opinie

Disproportionele handhaving doet meer kwaad dan goed

De laatste tijd is er een opbod aan stoere beleidsvoorstellen. Het recentste voorbeeld komt van twee volksvertegenwoordigers die VIP-patrouilles willen inzetten tegen transmigranten in het noorden van West-Vlaanderen.

VIP staat voor Very Irritating Policing. Het betekent dat de politie bepaalde groepen of personen herhaaldelijk en tot vervelens toe stopt en controleert. En die zo nodig ook actief blijft volgen tot zich een kans op politioneel ingrijpen voordoet. In Nederland spreekt men van ‘hinderlijk volgen'. De bedoeling is dat de door de politie belaagde persoon het dan maar opgeeft en ofwel zijn gedrag aanpast, ofwel vertrekt.

De methode werd initieel vooral gebruikt bij notoire voetbalhooligans en overvallers, bij drugsrunners, en bij verdachten van terrorisme. Daar viel iets voor te zeggen. Maar nu komen ook groepen in het vizier zoals transmigranten, en eerder ook hangjongeren, die misschien wel overlast veroorzaken, maar daarom nog niet als criminelen moeten worden bestempeld. Enige waakzaamheid is dan geboden: VIP gaat verder dan een klassiek repressief beleid, of zelfs een lik-op-stukbeleid. Het neigt naar stalking en intimidatie van overheidswege, en moet dus zeer omzichtig toegepast worden.

Dit soort voorstellen worden misschien net iets te makkelijk uit de mouw geschud, en dat moet ons aan het denken zetten. Hoe is het met onze rechtsstaat gesteld? Want waar VIP een voorbeeld is van hoe de overheid de grens van de rechtsstaat opzoekt, zien we andere voorbeelden van handhaving die onschuldiger lijken, maar qua bestuursstijl ook wel wat autocratische trekjes hebben. De Gentse burgemeester komt met glas- en luidsprekerverboden. De Antwerpse gouverneur hint op pizzatellingen. Het inzetten van drones om de naleving van coronamaatregelen te controleren werd even overwogen. De burgemeester van Willebroek kondigde een avondklok in zijn gemeente aan, om het voorstel nog dezelfde dag in te trekken. Het systeem van GAS-boetes (gemeentelijke administratieve sancties) woekert.

De overheid neemt vaak met goede bedoelingen geïsoleerde maatregelen.

We kunnen ons afvragen of de overheid, in haar drang om daadkracht te tonen, niet stilaan te routineus instrumenten inzet die aanvankelijk dienden voor bijzondere omstandigheden. Maar laat ons er de beleidsmakers ook niet te snel niet persoonlijk op aanspreken. Zij nemen vaak met goede bedoelingen geïsoleerde maatregelen. Die bovendien op korte termijn ook goede resultaten kunnen opleveren. Anderzijds mogen we niet naïef zijn over de mogelijke implicaties van dit soort bestuursstijl op de langere termijn.

Kwalijke gevolgen

Ten eerste zijn sommige groepen in de maatschappij vaker dan andere het voorwerp van daadkracht door de overheid. Burgers zijn toleranter tegenover de inzet van bijzondere handhavingsinstrumenten wanneer die betrekking hebben op een groep waar zij zelf niet toe behoren. Denk dan maar aan transmigranten, daklozen, junks, of hangjongeren. Als een jongere uit de betere middenklasse het slachtoffer wordt van overdreven coronahandhaving is er meer ongenoegen. Selectieve en extreme handhaving is niet bevorderlijk voor de legitimiteit van de overheid. Ze wekt weinig vertrouwen, al zeker niet bij de gecontroleerde groepen. Daardoor dreigt het werk van de handhavers net moeilijker te worden.

Ten tweede dreigt het een bepaalde cultuur te installeren waarin we het normaal gaan vinden dat  een overheid very irritating mag zijn. En dat willen we eigenlijk niet. Want wat zou u ervan denken mocht de Arbeidsinspectie de bouwwerf van uw nieuwe woning dagelijks bezoeken? Zou u boos zijn als u op uw woon-werktraject vier keer direct na elkaar geflitst wordt op een kort stuk rechte weg? Of als u twee weken lang elke dag wordt tegengehouden voor een controle op het gebruik van rode diesel in uw wagen? Wanneer u jaar na jaar een doorgedreven fiscale controle zou krijgen omdat u in het verleden ooit een kleine administratieve fout heeft gemaakt? Very irritating indeed.

Ten derde hebben onze overheden de capaciteit niet om alles 100 procent te controleren. Beweren van wel is vals, en absolute controle ambiëren is zeer duur. Een effectieve handhaving heeft overigens geen 100 procent controle nodig. Meer zelfs: oproepen tot lik-op-stukbeleid, 100 procentcontroles of hinderlijk volgen zijn net symptomen van een falende handhaving. Het zijn geen oplossingen, en bovendien maatregelen met een groot beslag op publieke middelen.

Disproportionele handhaving dreigt op de lange termijn de reputatie van de overheid te schaden.

Disproportionele handhaving doet dus meer kwaad dan goed. Op de korte termijn kan snel resultaat geboekt worden, en dat is handig voor beleidsmakers die kort daarna opnieuw verkozen willen raken. Op de lange termijn dreigt het de reputatie van de overheid te schaden. Overdreven handhaving is niet alleen vaak minder effectief dan men laat uitschijnen, ze dreigt ook de legitimiteit van de overheid in de ogen van zij die gehandhaafd (moeten) worden te ondergraven. Niemand wint als de perceptie leeft dat de overheid en haar ambtenaren pestgedrag vertonen.

Steven Van de Walle
hoogleraar publiek management, Instituut voor de Overheid, KU Leuven

Bram Verschuere
professor Bestuurskunde, Universiteit Gent

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud