opinie

Doet uw stem er nog toe nu partijen alles beslissen?

covoorzitter Vrijdaggroep

Het ontslag van Bart Somers als Vlaams viceminister-president en zijn opvolging tonen eens te meer aan dat de interne strijd om verkiesbare plaatsen een diepere invloed heeft op het politieke landschap dan verkiezingen, schrijft Thibault Viaene, covoorzitter van de Vrijdaggroep.

De verkiezingscarrousel in de Wetstraat draait op volle toeren. Nu ministers als Vincent Van Quickenborne en Bart Somers (beiden Open VLD) zich strategisch terugplooien op het lokale niveau en de burgemeesterssjerp opnieuw omgorden, lijken de Vlaamse en de federale regering vroegtijdig hun laatste adem te hebben uitgeblazen.

  • Auteur
    Thibault Viaene is covoorzitter van de denktank Vrijdaggroep.
  • Kwestie
    Bart Somers neemt ontslag als Vlaams viceminister-president om zich toe te leggen op de lokale verkiezingen in zijn thuisstad Mechelen.
  • Voorstel
    Partijen, die de lijstvorming intern bedisselen, hebben een grotere invloed op het politieke landschap dan kiezers.

Terwijl sommige politici de nationale politiek vaarwel zeggen, schaken en manoeuvreren anderen om een topplaats op een kieslijst te bemachtigen. Aan de hand van de peilingen en het aantal te verdelen zetels per kieskring kan een realistische inschatting gemaakt worden van welke kandidaten een plaats in het parlementair halfrond bemachtigen. Desondanks blijft de politiek benadrukken dat de kiezer in het stemhokje ultiem de kaarten schudt. Maar is dat wel zo?

In de kern van onze politieke architectuur ligt een kiessysteem op maat gemaakt door en voor de politieke partijen, waarbij partijhoofdkwartieren de touwtjes in handen hebben voor het ‘selecteren’ van parlementsleden. De kiezer bepaalt slechts het aantal zetels per partij. Wie het parlementaire pluche inneemt, wordt vooral binnenskamers beslist.

De kiezer bepaalt slechts het aantal zetels per partij. Wie het parlementaire pluche inneemt, wordt vooral binnenskamers beslist.

Lijststem

Cijfers van de KU Leuven werpen een ontnuchterend licht op die praktijk: tussen 1987 en 2019 slaagde maar 3,5 procent van de Vlaamse Kamerleden erin op eigen kracht verkozen te raken, wat inhoudt dat ze over een beter geplaatste kandidaat op de lijst konden springen. Vaak betreft het bekende lijstduwers, die hun naamsbekendheid verzilveren. De bittere realiteit is dat 96,5 procent van de Vlaamse Kamerleden hun zetel dankt aan de gunst van de partij en hun positie op de lijst. De kiezer wordt eigenlijk in het ootje genomen.

Het mechanisme van de lijststem speelt daar een cruciale rol in. Kiezers staan in het stemhokje voor een keuze: geven ze hun stem aan een specifieke kandidaat of brengen ze een lijststem uit? Een wijdverbreid misverstand is dat een lijststem een voorkeurstem voor alle kandidaten op de lijst vertegenwoordigt. In werkelijkheid bekrachtigt de lijststem de volgorde die de partij heeft vastgelegd. Zodra een partij genoeg stemmen verzamelt voor een zetel, wordt die automatisch toegekend aan de bovenste kandidaat op de lijst, en zo verder naar beneden. Daardoor wordt het kandidaten zo goed als onmogelijk gemaakt over een hoger gerangschikte partijgenoot te springen.

Opvolgers

Het opvolgerssysteem is een extra instrument waarover politieke partijen beschikken om de regie over de verkiezingen strak te behouden. Als een verkozen parlementslid afziet van zijn mandaat, bijvoorbeeld om minister te worden, schuiven opvolgers door naar de vrijgekomen zetel. Onze parlementen zijn gevuld met tientallen onverkozen mandatarissen. De stoelendans is compleet als opvolgers moeten wijken voor de oorspronkelijke verkozenen die hun zetel opnieuw opeisen. Zo verdween Jasper Pillen uit de Kamer na het ontslag van Van Quickenborne. Hetzelfde geldt voor Tom Ongena, inmiddels Open VLD-voorzitter, die in 2019 Somers was opgevolgd in het Vlaams Parlement.

De vertegenwoordigers die we zogezegd verkiezen, worden naar de periferie van het besluitvormingsproces geduwd.

De lijststem en het opvolgerssysteem onthullen een democratisch deficit dat niet te negeren valt. Ze doen meer dan de rol van de individuele kiezer marginaliseren. Ze leiden vooral tot parlementen gevuld met hondstrouwe partijaanhangers, die eerder partijvertegenwoordigers dan volksvertegenwoordigers zijn. Dat bevordert een cultuur waarin de trouw aan de partijlijn het wint van de belangen van de kiezers of de bredere maatschappij. Het dissidente parlementslid is een bedreigde diersoort in de Wetstraat.

De echte macht sijpelt intussen door naar de uitvoerende macht en de partijen, die zich in toenemende mate onttrekken aan de parlementaire controle, wat de fundamentele scheiding der machten uitholt. Dat verlies aan parlementaire autonomie bedreigt het fundament van onze democratie. Er gaapt een almaar wijdere kloof tussen de politiek en de burger, mede omdat de vertegenwoordigers die we zogezegd verkiezen naar de periferie van het besluitvormingsproces worden geduwd. De stembusslag van 9 juni 2024 dreigt grotendeels eentje voor de galerij te worden.

Gesponsorde inhoud