opinie

Dit is niet het moment voor politieke stakingen

'Nu het economisch zo goed gaat moeten de werknemers daar meer van profiteren’. Die slogan onderstut de eis van de vakbonden voor grotere loonstijgingen, maar hij rammelt aan alle kanten.

Door Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka

De vakbonden roepen voor woensdag op tot een nationale staking. In De Zevende Dag maakte ACV-voorzitter Marc Leemans de eisen nog eens duidelijk: sterkere loonstijgingen voor de komende twee jaar. En gezien dat niet past binnen het kader van de nieuwe loonkostenwet, mag die laatste ook meteen de vuilbak in. De argumentatie voor hun eisen is zo mogelijk nog duidelijker: ‘Nu het economisch zo goed gaat, moeten de werknemers daar meer van profiteren’.

Wie kan daar nu tegen zijn? Het lijkt kinderlijk eenvoudig, maar helaas rammelt die slogan langs alle kanten.

©Frank Toussaint

Vanuit bepaalde hoek wordt er al geruime tijd een beeld opgehangen van hoe we allen aan koopkracht verliezen. Toch wijzen de beschikbare statistieken er op dat veruit de meeste Belgen aan koopkracht winnen. Ja, het leven werd de voorbije jaren duurder. En ja, de elektriciteitsprijzen stegen spectaculair met bijna 13% per jaar. Maar al die prijsstijgingen, ook die van elektriciteit, worden meegenomen in de automatische loonindexering. Als de prijzen stijgen, stijgen de lonen en de uitkeringen automatisch mee. Het zijn dus de werkgevers die de hogere prijzen betalen, niet de werknemers.

Naast de indexering waren er de voorbije jaren nog andere factoren die de koopkracht ondersteunden. Zo was er de stevige jobcreatie. Sinds midden 2014 kwamen er netto 229.000 jobs bij, wat voor evenveel gezinnen een stevige koopkrachtinjectie betekent. En dan is er ook nog de taxshift, die een substantiële belastingverlaging inhoudt voor iedereen, vooral voor de lagere inkomens.

Als de prijzen stijgen, stijgen de lonen en de uitkeringen automatisch mee. Het zijn dus de werkgevers die de hogere prijzen betalen, niet de werknemers

Alles samen zorgde dat de voorbije jaren voor een stevige toename van de koopkracht. Volgens de Nationale Bank steeg de gemiddelde koopkracht van 2014 tot 2018 met 3,9% (voor alle duidelijkheid, dat is dus bovenop de inflatie), en dit jaar zou daar nog eens een dikke 2% bovenop komen. Dit zijn gemiddelde cijfers, maar simulaties van de KU Leuven geven aan dat zowat alle werkenden de voorbije jaren hun koopkracht zagen toenemen. Het beeld van hoe we met z’n allen aan koopkracht verliezen, klopt gewoon niet.

Vooruitzichten

Het uitgangspunt van de vakbonden lijkt te zijn dat het economisch heel goed gaat en dat daardoor forsere loonstijgingen alleen maar ‘eerlijk’ zijn. Ook dat uitgangspunt moet genuanceerd worden. De economische vooruitzichten zijn al een tijdje duidelijk aan het verslechteren. De eurozone kon eind 2017 nog een degelijke economische groei van 2,6% voorleggen, maar dat is ondertussen teruggevallen tot minder dan 1%. In Duitsland, nog altijd de motor van de eurozone, is de economische groei stilgevallen. In Italië zakte de economie alweer in recessie.

Ook in België is de economische dynamiek gevoelig aan het verzwakken: meer en meer Vlaamse bedrijven zien hun bestellingen en marges snel zakken

Ook in België is de economische dynamiek gevoelig aan het verzwakken: meer en meer Vlaamse bedrijven zien hun bestellingen en marges snel zakken. Daarnaast zijn er grote risico’s inzake de harde brexit, een handelsoorlog met de VS en een scherpe terugval van de Chinese groei, wat bij ons snel tot een economische malaise kan leiden.

In zo’n onzeker klimaat risico’s nemen met te hoge loonstijgingen, in de hoop dat de economische donderwolken snel terug overwaaien, is geen goed idee. Te meer omdat de loonindexering sowieso al een loonstijging met 3,8% meebrengt voor 2019-2020, iets waarmee onze handelspartners geen rekening moeten houden. Op die manier dreigt onze concurrentiepositie snel terug onder druk te komen, net op het moment dat het economische klimaat terug versombert. Dat is een fout die we in het verleden al meermaals maakten, en die op termijn onvermijdelijk banen kost.

Ambtenaren

Willen de vakbonden wel een akkoord, of zijn ze in verkiezingsmodus? De argumentatie achter de staking klinkt misschien aannemelijk, maar strookt dus niet met de realiteit. Ook het feit dat de publieke sector zich aansluit bij de staking is op z’n zachtst gezegd vreemd. Het gaat immers over een discussie over de lonen in de privésector. Door de staking uit te breiden tot de ambtenaren, maken de vakbonden duidelijk dat het hen eigenlijk te doen is om een louter politieke staking, met als doel om hun verzuchtingen hoog op de verkiezingsagenda te plaatsen. De vraag is dus of ze wel bereid zijn om te onderhandelen over een sociaal akkoord?

Door deze politieke staking creëren ze extra onzekerheid op een moment dat de economie vertraagt. Ze zetten de jobs en verhogingen van lonen en uitkeringen op het spel voor heel veel mensen. Hoe is dit risico te verantwoorden? De werkgevers blijven alvast vragende partij om tot een sociaal akkoord te komen, dat een gezond evenwicht inhoudt tussen meer koopkracht en bescherming van de competitiviteit, en dit binnen het kader van de loonkostenwet.

Lees verder

Tijd Connect