opinie

Discussie over taxshift houdt erg weinig rekening met impact op individuele gezinnen

Over de taxshift worden onrealistische verwachtingen gecreëerd. Het belastingsysteem hervormen moet gebeuren via een stappenplan, niet met een big bang.

Door Stefaan Michielsen, senior writer bij De Tijd

Drie miljard euro! 5 miljard euro! Wie zegt meer? 10 miljard euro! Pas vanaf 10 miljard euro kan je echt spreken van een taxshift, zegt professor economie Gert Peersman. De rest vindt hij gemorrel in de marge. Bruno Peeters, professor fiscaliteit, ziet alleen al in de personenbelasting - zonder de btw dus - een verschuiving mogelijk van bijna 9 miljard euro. De discussies over de taxshift goochelen met miljarden alsof het niks is. En ze worden meteen ook al geclaimd. De werkgeversfederatie VBO vraagt dat de taxshift voor 3 miljard euro lasten verschuift, weg van de bedrijven. Naar wie? De vakbonden repliceerden meteen dat de taxshift moet leiden tot hogere nettolonen voor de werknemers. Er woedt een fel gevecht over wie de taxshift moet betalen, en wie ervan mag profiteren.

De lasten - belastingen en sociale bijdragen - op arbeid zijn te hoog in ons land. Dat is ongeveer het enige in het debat over de taxshift waarover iedereen het eens is. Het is wenselijk de lasten op arbeid te verlagen en de minderinkomsten voor de overheid te compenseren door andere belastingen te verhogen: btw, milieuheffingen of vermogensbelastingen bijvoorbeeld.

Met een bulldozer over de fiscale koterij heen walsen is niet de oplossing.

Het debat daarover wordt op een abstract, macro-economisch niveau gevoerd, zonder rekening te houden met de impact voor de individuele belastingbetalers. Het verbeteren van de concurrentiepositie van de bedrijven staat in het regeerakkoord vermeld als een van de doelstellingen van de taxshift, niet als dé doelstelling. Het is niet de bedoeling met de taxshift een competitiviteitschok te organiseren door zwaar in de zakken van de gezinnen te zitten ten voordele van de bedrijven. Of wel? Want dat gebeurt als de btw wordt verhoogd om de sociale lasten van de bedrijven te kunnen verlagen. Zo’n maatregel snijdt in de koopkracht van de werknemers en de gezinnen. Haast nergens in Europa ziet een alleenstaande werknemer zijn brutoloon zwaarder afgeroomd door belastingen en persoonlijke sociale bijdragen dan in België. Gaan we hem fiscaal nog zwaarder aanpakken?

Het klopt dat als bedrijven dankzij de lagere loonlasten meer jobs creëren, dat op termijn kan leiden tot meer koopkracht in de economie. Dat is de macro-economische benadering. Maar er is ook de micro-economische realiteit: het huishoudbudget van de gezinnen. Daar wordt in de discussie over de taxshift tot dusver bitter weinig rekening mee gehouden.

Er is ook de micro-economische realiteit: het huishoudbudget van de gezinnen

Professor Peeters van de Antwerp Tax Academy stelt in zijn voorstel onder meer dat de afschaffing van het huwelijksquotiënt bijna 1 miljard euro kan opleveren. Hij vindt het huwelijksquotiënt, een fiscale gunstmaatregel voor gezinnen met slechts één kostwinner, niet meer van deze tijd. Maar de afschaffing ervan zou die eenverdienersgezinnen zwaar treffen. Daar gaat hij nogal licht overheen.

Een taxshift, waarbij een verlaging van de belastingen op arbeid wordt gecompenseerd door een hogere btw, hogere milieubelastingen en hogere vermogensbelasting, mag niet leiden tot een taxlift, luidt het. Daarmee wordt bedoeld dat de globale belastingdruk niet mag stijgen. Dat een taxshift de belastingdruk voor een aantal individuele gezinnen doet toenemen, is wellicht moeilijk te vermijden. Maar hoe ver kan men daarin gaan? Waar ligt de grens? Als de verschuiving van belastingen bruusk en grootscheeps gebeurt, levert dat winnaars en verliezers op. Het ene gezin zal er beduidend op vooruitgaan, het andere sterk op achteruit, afhankelijk van zijn inkomstenbronnen en uitgavenpatroon.

Het goochelen met miljarden en de roep om een ‘ambitieuze’ taxshift zijn stoerdoenerij die heel ver staat van de belastingrealiteit op het terrein.

Het is niet fair sommige gezinnen van het ene jaar op het andere een fors hogere belastingfactuur op te leggen. Dat is een overweging die bij de discussies over de taxshift mee in rekening genomen moet worden. Het goochelen met miljarden en de roep om een ‘ambitieuze’ taxshift zijn stoerdoenerij die heel ver staat van de belastingrealiteit op het terrein.

De noodzakelijke belastinghervorming kan dan ook niet de vorm aannemen van een big bang. Dat is ontwrichtend en politiek onverkoopbaar. Wat wel kan, is het ontwikkelen van een nieuwe, globale visie op de fiscaliteit in ons land, met nieuwe evenwichten. Vervolgens moet een stappenplan worden opgesteld om daar geleidelijk naartoe te evolueren. Dat is trouwens ook wat het regeerakkoord vooropstelt: ‘We geven mensen en bedrijven zekerheid over het traject en de uitrol van de fiscale hervorming.’

De fiscale koterij in ons land is het resultaat van opeenvolgende fiscale wetten, die allemaal wel een bepaalde bedoeling hadden. Het belastingsysteem moet opnieuw eenvoudiger, transparanter en rechtvaardiger worden. Uiteraard. Maar er met een bulldozer overheen walsen is niet de goede oplossing.

Lees verder

Gesponsorde inhoud