opinie

DOVO in de Wetstraat

Politicoloog UGent

In theorie kondigde de Zweedse coalitie zich als een clusterbommetje aan, maar zowel op de communautaire als op de sociaaleconomische breuklijn hebben we sinds de verkiezingen vooral gezien waarin Belgen wereldklasse zijn: ontmijnen.

Door Nicolas Bouteca, politicoloog aan de Universiteit Gent.

De ‘moeder aller verkiezingen’ resulteerde in een federale regering die niemand had zien aankomen. Een gokje op een kabinet met aan Franstalige kant enkel de MR had u bij de bookmakers wellicht euromiljonair gemaakt.

Met deze samenstelling en de wetten van de Belgische politiek indachtig konden we heel wat vuurwerk verwachten in de Kamer, met de linkse oppositie die flink uithaalt naar de rechtse regering en de reusachtige Franstalige oppositie die de MR constant aanwrijft dat ze een politiek voert die enkel Vlaanderen ten goede komt. Van al dit potentieel geweld kregen we tot nu toe echter maar weinig te zien.

Een Zweedse coalitie plaatst de tegenstanders op de twee belangrijkste breuklijnen van de Belgische politiek - de communautaire en de sociaaleconomische - lijnrecht tegenover elkaar. Wat kort door de bocht kun je zeggen dat alles wat links en Franstalig is in de oppositie zit en dat een rechtse regering van Vlaamse partijen België bestuurt. Van veraf bekeken lijkt een klein vuurtje dan ook te volstaan om de regering-Michel op te blazen. Maar niks daarvan. Een jaar na de verkiezingen kabbelt Michel I relatief rustig verder.

CD&V, Open VLD en de MR hebben de communautaire breuklijn van meet af aan ontmijnd. In ruil voor regeringsdeelname beloofde N-VA om vijf jaar lang het communautaire dossier niet op te rakelen. Op een paar plaagstootjes van de PS ten tijde van de regeerverklaring na maakt ook de oppositie het de regering makkelijk op communautair vlak. Ook op de oppositiebanken klinkt het bijna unisono dat nu vooral het sociaaleconomische van tel is. Enkel het Vlaams Belang biedt wat weerwerk, maar die partij hangt sinds een jaar in de touwen.

De strijd om de kiezer tussen de partijen aan de linkerzijde en die tussen die van de rechterzijde is interessanter dan het debat tussen meerderheid en oppositie.

Ook van de N-VA valt niet meteen veel communautair gewriemel te verwachten. Bart De Wever maakt er een handelsmerk van dat een gegeven woord heilig is voor zijn partij. Hij benadrukte ook al meermaals hoeveel respect hij heeft voor premier Michel. De kans is dan ook klein dat hij Michel in zijn blootje zet om de communautaire hardliners in zijn partij te plezieren.

Het wordt vooral uitkijken of de PS de komende jaren dat communautaire stilzwijgen behoudt. Tijdens de vorige rechtse regeringen, Martens-Gol (1981-1987), liet de PS aanvankelijk ook verstaan dat het sociaaleconomische project prioritair was. In 1984 openden de Franstalige socialisten echter toch een communautair front door de tot dan toe partijloze José Happart - hét symbool van het Waalse nationalisme - binnen te halen. Het communautaire klimaat is nu echter veel minder gespannen dan in de jaren 80, toen de burgemeesterskwestie rond Happart de val van de regering-Martens VI inluidde. Nu veroorzaakt de benoemingscarrousel rond een Franstalige Rand-burgemeester, die dan nog eens in de Kamer zetelt voor de MR is, nauwelijks een rimpeling.

Magnette

Het communautaire vuur kan misschien opnieuw oplaaien als de wat regionalistischer geachte Paul Magnette het bij de PS meer voor het zeggen krijgt. Elio Di Rupo krijgt het door de slechte peilingen moeilijker aan de top van zijn partij. Ook de aankomende begrotingsrondes, waarin nog meerdere miljarden gevonden moeten worden om tegen 2018 een evenwicht te bereiken, kunnen wat gehakketak tussen de deelstaten opleveren. De grootste kans om het te hebben over iets wat op een staatshervorming lijkt, is wellicht de Senaat, waar de N-VA absoluut vanaf wil. De coalitiepartners kunnen de discussie daarover verpakken als een staatshervorming-light.

Ook het sociaaleconomische terrein leverde nog maar weinig vuurwerk op in het parlement. De strijd om de kiezer tussen de partijen aan de linkerzijde en die tussen die van de rechterzijde is interessanter dan het debat tussen meerderheid en oppositie. De stevigste oppositie kwam tot nu toe van de vakbonden - en niet van de partijen. Zowel boven als onder de taalgrens zijn de socialisten vooral met zichzelf bezig en dat werkt verlammend op het oppositiewerk. De PS zet alle zeilen bij om links de PTB af te houden, terwijl sp.a bang kijkt naar Groen. Dat biedt wel stevig weerwerk, al blijft de verdienstelijke fractieleider Kristof Calvo onderaan in de populariteitspolls bengelen.

Ook de Vlaamse partijen van de regering-Michel profileren zich eerder tegenover elkaar dan tegenover de oppositie. Op rechts is een permanente strijd om de kiezer aan de gang. Onderzoek toont aan dat Open VLD, N-VA en CD&V voor de rechtse kiezer perfect inwisselbaar zijn. Open VLD probeert daarom zijn liberale imago op te poetsen met een discours dat doet denken aan de oude PVV. De N-VA ziet daarin - terecht - een poging om het electoraat af te snoepen dat de partij de voorbije jaren op de liberalen veroverde. Ondertussen proberen de Vlaamsnationalisten met een dure en wat tegenvallende #helfie-campagne wel de rol van CD&V als volkspartij van Vlaanderen over te nemen, wat de christendemocraten dan weer niet willen laten gebeuren. Met de strategie van luis in de pels werpen ze zich daarom op als de partij die verantwoordelijkheid neemt zonder sociale ongelukken te veroorzaken. Het kibbelkabinet is dan ook nooit ver weg.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud