper er bovenop. Allemaal voordelen die de brug slaan tussen de online en fysieke wereld. Voor lokale handelaars is dat een opportuniteit van jewelste. Zolang de klant hem ook maar digitaal kan vinden. En daar knelt het schoentje.

Distributiemodel

De overheid moet zo’n platform natuurlijk niet zelf gaan bouwen en financieren. Het kan wel lokale handel, sectororganisaties, distributiespelers en retailspelers bij mekaar brengen om een succesvol model uit te bouwen dat echt werkt voor lokale handelaars. Daarvoor heb je immers een voldoende groot aanbod en bereik nodig. Dat afzonderlijk per stad of gemeente doen, zoals nu vaak gebeurt, is daarom geen goed idee gebleken. Bundel de krachten over heel Vlaanderen. Eens er een werkend platform met bijhorend distributiemodel is, laat je lokale handelaars daar het best verder zelf mee aan de slag gaan. Voor de overheid hoeft dit dus niet gek veel te kosten. In vergelijking met de investeringen in fysieke kernversterking is dat een peulschil, voor een ongekend grote return.

Nu zitten handelaars gekneld tussen de keuze voor een eigen webshop - grote investeringen voor een dikwijls tegenvallend bereik - of het openen van een filiaal bij één van de grote onlinespelers

In het verleden zijn daar eerdere pogingen toe gedaan. Het juiste model is vooralsnog niet gevonden. Momenteel zitten handelaars daarom gekneld tussen de keuze voor een eigen webshop - grote investeringen voor een dikwijls tegenvallend bereik - of het openen van een filiaal bij één van de grote onlinespelers. Bij die laatste optie vliegt de winstmarge bijna helemaal naar het buitenland. ‘If you can’t beat them, join them’ gaat duidelijk niet op voor lokale retail.

Vlaanderen heeft daarom de verantwoordelijkheid om zijn lokale handelaars te ondersteunen in de fygitale omwenteling. Als het over retail gaat, voert doemdenken en pessimisme vaak de boventoon. Dat moeten we omkeren. Tegen 2025 zitten we bij de kopgroep van regio’s die een nieuw evenwicht hebben gevonden in de retail. Met een gezond marktevenwicht tussen alles wat online, lokaal en internationaal is. Tegen dan winkelen u en ik niet langer online of fysiek, maar lokaal en fygitaal.

Lees verder

Tijd Connect