opinie

Dominantie grote bedrijven remt ondernemingsdynamiek

Sinds begin deze eeuw daalt de ondernemingsdynamiek in België. Dat ligt wellicht aan de groeiende dominantie van grote bedrijven. Die heeft een negatieve impact op de productiviteit. Kmo’s moeten meer ondersteund worden.

De productiviteit van de ondernemingen in België daalde in 2018 met 0,1 procent, stelt een recente studie van de Amerikaanse Conference Board. Dat wil zeggen: de toegevoegde waarde die een onderneming verwezenlijkt met de inzet van haar werknemers, machines en grondstoffen gaat naar omlaag. Belgische ondernemingen horen gelukkig nog steeds bij de wereldtop, maar de terugval is een belangrijke waarschuwing.

©rv

Een dalende productiviteit betekent dat de lonen niet kunnen stijgen of de arbeidsduur niet kan dalen. Dat is slecht voor onze welvaart. Bovendien zijn het vaak net de ondernemingen met een goede productiviteit en sterke productiviteitsgroei die nieuwe jobs creëren. Productiviteitsgroei kan echter niet geïsoleerd bekeken worden: ze is vaak het directe gevolg van innovatie. Die maakt dat ondernemingen meer omzet halen, waardoor ze meer jobs in het leven kunnen roepen.

Innovatie lijken we vooral te vinden bij nieuwe, startende ondernemingen, die door hun innoverende karakter belangrijk zijn voor het proces van creatieve destructie: nieuwe ondernemingen met een hogere productiviteit vervangen oudere bedrijven die minder productief zijn. Dat proces van entry en exit is een belangrijke component om de productiviteitsgroei te verklaren. Laat net dat de essentie van het probleem in België zijn.

Big data

Mijn onderzoek op basis van big data toont aan dat België sinds begin deze eeuw een dalende ondernemingsdynamiek kent. Er zijn minder starters en minder hoogvliegers, waardoor het proces van creatieve destructie, broodnodig ter bevordering van de productiviteitsgroei, niet meer goed werkt. Vaak wordt de regulering met een beschuldigende vinger gewezen. Maar ook in de VS is de ondernemingsdynamiek in dezelfde periode gedaald. Daar is nochtans minder regulering dan in België. Overregulering is dus niet de oorzaak. Wat dan wel?

Vermoedelijk heeft de daling van de ondernemingsdynamiek vooral te maken met de toenemende dominantie van grote ondernemingen. Grote ondernemingen hebben de jongste decennia een steeds prominentere rol ingenomen in onze economie. In België wordt 80 procent van de toegevoegde waarde geproduceerd door slechts 20 procent van de bedrijven. Onze export zit geconcentreerd in de top 10 procent van de ondernemingen die exporteren.

Het proces van creatieve destructie, broodnodig om de productiviteitsgroei te bevorderen, werkt niet goed meer.

We hebben te maken met een handvol zeer grote bedrijven die sterk aanwezig zijn in internationale markten en die daaruit grote winsten puren. Die hebben de schaalgrootte om hun profijt te halen uit de toenemende internationalisering van de productie.

Dat betekent ook dat ze beter in staat zijn gebruik te maken van digitale technologie en artificiële intelligentie (AI) bij het productieproces. Kleine en middelgrote ondernemingen hebben niet die diepe zakken om dergelijke investeringen te doen, waardoor ze in het nadeel zijn. Dat maakt het voor de kmo moeilijker te groeien. Mocht dat onverhoopt wél lukken, dan liggen de grote spelers op de loer voor een overname om de concurrent uit te schakelen.

De globalisering heeft geleid tot schaalvergroting, met dominante wereldspelers en stijgende winstmarges. De vrijhandel heeft geleid tot een ongelijke verdeling van de voordelen van dat systeem, waarbij een kleine groep van ondernemingen en mensen wint.

Kmo’s

Moeten we onze binnenlandse economie beschermen? Nee, protectionisme lijkt me niet de juiste reactie. We verliezen dan ook de relatieve comparatieve voordelen van vrijhandel. Wat kunnen we dan wel doen?

Ten eerste is er het (Europese) concurrentiebeleid. Laten we de volledige waardeketen onder de loep nemen, in plaats van enkel de eindproducten en hun dominante positie op de markt te bekijken. De grote spelers domineren de markten voor intermediaire inputs, dus de grondstoffen, de outsourcing en het logistieke gebeuren daarrond, zodat de kmo het zeer moeilijk heeft de juiste toelevering van producten te vinden, laat staan logistiek alles rond te krijgen.

20 procent van de bedrijven tekent voor 80 procent van de toegevoegde waarde in België.

Een tweede aandachtspunt is de digitalisering van onze economie en het groeiende belang van AI. Mijn onderzoek toont aan dat opnieuw de grote ondernemingen profiteren van AI, en dat kleinere spelers uit de boot vallen. De reden is dat de kmo’s de middelen noch de schaalgrootte hebben om AI goed te ondersteunen en uit te bouwen. Dat geldt voor de industrie, maar ook voor de diensteneconomie. Denk maar aan boekhoudkantoren die niet over een geïntegreerd AI-systeem beschikken om facturen automatisch te verwerken. Het is een voorbeeld van marktfalen, waarbij de overheid wél kan tussenkomen via bijvoorbeeld een AI-fonds om de digitalisering bij kmo’s te ondersteunen.

Lees verder

Tijd Connect