opinie

Debat over begrotingstekort schiet nog altijd tekort

Professor Publieke Economie aan Stirling University in Schotland en verbonden aan de KU Leuven

Het land staat niet aan de rand van de afgrond, we hebben nog tijd om te hervormen. Maar om slim te besparen en te investeren, moeten we wel eerst weten wat we zelf willen.

Meer dan een jaar geleden schreef ik dat het debat over de begroting te weinig in de diepte gaat. Helaas ging het van kwaad naar erger, en daar zijn twee redenen voor.

Ten eerste zijn zowel de oppositie als de regeringspartijen erin geslaagd hun eigen perspectief op te hangen als enige versie van de feiten, althans voor hun eigen achterban. Volgens de oppositie zijn we zo goed als failliet, en moeten we meteen ingrijpen of het is te laat. Volgens de regering loopt het zo’n vaart niet, en volstaan bijsturingen. De waarheid is dat ze allebei zowel gelijk als ongelijk hebben, en gewoon een andere kant van dezelfde medaille belichten.

Of je nu in de oppositie zit of in de regering, iedereen weet dat de lange termijn niet verkoopt. Vandaar dat men vaak schermt met sensationele jaarlijkse begrotingscijfers. Of met een discussie over de impliciete betekenis van een WhatsApp-bericht tussen kabinetsleden.

Het klopt zeker dat op korte en zelfs middellange termijn het huis niet in brand staat. Onze groei is behoorlijk en onze handelsbalans is in evenwicht. Als we al onze schulden en tegoeden optellen, zowel van alle overheden als van alle Belgen, dan is de rest van de wereld ons meer dan 250 miljard euro verschuldigd. Met die netto investeringspositie rijden we vooraan in het Europese peloton.

Onze werkzaamheidsgraad kan zeker beter, maar dankzij onze hoge productiviteit werkt het systeem redelijk goed. Alleen Ierland, Noorwegen en Luxemburg scoren hoger. We moeten dan wel blijven investeren in onderwijs en onderzoek, wat vooral een gewestelijke bevoegdheid is, en waar meer investeringen nodig zijn om onze positie veilig te stellen in de toekomst.

De essentie

  • De auteur
  • Willem Sas is professor publieke economie aan de Universiteit van Stirling en verbonden aan de KU Leuven.
  • De kwestie
  • Meer dan een jaar geleden schreef ik dat het debat over de begroting te weinig in de diepte gaat. Helaas ging het van kwaad naar erger.
  • Het voorstel
  • Het land staat niet aan de rand van de afgrond, we hebben nog tijd om te hervormen. Maar om slim te besparen en te investeren, moeten we wel eerst weten wat we zelf willen.

Maar die lange termijn is waar het schoentje knelt. Voorlopig zijn de financiële markten gesust door het bovenstaande lijstje. De eerlijke analyse dat er op korte termijn geen reden tot paniek is maakt de politiek blind voor de lange termijn. Dat is ironisch. Er is nochtans een Europees rapport over de houdbaarheid van de schuld, waarin België de stempel ‘high risk’ krijgt.

Vergrijzing

Dat rapport maakt duidelijk dat er, net zoals in Nederland of Luxemburg, nog een flinke inspanning nodig is om de overheidsfinanciën op de lange termijn gezond te houden. Een groot stuk daarvan volgt uit de kosten van de vergrijzing, wat we grotendeels op het conto kunnen schrijven van de vorige regeringen. Dat de vergrijzing hard zal toeslaan weten we al sinds de jaren 2000. Een tweede stuk is een gevolg van de recente verhoging van de minimumpensioenen en de lonen in de zorg. Dat waren politiek verdedigbare keuzes, waar echter geen financiering tegenover stond.

Dat laatste brengt ons bij de tweede reden waarom het debat blijft verarmen. Een begroting is nu eenmaal een complex kluwen, en belichaamt het politieke DNA van een land. Alle beslissingen, prioriteiten en beleidslijnen komen erin samen. Klagen over tekorten is gemakkelijk, maar tijdens de pandemie was iedereen het er wel mee eens om de zorgwerkers te belonen en de armoede aan te pakken. Dat heeft natuurlijk een prijskaartje.

En de reden waarom de prijs niet wordt betaald, ligt voor een groot stuk ook bij onszelf. Het gaat hier om moeilijke maatschappelijke keuzes over onze sociale zekerheid. Langer werken klinkt goed, tot je zelf een burn-out hebt. Het beperken van terugbetaalbare, peperdure medische ingrepen klinkt logisch, tot je moeder kanker krijgt. Het betonneren van de uitkeringen lijkt eenvoudig, tot je zelf in de armoede of werkloosheid verzeilt. Iedereen heeft wel wat te verliezen. Hetzelfde geldt voor andere, voor de hand liggende besparingen zoals het afschaffen van fiscale voordelen voor bedrijfswagens of pensioensparen.

Langer werken klinkt goed, tot je zelf een burn-out hebt. Het beperken van terugbetaalbare, peperdure medische ingrepen klinkt logisch, tot je moeder kanker krijgt.

En of je nu in de oppositie zit of in de regering, iedereen weet dat de lange termijn om die reden niet ‘verkoopt’. Vandaar dat men vaak schermt met sensationele jaarlijkse begrotingscijfers. Of met een discussie over de impliciete betekenis van een WhatsApp-bericht tussen kabinetsleden. Er zijn ook geen mirakeloplossingen, zoals de Britten momenteel ondervinden met hun brexit. Misschien ligt de fout dus (ook) bij onszelf, en worden we zelf maar al te graag afgeleid omdat we de harde noten niet durven te kraken?

Laat dit het begin zijn van een reeks over die harde noten. Welke besparingen houden steek? Wie wint, wie verliest, en is dat draaglijk? Wat met de pensioenen, de gezondheidszorg, de (bedrijfs)subsidies, de overheidsefficiëntie, en ons complex federalisme? En welke productieve investeringen mogen niet ontbreken? Stuk voor stuk meer dan een opinie waardig, en hopelijk de inzet van de verkiezingen in 2024.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud